Niet vloeken, zegt de gangstarapper

Op een van zijn beroemdste nummers vraagt rapper Master P zich in het refrein op melodramatische huiltoon af: „Is there a heaven for a gangster, gangster, uuuuuuuuuuh?” Dat de 37-jarige en inmiddels volledig uit de schijnwerpers verdwenen hiphopzakenman daar nog steeds niet helemaal zeker van is, blijkt uit een brief die hij eind vorige week stuurde aan, jawel, „de hiphopindustrie”. In die brief belooft de rapper, die ooit trots in interviews vertelde hoe hij crackverslaafden in elkaar sloeg wanneer ze hem niet op tijd betaalden voor de door hem geleverde kristallen bolletjes, dat hij zijn imago gaat opschonen en samen met zijn rappende zoon Romeo een cd uitbrengt helemaal zonder vloekwoorden!

De brief van Master P is het zoveelste hoofdstuk in een hevige discussie in de VS over de negatieve lading van rapteksten die begin april opnieuw oplaaide nadat radiopresentator Don Imus zijn baan verloor omdat hij leden van een damesbasketbalploeg „nappy-headed ho”s” (zeer vrij vertaald: hoeren met kroeshaar) had genoemd. Volgens Imus was rapmuziek de enige reden dat hij die term kende, waarop de discussie ontspon waarom hij als blanke (met een cowboyhoed, dat wel) gestraft wordt voor het gebruiken van woorden die rappers onophoudelijk de ether in slingeren.

Dat het argument van Don Imus feitelijk geen hout sneed (de term die hij gebruikte, komt nauwelijks in rapteksten voor) doet niets af aan de relevantie van het achterliggende thema. Rappers venten al decennialang breed levende vooroordelen over de zwarte gemeenschap uit voor persoonlijk financieel gewin door te poseren als vuilbekkende, schietgrage idioten die door de dikke wietmist de diamanten op hun eigen Rolex niet meer kunnen onderscheiden. En worden daarin volop gesteund door de machtigste entertainmentbedrijven van Amerika, van platenmaatschappijen tot radio- en tv-zenders, die de beelden van bling, bimbo”s en bendeoorlogen eindeloos herhalen zonder een greintje variatie, balans of zelfs maar enige context.

Die broodnodige balans is er natuurlijk wel, alleen komt die in de massamedia nauwelijks aan bod. Pimp My Ride past beter bij de tijdsgeest dan Fight the Power. En ook die context is er wel degelijk. Voor een groot deel van de wereld werd de armoede van New Orleans pas zichtbaar toen orkaan Katrina de ellende omhoog spoelde, maar rapper Master P en de zijnen rapten halverwege de jaren negentig al over het harde bestaan in de achterbuurten van die stad. Master P rapte net als zoveel andere rappers over de realiteit om hem heen, werd daar steenrijk mee (hij is de succesvolste onafhankelijke rapper in de geschiedenis: hij verkocht meer dan 75 miljoen albums en hield alle rechten op zijn muziek in eigen hand) en creëerde vervolgens met megalomane gangsterkitsch een karikatuur van zijn eigen imago omdat het werkte.

De laatste tijd bleek het uitgewerkt. Het label No Limit van Master P ging in 2004 failliet en bij de nieuwe labels die hij oprichtte, bleef succes uit. Dus erkent hij nu dat hij deel uitmaakte van het probleem en schrijft hij een essaywedstrijd uit waarin jongeren moeten uitleggen waarom het belangrijk is dat rappers hun teksten opschonen. Aan de wedstrijd heeft hij al een tv-programma gekoppeld en het album zonder vloekwoorden zal uitkomen op een label dat hij met zijn zoon oprichtte: Take A Stand Records. De man die ooit als eerste rapper een kledinglijn had, zijn eigen filmbedrijf oprichtte en een pop op de markt bracht die 'uuuuuuuuuh' zei als je erop drukte, weet zelfs een frontale aanval op zijn oeuvre in klinkende munt om te zetten.