‘De gekken maken heel Gaza kapot'

Israël bestookt Hamas in de Gazastrook om een eind te maken aan Palestijnse raketaanvallen op Israël. Tegelijk blijven Hamas en Fatah elkaar bestoken.

Een Israëlische scholier leest een gebedsboek onder het tafeltje in het klaslokaal waar hij dekking heeft gezocht tegen Palestijnse raketaanvallen op het stadje Sderot. Israël heeft de afgelopen dagen verscheidene luchtaanvallen op de Gazastrook uitgevoerd om een eind te maken aan de raketbeschietingen. (Foto Reuters) An Israeli high school student reads a prayer book while taking cover under a desk in a classroom during a rocket attack in the southern town of Sderot May 17, 2007. Israel threatened on Thursday "severe" steps to stop rocket attacks by militants from the Gaza Strip, where a shaky truce between rival Palestinian factions appeared to be holding after fighting bordering on civil war. REUTERS/Gil Cohen Magen (ISRAEL) REUTERS

EREZ/ SDEROT, 18 MEI. - „Haram, slecht. De gekken hebben de macht overgenomen in Gaza”, vertelt Mahmoud al-Turq (63) terwijl hij toekijkt hoe verplegers zijn vrouw Ola (62) onder het afdak van de grenspost Erez van een Palestijnse in een Israëlische ambulance tillen. Hoogovervliegende Israëlische F-16’s verbreken de stilte in het zachtglooiende grensgebied van de Gazastrook en de Negev. Alle grensovergangen zijn gesloten wegens de Qassamraketten die door Hamas en Islamitische Jihad op Sderot en omliggende plaatsen in Israël worden afgeschoten.

Voor ‘humanitaire gevallen’ die zijn aangemeld door het Rode Kruis, worden uitzonderingen gemaakt. Ola heeft longkanker en moet bestraald worden in het Barzilai-ziekenhuis in Ashkelon, hetzelfde hospitaal waar ook een joodse moeder en haar 4-jarige dochter worden verpleegd die gewond raakten door een Qassam.

„De manjnunim (gekken) maken heel Gaza kapot. Ze hebben Gaza in brand gezet”, zegt Mahmoud, eigenaar van drie winkels in het centrum van Gazastad, waar deze week de strijd tussen de twee grootste Palestijnse organisaties, Fatah en Hamas, oplaaide.

Als hij zijn hele familie – vier zonen en drie dochters plus hun gezinnen – zou kunnen meenemen, zou hij vandaag nog de Gazastrook verruilen om in Jordanië opnieuw te beginnen. „Zij mogen de gevangenis Gaza niet uit. En het wordt alleen maar erger.”

In de verte loeit op deze donderdagochtend de sirene van Sderot. Tussen alarm en inslag zit ongeveer een minuut. Sinds 2001 zijn 4.500 kachelpijpachtige projectielen op het stadje met immigranten uit Ethiopië en de ex-Sovjetrepublieken afgevuurd, waarbij acht doden en tientallen gewonden vielen. De Qassams stortten meestal in de landerijen neer, maar deze week zijn twee versterkte scholen, een huis en een synagoge geraakt.

„Iedereen is hier zo langzamerhand getraumatiseerd. Dit is psychologische terreur”, vertelt Aron Poulet, hoofd van de sociale dienst in het gemeentehuis. De winkels zijn open, net als de schuilkelders, die zijn beschilderd met grafitti.

„Olmert, je moet je schamen. Je bent ons in deze oorlog vergeten”, schreeuwt een jongen voor een Israëlische tv-camera. Aron: „Onze premier komt vandaag voor het eerst. We hebben hem de hele week niet gezien, maar toen Arkadi Gaydamek ons wel kwam helpen, was hij er opeens ook.”

Gaydamek is een puissant rijke zakenman van Russische origine met politieke ambities en een ontwikkeld gevoel voor stunts. Een dag eerder heeft hij met bussen 800 kinderen en hun ouders uit Sderot weggehaald en ondergebracht in hotels in Beersheva. Dat was voor minister van Defensie Peretz, inwoner van Sderot en verwikkeld in een strijd om het leiderschap van zijn Arbeidspartij, aanleiding om voor te stellen heel Sderot te ontruimen. Voor Olmert is dat onbespreekbaar. „Hamas zit te wachten op de foto van vluchtende Israëliërs. Daar wil hij onder geen voorwaarde aan meewerken”, aldus zijn woordvoerder.

