Middelares tussen het goddelijke en de mensen

Het werk van de Japanse kunstenares Mariko Mori valt te omschrijven als een slimme, postmoderne mix van commercie en religie.

In de ‘Wave UFO’ van Mariko Mori Foto Groninger Museum

Drie assistentes in witte uniformen staan klaar om bezoekers te begeleiden naar de Wave UFO, pièce de résistance van de overzichtstentoonstelling van Mariko Mori in het Groninger Museum. In deze met iriserende verf beschilderde, walvisvormige capsule van twaalf meter lang kan men een reis door het bewustzijn maken. De schoenen moeten uit en witte sokjes met antisliplaag aan. De drie assistentes plakken je drie elektroden op het voorhoofd geplakt. Vervolgens kun je een doorzichtige trap van acrylglas betreden.

Binnen vlijen maximaal drie personen zich neer in ligstoelen van zachte Techno-gel, zodat de blik gericht is op het koepelgewelf. De elektroden worden via een snoertje aangesloten op een computer die de hersengolven registreert en deze golven vertaalt in een kleurige computeranimatie. Na ongeveer drie minuten volgt op de computeranimatie de kortdurende projectie Connected World van Mori, met pastelkleurige cirkels en cel- en eivormen, en begeleid door buitenaardse klanken van de componist Ken Ikeda.

De kerngedachte van het kunstwerk is ‘verbondenheid’. Volgens Mariko Mori (Tokio, 1967) staan alle levende wezens met elkaar in verbinding en hebben ze dezelfde lotsbestemming. Wanneer de mensen in de Wave Ufo op dezelfde hersengolf-frequentie zitten, smelten de vormen die ontstaan door hun hersenactiviteit samen tot een ring.

De assistent links van mij, die dit eerder onderging, produceert grote bleekblauwe, langzaam bewegende bolvormen. Zo ontspannen ben ik niet: er verschijnen snel op en neer dansende rode ballen. Verbondenheid met de ander vraagt oefening.

Oneness is het tweede grote ‘interactieve’ kunstwerk op de tentoonstelling. Zes poppen van 1,35 meter hoog, gemaakt van transparante, groene Techno-gel rondom een frame van aluminium, staan in een kring met de rug naar elkaar toe. Zij houden elkaars handen vast. Wanneer iemand een alien omhelst, lichten de ogen op en begint het hart te kloppen. Alleen de hand op de hartstreek van de pop leggen volstaat ook.

Mori is een grote ster in de internationale kunstwereld. Zij studeerde in Tokio aan de modeacademie, vervolgens vanaf 1988 aan het Chelsea College of Art in Londen, en ten slotte volgde zij het artist’s program van het Whitney Museum in New York. Zij woont afwisselend in New York en Tokio. Mori staat bekend als een kunstenaar die alles gedaan krijgt. Op de Biënnale van Venetië in 2005, waar de Wave UFO ook te zien was, zei men besmuikt over Mori dat zij vooral beroemd is om haar productiebudgetten. Aan de Wave Ufo werkten verschillende internationale teams van computerspecialisten, architecten en neurologen.

Mori’s werk zou omschreven kunnen worden als een slimme, postmoderne mix van commercie en religie. In een manifestachtig gedicht, getiteld De Eeuwige Wet, schreef zij: „Word wakker! Leer de kosmische wijsheid kennen, het mysterie van het leven. Laat ons allen één zijn met de ultieme waarheid van ons wezen en het hele universum. Spirituele energie is grenzeloos, geen dood of geboorte brengt daar verandering in.”

De kunstenaar gaat altijd in het wit gekleed. In Groningen droeg zij een hooggesloten, wijdvallend jakje, een rok tot over de knieën, witte kousen en schoenen met lage hakken. Het haar was op traditioneel Japanse wijze opgestoken met twee witte pennen. Alles bij elkaar bood dit een nogal schooljuf-achtige aanblik.

Mori houdt van gedaantewisselingen. In haar foto- en videowerken figureert zij afwisselend als cyber-popster, mangameisje, futuristische engel of Bodhisattva (boeddhistisch verlicht, halfgoddelijk persoon). De kleding die zij hierbij draagt, is meestal door haarzelf ontworpen. De vroege fotowerken van halverwege de jaren negentig gaan over de populaire mangacultuur en over traditionele Japanse man-vrouwverhoudingen. Ze poseerde bijvoorbeeld in schooluniform op een bed in een typisch Japans Love hotel. Op het ultramoderne vliegveld van Osaka voerde zij een performance op, gekleed in een zilverkleurig pakje met transparante vleugels, en met zilverkleurig haar en reflecterende blauwe lenzen. Ze rolde sierlijk een kristallen bol heen en weer tussen haar handen, daarbij met een kinderlijk stemmetje als een mantra steeds dezelfde woorden zingend: „Kotoba wa tokete.” Deze etherische klanken vullen nu de zalen van het museum.

Na een jaar van retraite, waarin ze zich verdiepte in shintoïsme en zenboeddhisme maakte Mori de serie Esoteric Cosmos. Vier landschappen in mierzoete regenboogkleuren, gefotografeerd in onder andere de Gobiwoestijn en in Franse druipsteengrotten en afgedrukt op glaspanelen, verbeelden de vier elementen wind, vuur, water en aarde. Zij zweeft als een spirituele moederfiguur over deze landschappen, omgeven door figuren die ontleend zijn aan de traditionele boeddhistische iconografie en door musicerende cyberpoppetjes op plastic wolkjes. De compositie van deze digitaal geënsceneerde foto’s is afkomstig van de mandala, een beeldstructuur die de kosmische cyclus van het leven symboliseert.

