Bommetje in de polder

Zal Osama Bin Laden de geschiedenis ingaan als de grote hervormer van het Nederlandse binnenlands bestuur? Het ziet er niet naar uit. Maar dat wil niet zeggen dat voor de hervorming geen reden is. Terreurbestrijding volgens de vaderlandse poldertradities is namelijk ‘niet effectief’. Deze droge constatering is een van de understatements in een deze week verschenen, vernietigende evaluatie van terreurbestrijding in de consensuspolder die grote steden, departementen en rijksdiensten vormen.

Het mag een wonder heten dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) desondanks een opvallend succes wordt genoemd. Ja, zelfs de kwalificatie ‘doorbraak’ in de bestuurlijke verhoudingen meekreeg. Maar dat komt vooral doordat tot 2005 sprake was van onvoldoende samenwerking en ‘geen echt beleid’. En overigens was ‘de chaos op het speelveld te groot’. Het aanbrengen van een coördinerende club tussen twee departementen, op zichzelf een ‘zwakke, niet heldere structuur’, bleek al opluchting te bieden. Door competente leiding, praktisch werken en een nationale blik wist de NCTb terreurbestrijding op een hoger plan te brengen. Zeldzaam goed nieuws dus.

Aldaar aangekomen is de toestand nog altijd ernstig. Dat in Den Haag één minister verantwoordelijk is voor veiligheid en één voor terreur, is onduidelijk, ondoorzichtig en onjuist, zo zeggen geïnterviewde bestuurders en ambtenaren. De ‘coördinator’ is een vreemde eend in de bijt, afgedwongen in crisistijd, die in deze vorm niet houdbaar is en op termijn onwerkbaar. De gevestigde instituten in het openbaar bestuur zijn het weeskind NCTb liever kwijt dan rijk.

De rapporteurs bevelen echter aan de minister van Justitie meer ‘doorzettingsmacht’ te geven en van de Coördinator een Nationale Autoriteit te maken. Organisatorisch gewenst, maar politiek helaas onhaalbaar. Om dat voor elkaar te krijgen, moet er vermoedelijk ergens eerst een bom ontploffen of (nog) een beroemd slachtoffer vallen.

Dat in het land der blinden eenoog koning is, stelt niet gerust, maar verrast ook niet. