Boris Godoenov in lendendoek

Voorstelling: Boris Godoenov van M. Moesorgski door de Nationale Reisopera, Stadsjongenskoor Oldenzaal en het Gelders Orkest o.l.v. Vasily Petrenko. Regie: Robert Lehmeier. Gezien: 15/5 Stadschouwburg Nijmegen. Herh.: t/m 17/6. Inl.: www.reisopera.nl. Radio 4: 19/5 19.02 uur.

Eindelijk in het Gelderse Poesjkin-festival echt drama van Poesjkin: Boris Godoenov in de versie uit 1869 van Modeste Moesorgski, die zelf de tekst schreef voor deze opera over het eeuwige Russische leed. Het is de slechts twee uur durende oerversie van Boris, later uitgebreid tot een werk van epische omvang over de ‘Tijd der troebelen’ rond 1500.

De compacte oer-Boris waarmee de Nationale Reisopera nog een maand door het land toert, is de grootste productie uit de historie van het gezelschap. In de Nijmeegse Stadsschouwburg, waar de orkestbak veel te klein is voor het complete Gelders Orkest, dirigeerde de jonge Russische dirigent Vasily Petrenko dus een bijna kamermuzikale versie van Boris: lichter en transparant, soms zelfs lyrisch. Zaterdag klinkt via Radio 4 een uitvoering met volledig orkest.

De enscenering komt uit de Duitse dramaturgische school. Regisseur Robert Lehmeier was de assistent van van Harry Kupfer, die twintig jaar geleden bij de Nederlandse Opera zijn snoeiharde Boris-versie presenteerde: het Russische volk is al eeuwenlang het slachtoffer van meedogenloze politieterreur. Lehmeiers voorstelling oogt minder agressief maar gaat eigenlijk nog verder. Het Russische volk, soms gekleed in T-shirts met een Christus-icoon, is gedrild tot gedweëe volgzaamheid, al wordt nog wel geklaagd over de honger.

Tsaar Boris, die in duistere, chaotische tijden aan de macht kwam door moord op de tsarevitsj, presenteert zich als Christus. Onder zijn tsarenmantel draagt hij aanvankelijk slechts een lendendoek, later hedendaags ondergoed. De tsaar is een labiele persoonlijkheid, net als zijn kinderen levend tussen waan en werkelijkheid. In een sterk psychologische aanpak laat Lehmeier de sluwe bojarenleider Sjoejski Boris langzaamaan volkomen gek maken, tot de dood volgt. Dat levert, na een al te gedetailleerd begin met veel symboliek, toch een steeds sterkere voorstelling op.

De overtuigende Litouwse bas Almas Svilpa maakt van Boris een extra tragische rol: hij is net als het Russische volk een slachtoffer van het systeem. Dat wordt hier gepersonifieerd door Sjoejski, vilein vertolkt door Mark Tevis. Goede rollen zijn er onder andere voor Harry Peeters (Pimen), Grigori (Marcel Reijans), Ksenia (Lenneke Ruiten) en Missail (André Post).