Gaandeweg veranderde Mori in haar werk van cyborg popster in „reli-ster”. Zo bezien is Mori een oosterse variant op Madonna. Madonna en Mori ontwikkelden zich allebei van popster tot religieuze zieneres. Ze treden op als middelares tussen het goddelijke en de mensen. Ze eigenen zich religieuze symbolen toe die ze, in de ogen van sommigen, “ontheiligen”. Terwijl Madonna zich met haar laatste optredens, waarbij ze onder meer gekruisigd ten tonele verscheen, de woede van christenen op de hals haalde, riep de serie Esoteric Cosmos in Japan veel weerstand op. Overigens werd deze fotoserie in het Westen direct met enthousiasme ontvangen.

In haar meest recente werken treedt Mori niet langer zelf op. Deze werken zijn geïnspireerd door religieuze plekken uit het stenen tijdperk, die ze overal ter wereld fotografeerde. De zwart-witfoto’s doen tegelijk denken aan Stonehenge en aan de lijnen en kringen van stenen die de kunstenaar Richard Long in het landschap achterlaat. Het is niet duidelijk of alle door Mori gefotografeerde plekken authentiek zijn, of dat ze zelf een beetje met keien in de weer is geweest.

Hierop bouwde Mori de prehistorische steenformaties na met lichtgevende nep-stenen. Transcircle (2005) is een kring van negen van deze ‘stenen’ van kunststof met ledlampjes erin, die geplaatst zijn op een cirkel van kiezelstenen. De ledlampjes worden aangestuurd door een computerprogramma en corresponderen via een ‘real time control system’ met de omwentelings-snelheden van de planeten van het zonnestelsel. Langzaam gloeien de stenen aan en uit in allerlei tinten zachtgroen, roze, lichtblauw, zachtoranje en wit. Dergelijke zachtjes van kleur verschietende lampen zijn momenteel een grote hype in winkels waar new-ageartikelen worden verkocht.

Het laatste werk, Flatstone uit 2007, is misschien niet het meest sensationele, maar wel het meest extreme werk op de tentoonstelling. Mori rangschikte keramische stenen met amoebe-achtige vormen in een Stonehenge-achtige formatie rondom een krullerige kitschvaas van acryl. Het is een uitbundig vieren van slechte smaak. Dit werk is zó gruwelijk lelijk en over the top, dat het daardoor in zekere zin juist goed wordt. Het is de perfecte weerspiegeling van onze consumptiemaatschappij waar alles kant en klaar te koop is, inclusief spirituele en kosmische ervaringen.

Het werk van Mori is op zijn best als het koel en hard en hightech is, zoals Flatstone. Ze vervaardigt ook schilderijen met zilververf en parelmoer en roze verfspetters, beplakt met lovertjes, strass-steentjes. En gekleurde potloodtekeningen van foetus- en eivormen, of elfjes en libellevleugels. Dit werkt niet, het quasi-expressieve, artistiekerige van de signatuur past niet bij Mori’s digitale utopieën.

Mori is in essentie een kleindochter van de oudere kunstenaar Japanse Yayoi Kusama. Kusama werd in de jaren zestig beroemd met fallische kunstwerken. Ze bedekte allerhande gebruiksvoorwerpen, van pumps en etalagepoppen tot hele roeiboten, met merkwaardige penisvormige uitsteeksels. In de afgelopen decennia maakte Kusama grootschalige installaties met spiegels, fallussen en grote stippen. Tijdens de opening van tentoonstellingen resideerde ze zelf als toverfee in deze vrolijke labyrinten, gekleed in stippeljurk en met toverstafje en puntmuts. Kusama schiep een tegencultuur, haar kunst is een rebellie tegen de hiërarchische, starre Japanse maatschappij en de onderdrukking van de vrouw. Haar werk is mooi en grappig, maar er gaat ook een dreiging vanuit, de dreiging van geperverteerde erotiek en van potentiële gewelddadigheid.

Vergeleken met Mori is Kusama een beetje ouderwets, omdat ze nog met ‘echte’ materialen werkt, met stoffelijke dingen. Bij Mori is alles smooth en glad en immaterieel. Ook is er bij Mori geen sprake van rebellie – in rebellie gelooft immers niemand meer. Maar haar werk is even extreem en radicaal als dat van Kusama, en er gaat evenzeer, of misschien nog meer, een grote dreiging vanuit. De dreiging van de totale overgave aan een artificiële beeld- en consumentencultuur, van verlies aan zelfbewustzijn en eigen verantwoordelijkheid en vermogen tot zelfstandig handelen. Het is niet duidelijk of Mori een kritisch standpunt inneemt en haar kunst een vorm van cultuurkritiek is, of dat ze echt gelooft in de sentimentele droom van menselijke verbondenheid „over politieke en culturele grenzen heen”, zoals ze schrijft over de Wave UFO. Vermoedelijk gelooft ze er echt in. De dreiging die van haar werk uitgaat wordt er niet minder om.

Mariko Mori: Oneness. Tentoonstelling in het Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Tot 2 september. Di-zo 11-17 uur. In juli en augustus ook op ma 13-17 uur. www.groningermuseum.nl.