Hoe een salariskwestie een schandaal werd

De rel rond Paul Wolfowitz brak in Europa eerder uit dan in Amerika. Daar staat de Wereldbank bekend als een ‘salarisparadijs’ voor arrogante weldoeners.

Het duurde even voordat Amerika begreep dat het buitenland zich opwond over directeur Paul Wolfowitz van de Wereldbank. Niet alleen de regering-Bush werd overvallen door de affaire over de salarisverhoging van Wolfowitz’ vriendin, die vannacht leidde tot zijn aftreden. Ook de Amerikaanse media zagen de affaire niet aankomen. Zo werd de primeur over Wolfowitz’ aandeel in de salarisverhoging van zijn vriendin Shaha Riza twee maanden geleden verstopt in een lichtvoetige rubriek in The Washington Post.

De auteur, Al Kamen, beschrijft de Wereldbank graag als een salarisparadijs voor arrogante weldoeners. „Er is enige ontevredenheid onder het grof overbetaalde Wereldbankvolkje nu de jaarlijkse salarisstijgingen voor 2007 geregeld moeten worden”, begon het stukje op 28 maart. De feiten over de salarisverhoging, waarover de Wereldbank de afgelopen maand langdurig vergaderde, werden er allemaal in genoemd – op pagina 13.

Het bleef destijds dan ook stil. Pas toen dezelfde krant een week later, 4 april, in een ander lichtvoetig stukje, nu in de roddelrubriek in het derde katern, nota bene tussen haakjes, nóg eens aan de „prettige salarisverhoging” herinnerde die Riza van Wolfowitz had gekregen, kwam de zaak tot leven. De Britse Financial Times kwam daarna met nog veel meer details – en de affaire-Wolfowitz was geboren.

Althans, in Europa. Drie weken later, op 25 april, heropenden de Democraten de aanval op de cultuur van machtsmisbruik en nepotisme onder de regering-Bush. Vorig jaar bij de Congresverkiezingen bleek dat die thema’s, na de oorlog in Irak, voor kiezers dé motivatie waren om naar de Democraten over te stappen. En de Republikeinen hebben hun gewoonten niet afgeleerd: momenteel loopt tegen zeven Republikeinse Congresleden een corruptieonderzoek.

Rahm Emanuel, de strateeg achter de Democratische overwinning in 2006, zei: „Sinds Watergate, toen ons justitiesysteem en onze inlichtingendiensten werden misbruikt voor partijpolitieke belangen, hebben wij niet meer zoveel misbruik gezien.” Hij noemde een reeks nieuwe voorbeelden – maar niet de kwestie-Wolfowitz. Waarom? Veel te veel andere zaken, zei hij na afloop met een knipoog.

De zaak-Wolfowitz kwam pas de laatste weken – toen zijn vertrek al onvermijdelijk was – prominent aan bod in Amerikaanse media. [Vervolg WOLFOWITZ: pagina 11]

WOLFOWITZ

Val van Wolfowitz door Europese mores

[Vervolg van pagina 1] Amerikaanse verslaggevers gaven afgelopen dagen toe dat ze de zaak verkeerd hebben ingeschat. Maar te verklaren is het wel, vertelden ze: de lankmoedigheid waarmee de regering-Bush reageert op nepotisme en machtsmisbruik in eigen kring heeft de media berustend gemaakt: als de feiten eenmaal bekend zijn, gebeurt er onder Bush toch niets met de verantwoordelijke functionarissen.

Het is waar dat de regering de laatste jaren bijna altijd goedmoedig toekeek als individuen in de politiek of de bureaucratie hun werk gebruikten voor hun eigenbelang. Philip Cooney was onder Bush de stafchef voor het milieu, eerder werkte hij voor de olie-industrie. In het Witte Huis schrapte hij stelselmatig passages in artikelen over het broeikaseffect van federale wetenschappers als die negatief waren voor de olie-industrie. Toen zijn rol bekend werd, vertrok hij – naar ExxonMobil. De regering was niet verontwaardigd. En als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden kocht de Republikein Dennis Hastert een stuk grond bij zijn huis. In het Congres stimuleerde hij de aanleg van een weg langs de grond, die hij daarna voor een miljoenenwinst verkocht. Republikeinen zagen geen problemen.

En dus was ook de verwachting dat de aandacht voor de hulp van Paul Wolfowitz aan zijn vriendin wel weer zou verdwijnen. Maar omdat de regering-Bush nu met Europese mores te maken kreeg, vertelde een Duitse diplomaat gisteren, werkte haar binnenlandse tactiek van zwijgen en afwachten niet meer. Het was typerend voor de Amerikaanse houding in de hele zaak, zei hij, dat Wolfowitz alleen wilde opstappen als de bank zijn „verzekering” accepteerde dat hij „ethisch en in goed vertrouwen” had gehandeld.

De komende tijd wordt de lang beproefde tactiek ook binnenslands op de proef gesteld. De testcase is Alberto Gonzales. De minister van Justitie en vertrouweling van Bush zit door het tussentijdse ontslag van zeven federale aanklagers in een hopeloos lijkende positie. Hij vertelde dat de aanklagers zijn weggestuurd omdat ze niet competent waren. Dat blijkt niet te kloppen, hij heeft zijn excuses al gemaakt.

Maar waaróm ze zijn ontslagen – enkelen werkten aan politiek zeer gevoelige onderzoeken in Republikeinse gelederen – heeft hij nog steeds niet kunnen uitleggen. De aanwijzingen dat het om machtsmisbruik gaat, stapelen zich op. Of, zoals Emanuel het noemt: „Politieke motieven prevaleerden boven het justitiewerk.”

Vier van zijn topambtenaren zijn al over de zaak gestruikeld. En een vijfde ex-topambtenaar vertelde deze week in detail hoe Gonzales zich in 2004 als een paladijn van Bush gedroeg toen hij, destijds als juridisch adviseur van de president, zijn voorganger John Ashcroft op de intensive care bezocht omdat die voor zijn gedwongen opname het geheime binnenlandse afluisterprogramma van de regering strijdig met de Grondwet had verklaard. Als gevolg van deze getuigenis – op alle tv-netten uitgezonden – vroeg gisteren een zesde Republikeinse senator om zijn aftreden.

Bush blijft zijn minister door dik en dun steunen. Volgende week, kondigden de Democraten gisteren aan, zal de Senaat stemmen over zijn aanblijven. De uitslag staat vast (de meerderheid wil hem weg hebben). Het zal de druk op Bush verder opvoeren. De komende dagen worden nieuwe onthullende getuigenissen verwacht – de tactiek van zwijgen en afwachten is niet langer houdbaar.

Breaking views: pagina 13