Nederland blijft in VN-raad voor mensenrechten

Nederland is gisteren voor een termijn van drie jaar herkozen als lid van de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. De raad moet schendingen van de mensenrechten in de wereld aan de orde stellen.

Met 121 van de 190 stemmen haalde Nederland in de Algemene Vergadering van de VN onverwacht gemakkelijk al in de eerste stemronde een meerderheid. Tot teleurstelling van mensenrechtenorganisaties kreeg ook Egypte een zetel.

De mensenrechtenraad werd vorig jaar ingesteld als opvolger van de gepolitiseerde en vleugellamme mensenrechtencommissie. Daarvan waren notoire mensenrechtenschenders als Soedan en Zimbabwe lid. De nieuwe raad kende een moeizame start met repeterende kritiek op vooral Israël. Maar bij de laatste zitting, in maart in Genève, werd op initiatief van Europese landen na veel duwen en trekken ook een uitspraak gedaan over de situatie in Darfur. De stemming van gisteren werd gezien als een testcase voor de geloofwaardigheid van de nieuwe raad.

Van de 47 leden van de raad wordt verwacht dat ze op het gebied van mensenrechten „de hoogste eisen naleven” en „volledig samenwerken” met VN-rapporteurs. Volgens mensenrechtenorganisaties kan dat van Egypte niet gezegd worden. Martelinspecteurs van de VN krijgen al elf jaar geen toegang tot het land.

Maar vooral de kandidatuur van Wit-Rusland, volgens de Verenigde Staten een „voorpost van tirannie”, werd door westerse landen en mensenrechtenorganisaties veroordeeld. De afgelopen weken is druk gelobbyd om Wit-Rusland uit de raad te houden. Het land van dictator Loekasjenko, dat ook geen VN-waarnemers toelaat, kon rekenen op veel steun van de niet-gebonden landen. Op aandringen van de VS, zelf bewust geen lid van de raad, heeft Bosnië-Herzegovina zich in de groep van Oost-Europese landen op het laatste moment als tegenkandidaat opgeworpen. Maar pas in een tweede beslissende stemronde werd Wit-Rusland buitenspel gezet.