Fluorescerend roze beest, plastic kegels

Plastic is fantastisch spul! Het is te verkrijgen in de felste kleuren, en in elke gewenste vorm. Van bank tot broodtrommel, bijna alles bestaat in de kunststoffen variant. Je zou bijna medelijden krijgen met de kinderen die verantwoord opgroeien met alleen maar houten speelgoed. Toch staat het materiaal synoniem voor kunstmatig, voor nep, voor wegwerp.

Het niet al te beste imago van plastic wordt door de presentatie Plastic Paradise van Evert Rodewijk (1959, Roelofsarendsveen) in Galerie Cokkie Snoei bijgesteld. De kunstenaar bouwt minutieuze constellaties uit gerecycled plastic. Alles hangt aan nylon draadjes. Tegen het plafond zweeft een omgekeerde kattenbak, die met gekke uitsteeksels vol vrolijke bolletjes verdacht veel wegheeft van een satelliet. Een roze opeenstapeling van buisjes, ringetjes en bolletjes, hier en daar een kwastje uitgekamd kunststof touw en je hebt een toverstaf die zijn weerga niet kent. Een blauwe bol ziet eruit als een hemellichaam.

Her en der zijn er objecten ingeprikt. „Kijk”, zegt galeriehoudster Cokkie Snoei, „dit blauwe dingetje viel eruit, die heb ik hier weer ingeprikt, maar volgens mij hoort ‘ie daar toch niet.” Het blauwe vierkantje lijkt inderdaad veel te recht uit de bol te priemen.

Alles in het werk van Rodewijk ziet er evenwichtig uit. De rondingen hebben een natuurlijk ogend verloop, als de gedraaide strengen van een dna-model. De vrolijke hebbedingen stralen ook iets nostalgisch uit. Je herkent her en der onderdelen: een roeispaan, een fluorescerend roze beest, en oh ja: plastic kegels. Rodewijks miniatuurwerelden zijn aaneengeregen jeugdsentiment. Dit is ongecompliceerde, blije zomerkunst.

De fotocollages van de andere exposant in galerie Cokkie Snoei, Bianca Runge, hebben een al even decoratieve, tactiele uitstraling. Beide kunstenaars werken enorm nauwgezet en hebben oog voor detail. Runge (1967, Naarden) bewerkt foto’s uit dertig jaar oude pin-uptijdschriften. Ze snijdt de vrouwen uit beeld. Wat overblijft is leegte, die weer zorgvuldig opgevuld is met andere foto’s waarop je alleen textiel ziet, of het haar van een verdwenen vrouw. . In de collages verdwijn je bijna, zoveel lagen kun je erin ontwaren. Runge scant de beelden in, bewerkt ze soms met verfstippen, die bloesempjes vormen. Uiteindelijk print ze het werk uit, zodat alle lagen gelijk aan elkaar worden. Het resultaat schurkt tegen het abstracte aan.

De collages zeggen iets over de iconografie van verleidelijkheid. Er is geen vrouw te zien, nergens is bloot en toch blijft een gevoel van verleidelijkheid over. Blijkbaar bestaat sexy niet bij de gratie van uitdagend en bloot, maar draait het om sfeer, om bepaalde houdingen. Die houdingen blijven na Runges ingrepen toch herkenbaar en zo toont de kunstenaar aan dat er een gemeenschappelijke aanname is van hoe een vrouw moet poseren om sexy te zijn.

Van een felle kritiek op vrouwbeelden in advertenties en tijdschriften is niet echt sprake. Runge is een bedaagder versie van Lidy Jacobs. Die snijdt in foto’s van stoeipoezen met een veel explicieter en vleziger resultaat.

Zo blijft het aan de veilige kant in Galerie Cokkie Snoei. Moeilijke, confronterende beelden ontbreken. Waar het hier om draait is nauwkeurig, bedachtzaam en veelkleurig handwerk.

Evert Rodewijk en Bianca Runge. T/m 26 mei te zien in Galerie Cokkie Snoei, Mauritsweg 55, Rotterdam. Do t/m zo 13-18u. Inl: 010-4129274, www.cokkiesnoei.com