Een rode ballon en een Roemeense abortus

Een onuitputtelijke stroom van goede films vult de eerste dagen van het filmfestival in Cannes, met als voorlopige uitschieter Le voyage du ballon rouge, met Juliette Binoche als drukke, alleenstaande moeder.

Simon (Simon Iteanu) met zus (Louise Margolin) in ‘Le voyage du ballon rouge’

Het filmfestival van Cannes schept een wonderlijk soort continuüm. De grens tussen bioscoop en buitenwereld vervaagt als je op het plein voor het festivalpaleis een dwergfotograaf ziet die een langbenige blondine in de juiste houding dirigeert, of als overal kleine hondjes met getoupeerde kuif opduiken. Liefst in een handtas.

In de bioscoop loopt de ene film haast ongemerkt over in de volgende. Dan ontstaan vreemde verbanden tussen twee Roemeense meisjes die een abortus ondergaan in een sombere hotelkamer en twee Franse meisjes die dromen van synchroonzwemmen, of tussen een Russisch klaaglied aan het eind van Andrej Zvjagintsevs Izgnanie (De verbanning) en een weemoedig Frans deuntje over de bittere nectar van Saint Amour in Hou Hsiao-hsiens Le voyage du ballon rouge.

Die laatste film is trouwens subliem. Chinese regisseur Hou excelleerde vroeger in tamelijk statische kaders waarbinnen de wereld bewoog. In zijn laatste films, zoals Three Times, zagen we al dat hij de camera steeds losser durfde te hanteren. In Le voyage du ballon rouge beweegt de camera mee met de personages en de stad, natuurlijk en regelmatig als ademhaling.

Hou brengt een hommage aan de Franse jeugdklassieker Le ballon rouge, aan het Chinese poppentheater, én aan Parijs, in het bijzonder aan Musée d´Orsay. Daartussen weet hij ook nog een ontroerend drama uit te tekenen, van een alleenstaande moeder met haar zoon. Juliette Binoche speelt de moeder, een licht hysterische en wat ordinaire theatermaker, die altijd pressée is, maar doet alsof ze wel weet hoe ze het gezellig moet maken. Intussen leunt ze zwaar op de nieuwe au pair, de Aziatische filmstudente die een film maakt over Le ballon rouge.

De contrasten tussen rust en drukte, het spel van het jongetje, de au pair en Binoche, en het vanzelfsprekende gemak waarmee Hou een kamer regisseert waarin een piano wordt gestemd, wordt geruzied, getelefoneerd en geplaystationd, het is domweg geniaal.

Goede films lijken in een onuitputtelijke stroom te komen dit jaar. Terwijl vorig jaar de ene half gelukte film na de andere complete mislukking op het programma stond, zijn er nu in nog geen drie volle dagen tijd al een handvol prachtige films langsgekomen. In de competitie heeft tot nog toe vooral 4 luni, 3 saptamini si 2 zile (4 maanden, 3 weken en 2 dagen) van de Roemeen Cristian Mungiu indruk gemaakt. Meer dan de visuele hoogstandjes van Wong Kar-wai (My Blueberry Nights), de formele symboliek van de Rus Zvjagintsev en de romige terugblik op een grimmige geschiedenis uit de jaren zestig, Zodiac van David Fincher, slaagde de sobere vertelling over een illegale abortus erin het publiek bij de keel te grijpen en mee te sleuren.

Twee studentes in de nadagen van het communistisch regime moeten een abortus voor een van hen regelen. Ze nemen een hotelkamer en daar komt een braaf uitziende man die het wel wil doen, maar daarvoor een ijzingwekkende voorwaarde stelt. Aan beide meisjes.

De acteur Vlad Ivanov speelt briljant. „Als hij in Amerika geboren was, dan zou hij wereldberoemd zijn”, zei regisseur Mungiu met een ondertoon van spijt – hetzelfde kan immers misschien over hem worden gezegd.

Als opening van het aparte programma Quinzaine des réalisateurs ging gisteren de eerste speelfilm van de Nederlandse fotograaf Anton Corbijn in première, Control, over Ian Curtis, depressieve zanger van doemband Joy Divison. Stilistisch fraai en zeer herkenbaar – zwart-wit met zware contrasten – maar inhoudelijk weinig uitgesproken. Een tamelijk conventionele biopic over een muzikant is het geworden, met de muziek vaak één op één als uitdrukkingsmiddel voor de gevoelde emoties. Love Will Tear Us Apart. Misschien is het ook niet goed om deze film te zien met 24 Hour Party People van Michael Winterbottom in het achterhoofd. Daarin wordt opkomst en ondergang van Curtis ook belicht, maar dan op een eigenzinniger manier en met charismatischer acteur – zonder daarmee de goede prestaties van de iets te mooie Sam Riley als Ian Curtis en Samantha Morton als zijn vrouw Debbie in Control te kleineren.

In het Cultureel Supplement vandaag meer over de openingsfilm ‘My Blueberry Nights’ van Wong Kar-wai. Pagina 19.