Hef de Wereldbank anders maar op

Het ontslag van Paul Wolfowitz was waarschijnlijk verdiend. Het is nu eenmaal niet echt slim om tekeer te gaan tegen corruptie en tegelijkertijd een loopje te nemen met de regels als het om je eigen partner gaat. Aanhoudende corruptie en de armzalige resultaten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking tonen aan dat er dringend veranderingen nodig zijn bij de Wereldbank. Maar de bestuurlijke problemen lijken onoplosbaar. Daarom zou het beter zijn als de bank meteen maar helemaal wordt opgedoekt.

Net als de meeste internationale instellingen ontbeert de Wereldbank een heldere bestuursstructuur. Het bestuur bestaat uit politieke functionarissen die hun landen vertegenwoordigen en weinig ervaring hebben met bankieren. Daardoor zijn ze afhankelijk van het hogere kader van de bank.

In de praktijk is de staat van dienst van de bank niet goed, of het nu gaat om het voorkomen van corruptie of het bevorderen van economische ontwikkeling. Landen als China, India, Japan, Taiwan en Singapore, waar de Wereldbank een bescheiden of zelfs helemaal geen rol heeft gespeeld, hebben het beter gedaan dan de voornaamste cliënten van de bank in Afrika en Latijns-Amerika. Als er zo’n 100 miljard dollar aan Wereldbank-leningen in rook is opgegaan, zoals de Amerikaanse Senaat in 2004 beweerde, dan functioneren de logge controleprocedures van de bank niet goed.

Veranderingen zijn heel lastig, door verzet van het hogere kader van de bank en onmacht van haar bestuursleden. Wolfowitz was niet bepaald de ideale hervormer. Hoewel hij zeer intelligent is en emotioneel betrokken bij internationale ontwikkelingen, werd hij in verband gebracht met het in de hele wereld zeer impopulaire beleid van de regering-Bush. Een professionele bankier of een vertegenwoordiger van de gematigde koers in het buitenlands beleid waarop Bush in 2000 werd gekozen, zou veel minder oppositie hebben ontmoet.

Het is onduidelijk of welke Wereldbank-president dan ook, ongeacht zijn achtergrond, de bank nog kan saneren. De selectieve lekken naar de media, de pogingen om het relatief onschuldige vergrijp van Wolfowitz in een zo kwaad mogelijk daglicht te stellen en de politisering van het besluitvormingsproces duiden erop dat het hogere kader van de bank in zijn recht meent te staan als het voortgaat op de ingeslagen weg, die effectief leiderschap onmogelijk maakt.

Het totaalbedrag aan leningen van de Wereldbank is van het hoogtepunt van 122 miljard dollar in 2002 teruggelopen naar 103 miljard dollar in juni 2006. Daardoor onttrekt de bank nu meer geld aan de ontwikkelingslanden dan ze erin steekt. Het is dus hoog tijd om de instelling uit haar lijden te verlossen en de managers te stimuleren een echte baan te gaan zoeken.

Martin Hutchinson

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld