Kinderboeken

Beertje Brom ligt in bed, maar de wereld stopt niet

Beertje Brom heeft zijn ritueel uitgevoerd. De appelbroek is uitgetrokken, de sterrenbroek is aangetrokken. Hij heeft geluisterd naar een verhaaltje voor het slapengaan, hij heeft zijn gebedje opgezegd en hij heeft zijn vijf nachtkusjes gekregen. Toen nog een slokje water uit de blauwe beker, de rode slaapsokken aan en onder zijn dekbed hebben ze nog wat warme lucht geblazen.

Meestal komt de slaap dan wel. Maar niet altijd – en zeker niet als het helle licht van de volle maan naar binnen schijnt. In Slaap lekker, Beertje Brom schildert de Duitse illustrator Quint Buchholz het moment tussen dag en nacht waarop een ondefinieerbaar gevoel onder je huid kruipt, het moment waarop jij in bed ligt maar de wereld buiten zachtjes doorgaat, het moment waarop de dingen van de dag zich vermengen met de plannen voor morgen en de dromen van de nacht.

Buchholz tekent realistische tekeningen van een idyllisch landschap met een dromerige waas eroverheen. Het is het licht van de maan dat de gedachten van Beertje Brom meeneemt naar het dommelende leven buiten. Naar de steiger waar nog een hemd wappert in de wind („Dat was het zeil van het schip toen Beertje Brom vanmiddag zeerover was”), naar het weiland met de vogelverschrikker waar nu de reeën grazen en naar de circustent in het dorp waar de clown op zijn viool een slaapliedje voor de kleine olifant speelt.

Pas tegen het einde van het boek blijkt dat de avonturen van Beertje Brom de avonturen van een kind zijn – als Beertje Brom eindelijk in slaap is gevallen, onder de wang van een slapend jongetje. Slaap maar lekker Beertje Brom verbeeldt zo mooi en rustig het onbestemde gevoel van wakker liggen, dat kinderen die het prentenboek in hun avondritueel opnemen de slaap waarschijnlijk snel zullen vatten. (MS)Quint Buchholz: Slaap lekker, Beertje Brom. Vertaald uit het Duits door Rindert Kromhout, 4+, Leopold, €13,95

Kate Saunders serveert slakkenbiefstuk

De titel is de eerste knipoog in het kinderboek van Kate Saunders. Een klein geheim herbergt namelijk een heel groot geheim: het bestaan van een piepkleine wereld. Dat is land in ‘een andere dimensie’, vol sprookjesfiguren en fabeldieren. Tegelijkertijd is deze miniatuurwereld een afspiegeling van de gewone; met biefstuk die van slakken komt en niet van koeien.

Hoe de 11-jarige Anne precies in deze wereld belandt, moet hier ook geheim blijven. Anne, een roodharig buitenbeentje, woont met zes broers en twee ouders in een wat armelijk huis in een Engelse provincieplaats. Op een dag verschijnt in haar schoolklas Staffa, een meisje met ouderwetse kleren en plechtige spreektrant. De meisjes raken bevriend en gaan op vakantie met de moeder van Staffa.

Met de argeloze Anne went de lezer geleidelijk aan de steeds sprookjesachtiger verschijnselen. Eenmaal in het miniland ontrolt zich verhaal over de val van een slechte koningin. Dat is spannend maar conventioneel. Gelukkig weet Saunders de verbazing van Anne over misstanden te gebruiken voor knipogen naar de werkelijkheid. Zo koesteren enkele met uitsterven bedreigde elfen een lachwekkende minachting voor de muisachtigen. Dat is overduidelijk een toespeling op de Britse standenmaatschappij, in de traditie van Swift.

De grootste kracht van Een klein geheim zit in het subtiele spel met mannelijkheid en vrouwelijkheid. Anne en Staffa ravotten de ene dag enthousiast met de Annes broers in de ‘Jongenstuin’ en gaan de andere dag als welgemanierde dames op de thee bij Staffas moeder. Anne draagt thuis en op school zonder morren de kleren van haar broers maar geniet in het miniland van de schitterende jurken.

Het hoogtepunt is de reddingsactie die Anne onderneemt op de rug van een bij. Ze neemt de plek in van een branieachtige jongen en koestert vervolgens de angstaanjagende bij met de tederheid die meisjes vaak voor paarden voelen. Zo kneedt Saunders uit traditionele elementen een modern, verrassend en inspirerend sprookjesverhaal. (KB)

Kate Saunders, Een klein geheim; vertaald door Sofia Engelsman, 222 pag. 9+, Gottmer €13,95

Linzi Glass laat in haar debuut alles uiteen vallen

Lang geleden moest het meisje Ma-We passen op een parelhoen en haar eieren. Toen kwam een hyena die de parelhoen opat en de eieren brak. De honingspeurdersvogel lijmde de eieren en vulde die met honing, zodat Ma-We haar familie kon redden van de hongerdood.

Dit is een van de vele Zoeloeverhalen die Buza de zwarte bewaker vertelt aan Emily, de 12-jarige dochter van zijn blanke baas. De toevoegingen ‘zwart’ en ‘blank’ zijn van belang, want Het jaar dat de zigeuners kwamen speelt in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. De eenzame Emily vult met deze verhalen vol menselijke moed en warmte haar leegte.

De leegte die de Amerikaanse Linzi Glass beschrijft in haar debuutroman is die van het langs elkaar heen leven. Emily woont met haar zus Sarah (15) en haar ouders in een welvarende buitenwijk van Johannesburg. De afstand tussen de rassen is groot, een kloof scheidt kinderen en ouders, die onderling vooral ruzie maken. De ‘zigeuners’ uit Australië – een natuurfotograaf met zijn familie – zorgen als logés even voor ontspanning. De ouders doen joviaal, Sarah barst uit in altruïsme en Emily vindt haar eerste vriend. Dan valt alles voorgoed uit elkaar.

Glass, die opgroeide in Johannesburg, beschrijft deze verpulvering van familie en samenleving indringend. Zo schuilt er een enorme afstandelijkheid in de scène waarin Emily haar wat sullige vader observeert en fantaseert hoe een vergrootglas de bonbons in zijn aktetas zal laten smelten.

De meedogenloosheid wordt verzacht door de talrijke Zoeloelegenden. Soms schiet Glass een beetje door in haar metaforen, beschrijvingen en emotionele dialogen. De pogingen van Emily om alles heel te maken worden iets te vaak verbeeld met Ma-We’s ei. Voor het merendeel vormen haar sterke beelden de lijm van een boek dat vol zit met honing. (KB)

Linzi Glass: Het jaar dat de zigeuners kwamen. Vertaald door Jenny de Jonge, 287 blz. Pimento, €15,95

Verder verschenen

Een jury van Nederlandse jeugdbibliothecarissen koos het schattige Kleine muis zoekt een huis van Petr Horácek uit als Prentenboek van het Jaar. Een muis zoekt een nieuw hol dat groot genoeg is voor hem en de appel die hij vond. Tegen het einde, als hij van de appel heeft gegeten, vindt hij zo’n huis en het lijkt verdacht veel op zijn eigen holletje. Petr Horácek heeft voor zijn collagetechniek goed naar illustrator Eric Carle gekeken. Ook de gaten in de bladzijden zagen we al bij Carles Rupsje Nooitgenoeg