China’s dromen over wind en zon

Stijgende prijzen, milieuvervuiling en afhankelijkheid van het buitenland nopen China tot het zoeken naar alternatieven voor fossiele brandstoffen. Baoding moet een voorbeeld voor het land worden.

Welkom in de ‘Electrical Valley of Baoding’ staat op een groot bord waarop een maquette van een industriegebied staat afgebeeld. De stad met een miljoen inwoners ligt 150 kilometer ten zuidwesten van Peking. Baoding moet de stad van de toekomst worden: de stad voor duurzame energie.

Midden op een kruispunt staat een stoplicht dat wordt gevoed door zonne-energie. Ook aan gebouwen hangen zonnepanelen. In Baoding worden zonnepanelen gemaakt en dat is te zien. Maar daar blijft het niet bij. In 2003 heeft de overheid Baoding als centrum voor duurzame energie aangewezen en sindsdien is een enorme ontwikkeling op het gebied van ecotechnologie op gang gekomen. En dat is nodig want het IEA (Internationaal Energieagentschap) in Parijs maakte onlangs bekend dat China in 2008 waarschijnlijk al ’s werelds grootste uitstoter van CO2 zal zijn.

Door de toegenomen olie-import (in april steeg deze met 23 procent tot een nieuw record), fluctuerende olieprijzen, hoge milieukosten als gevolg van vervuiling en problemen in de kolenindustrie beseft China dat de ontwikkeling van duurzame energie cruciaal is. Met energiecentra als Baoding wil het de wereld laten zien dat het er alles aan doet het energieprobleem aan te pakken.

China is voor zijn energiebehoefte voor 70 procent afhankelijk van kolen. In 2006 verstookte het meer dan 1,4 miljard ton. Maar de op kolen gedreven elektriciteitscentrales zijn inefficiënt en vervuilend. Bovendien zorgen hoge transportkosten vanuit de noordelijke provincies en de sluiting van meer centraal gelegen mijnen ervoor dat het land in toenemende mate afhankelijk is voor de import uit onder meer Indonesië en Australië.

Om de economische groei van 10 procent per jaar te kunnen bijhouden zoekt Peking naar duurzame energiebronnen. Peking beseft dat het huidige energiemodel onhoudbaar is, maar ondanks het feit dat de overheid energiebesparing hoge prioriteit heeft, slaagde China er tot nu toe niet in om het energieverbruik te laten dalen. Om die doelstelling wel te halen zal de energieconsumptie in 2020 voor 16 procent afkomstig moeten zijn uit duurzame bronnen zoals biomassa, zonne-energie en windmolens. Nu is dat 6 procent. Om dit te halen zal er het komende decennium 138 miljard euro worden geïnvesteerd in duurzame energie.

„De wet op duurzame energie die in 2005 werd ingevoerd heeft veel veranderd. Eigenaren van stroomnetwerken mogen nu alternatieve vormen van energie gebruiken. Oliedistributeurs worden aangemoedigd biologische brandstof te verkopen en de overheid geeft subsidies voor ecologische energieprojecten”, zegt energie-expert Wan Xinwang, die werkt bij de Energy Foundation, een Amerikaanse niet-gouvernementele organisatie gevestigd in Peking.

Sinds enkele jaren is in Baoding een grote ontwikkeling op het gebied van ecotechnologie op gang gekomen. Productiebedrijfjes die onderdelen leveren voor het opwekken van alternatieve energie schieten er als paddestoelen uit de grond. Zo wordt er naast wind- en zonne-energie gewerkt aan energiebesparing, en besparing op het terrein van transport en opslag. Ook worden al jaren transformatoren gemaakt voor de Drie Kloven-dam door het bedrijf Tianwei waaraan Nederland kennis levert op het gebied van windenergie.

De stad heeft ook contacten met Nederland over de productie van windmolens. Tijdens een bezoek van staatssecretaris Van Gennip vorig jaar sloot het energieonderzoekscentrum ECN een overeenkomst om kennis te leveren en ervaring te delen voor de productie van rotorbladen en windturbines.

China heeft op het gebied van windenergie grote plannen. In 2005 genereerde het 1.260 megawatt aan windenergie waarmee het de tiende plek wereldwijd innam. Ter vergelijking: Duitsland heeft 18.428 megawatt aan capaciteit en Nederland 1.219 megawatt. China heeft zich de zeer ambitieuze doelstelling gesteld om in 2020 30 gigawatt geïnstalleerd vermogen te realiseren.

Vicedirecteur van ‘Baoding Electrical Valley’ en tevens directeur van de China Windenergie Associatie, Ma Xuelu, toont in zijn kale kantoor trots een maquette van de ‘energie-stad’ in aanbouw. „Duurzame energie is noodzakelijk voor een duurzame groei van de economie. Je kunt beter duurder produceren met minder schade voor het milieu, dan goedkoop produceren met later hoge kosten om milieuschade te herstellen.”

Volgens Ma maakt Baoding furore op het gebied van windenergie. De Hui Teng-fabriek is marktleider in China op het gebied van rotorbladen voor windmolens. Op het terrein van het bedrijf liggen de molenwieken van 34 meter lang zij aan zij op houten schragen. In de fabriekshal slaat de chemische stank direct op de keel. Vijftig arbeiders met gasmaskers op werken aan de bladen.

„Hui Teng heeft de capaciteit generatoren van 750 kilowatt te bouwen. Op jaarbasis maken we 6.000 rotorbladen”, zegt manager Wang terwijl hij zijn werkmannen instrueert. De fabriek levert onderdelen aan bijna alle windparken in China die voornamelijk in de noordwestelijke provincies zijn gevestigd, waar het vaak en hard waait.

De kosten voor het opwekken van windenergie zijn wel veel hoger dan van de energie die uit kolen wordt gewonnen. Bovendien is er veel wind nodig en sommige windparken kunnen maar drie maanden per jaar draaien.

Omdat buitenlandse investeerders beducht zijn hun technologische kennis kwijt te raken en de winstmarges klein zijn, draaien veel bedrijven in Baoding op overheidssubsidies. Sommige multinationals als Siemens (Duitsland) en Vestas (Denemarken) hebben zich al wel verbonden aan lokale bedrijven.

Het Nederlandse bedrijf KV Connections helpt de overheid in Baoding en Peking bij het ontwikkelen van projecten. Volgens directeur Nando van Ketwich willen de Chinezen groene energie groot aanpakken. „Je kunt gerust zeggen dat ze op het gebied van windenergie enorme kikkersprongen maken. Er is nu geld en de Chinezen hebben haast. Stadia die wij in het Westen allemaal zorgvuldig hebben doorlopen slaan ze met groot gemak over”, aldus Van Ketwich. Voor buitenlandse investeerders is het echter moeilijk om een plaats te verwerven op de Chinese energiemarkt. „Energie is nog altijd in staatshanden en de overheid zal altijd de voorkeur geven aan lokale bedrijven”, zegt Van Ketwich.

Volgens manager Jiang Zhaoming doet Hui Teng zijn voordeel met die overheidsstrategie. „In de toekomst willen we met behulp van de kennis die ook in de vliegtuigbouwindustrie wordt gebruikt, molens van wel 3 megawatt ontwikkelen. Als we dat kunnen bereiken, hebben we de achterstand met het Westen in één keer ingehaald.”