‘Ik lees liever feiten dan meningen’

Jongeren moeten leren kritisch om te gaan met de media, vindt het kabinet. Maar het begrote ‘media-educatiecentrum’ laat nog altijd op zich wachten.

Met frisse tegenzin bladeren de meisjes – en één jongen – door de kranten. „Meer plaatjes, kleinere stukjes, grotere koppen. Een populaire krant is gewoon lekkerder om te lezen dan een kwaliteitskrant”, zegt een meisje.

Het is vrijdagochtend even na half negen. Klas 4 havo van het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam-Zuid leest de krant. Docente maatschappijleer Sanderien Verstappen bespreekt het nieuws van de afgelopen week. Het thema is geweld, in het bijzonder de schietpartij op een universiteit in Virginia. De zeventien leerlingen vergelijken verschillende dagbladen.

„De Telegraaf laat meer vrienden van slachtoffers aan het woord. Het verslag in NRC Handelsblad is droger. Als ik het lees, begrijp ik veel woorden niet”, zegt een leerlinge. Haar vriendin: „Toch lees ik liever feiten dan meningen. Een mening kan ik zelf wel vormen.” Leerlingen hebben moeite met de verschillen tussen diverse kranten. „Trouw? Dat is toch een populaire krant?”

De media-aandacht voor de schietpartij op Virginia Tech was groot. Wat is waar van al die berichten? En wat is waardeloos? De les in media-educatie van Sanderien Verstappen moet leerlingen helpen het antwoord te geven op die vragen. Ze krijgen daarbij steun van Stichting Krant in de Klas. KiK levert niet alleen gratis kranten, maar ook opdrachten bij de actualiteit. De organisatie bestaat dertig jaar en wordt betaald door alle (betaalde) dagbladen.

De leerlingen tellen deze ochtend berichten over criminaliteit. En ze vergelijken hoe één onderwerp – de schietpartij op Virginia Tech – wordt besproken. Dat gaat niet altijd van harte. Sommige scholieren lezen liever de berichten dan dat ze ze tellen. „De krant zelf leidt af”, zegt Fifi Schwarz van Krant in de Klas. „Dat geeft me een trots gevoel.”

KiK is niet de enige organisatie op het gebied van media-educatie. Er is Kennisnet, SchoolTV, Kijkwijzer. „De praktijk wordt gekenmerkt door gebrekkige onderlinge kennisoverdracht, geringe continuïteit en het ontbreken van een duidelijke visie”, schreef de Raad voor Cultuur in 2005. Media-educatie, of mediawijsheid, is een belangrijk onderwerp voor de ontwikkeling van „nieuw burgerschap”, aldus de Raad. De overheid zou het tot haar prioriteit moeten maken.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vindt ook dat mensen ‘mediawijs’ moeten zijn. „Onze democratie wordt beschouwd als een mediacratie, onze cultuur als een beeldcultuur en onze economie ontwikkelt zich tot een creatiever kenniseconomie. De gevolgen van deze veranderingen zijn ingrijpend en tegelijkertijd moeilijk te overzien”, staat in een notitie van september vorig jaar.

Mooie woorden, maar tot actie hebben die nog niet geleid. „Ik heb heel wat moties ter bevordering van media-educatie ingediend”, zegt Tweede Kamerlid Arie Slob (ChristenUnie), „Die werden ook aangenomen, maar daar gebeurde niets mee.” Slob zag zijn kans schoon, toen de ChristenUnie ging regeren. In het regeerakkoord staat nu: „Er komt een media-educatie- en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen.”

Het kabinet noemt geen bedrag dat is bestemd voor zo’n centrum. De publieke omroep (inclusief media-educatie) staat voor 100 miljoen extra op de begroting. Volgens Slob is er ongeveer 3 miljoen euro voor een mediacentrum. „Dat moet geen gebouw van zes verdiepingen met veel mensen worden”, zegt Slob. „Het kan al één persoon zijn. Er zijn al veel initiatieven. Daarbij moet je aansluiten.” Minister Plasterk (OCW, PvdA) geeft „dit jaar” duidelijkheid, belooft een woordvoerder. „Wij zijn volop in gesprek met betrokken partijen hoe de passage in het regeerakkoord moet worden uitgewerkt.”

Fifi Schwarz van Krant in de Klas weet in ieder geval wat zo’n centrum níét moet doen. „Voorschrijven wat wel en wat niet door de beugel kan. Dat is aan opvoeders. Als ‘de media’ er al op uit zijn om ons te beïnvloeden, dan is het aan ouders en leerkrachten om te voorkomen dat hun kinderen zich ook laten beïnvloeden.”

Een centrum voor media-educatie hoeft mensen ook niet te beschermen, vindt Schwarz. „Bijvoorbeeld tegen digitaal pesten of seks-chats, waarvoor nu veel aandacht is. Mensen moeten juist leren om kritisch om te gaan met media.” De Raad voor Cultuur deelt het bezwaar van Schwarz. „De activiteiten van het centrum zouden meer gericht moeten zijn op de kansen dan op de bedreigingen die nieuwe media bieden”, aldus Rob Berends van de Raad.

In discussies over mediagebruik van kinderen is te veel aandacht voor vaardigheden, zeggen deskundigen. Leer mensen liever dat zij deel uitmaken van een ‘informatie-uitwisselingsproces’, vindt Schwarz. „Verschillende afzenders van informatie, met verschillende belangen en invalshoeken, verspreiden hun – gekleurde – informatie.” Dat Schwarz van Krant in de Klas het dagblad de beste manier vindt om dat te leren, ligt voor de hand. „Kranten lezen moet in het onderwijscurriculum.”

Ondertussen maakt 4 havo van het Fons Vitae Lyceum dankbaar gebruik van de kranten van KiK. „Ah, de uitagenda! Ga jij dit weekend nog naar Paradiso?”

Meer informatie op www.krantindeklas.nl. Andere organisaties zijn te vinden via http://mediawijsheid.kennisnet.nl/organisaties