[Vervolg GAZA: pagina 4]

Aanvallen Israël komen Fatah goed uit

[Vervolg van pagina 1] Aron Poulet zucht: „Dit maken we nu al jaren mee. Wij krijgen de Qassams op ons hoofd en de politici ruziën en doen niets. Geen enkel land in de wereld zou het toestaan dat zijn burgers zes jaar lang worden gebombardeerd. Als Sderot Jeruzalem zou zijn, dan had het leger de hele leiding van Hamas, inclusief alle Hamasministers, allang gedood. Moeten er eerst 100 doden vallen voordat ze iets doen?”

Premier, minister van Defensie en legertop voelen echter niets voor een grootschalig grondoffensief in Gaza. De mobiele Qassambrigades zijn moeilijk op te sporen, heeft de ervaring geleerd. Een herbezetting van de Gazastrook is geen aanlokkelijk alternatief voor Israël. Olmert heeft daarom gekozen voor een andere, ook al eerder beproefde optie: luchtaanvallen op gebouwen van Hamas en gerichte liquidaties van Hamas- en andere leiders.

Bedoeld of onbedoeld hebben de eerste vijf luchtaanvallen als neveneffect dat het Israëlische leger de Palestijnse organisatie Fatah van president Abbas steunt in de strijd tegen Hamas. De moslimfundamentalistische beweging heeft in ieder geval de Israëlische acties uitgelegd als een teken dat Fatah, president Abbas en zijn Presidentiële Garde in het bijzonder, wordt gesteund door Israël én Amerika.

Abbas annuleerde vlak voor het begin van de Israëlische luchtaanvallen een aangekondigd bezoek aan Gazastad, waar hij met Hamaspremier Haniyeh zou trachten een bestand te sluiten. Met de afzegging werd bevestigd dat de Gazastrook te gevaarlijk is voor de Palestijnse president, die door Hamas wordt beschouwd als een verrader. De ‘eenheidsregering’ van Hamas en Fatah lijkt alleen nog in naam te bestaan. De Palestijnse broederstrijd heeft als tweede gevolg dat Amerikaanse, Europese en Arabische pogingen om Israëliërs en Palestijnen weer met elkaar in gesprek te brengen kansloos zijn. Voorzichtige manoeuvres met het herbevestigde Arabische initiatief (een Palestijnse staat in ruil voor vrede met de Arabische wereld) als inzet zijn meteen stilgelegd.

Nu Hamas weer rechtstreeks betrokken is bij de Qassamaanvallen voelt Israël zich gesterkt in de boycot van de Palestijnse eenheidsregering. Israël zal ook nooit een Palestijnse staat accepteren als Hamas daarin een rol speelt en er geen keiharde veiligheidsgaranties gegeven worden.

Voor de meerderheid van de Palestijnen, onder wie Mahmoud en Ola, zijn deze ontwikkelingen rampzalig. Meer dan driekwart van de bevolking in de hermetisch afgesloten Gazastrook is rechtstreeks of indirect afhankelijk van internationale hulp. Hulp die in gevaar komt als door aanvallen op grensposten de ‘sluizen’ naar Gaza dicht blijven. De meeste internationale hulpverleners zijn uit de Gazastrook teruggetrokken omdat de strijd het karakter van een burgeroorlog krijgt. Sommige groepen beginnen ook Al-Qaeda-achtige trekken te vertonen.

Dit zijn constateringen die voor zakenman Mahmoud al-Turq, die zichzelf een gelovige moslim noemt, bijna net zo onverdraaglijk zijn als het lijden van zijn vrouw. „Ik begrijp niet waarom de wereld zich niet veel ongeruster maakt over wat er in de Gazastrook gebeurt, de extremisten nemen de macht over”, zucht hij als zijn vrouw wordt weggebracht en hij rechtsomkeert maakt naar Gazastad.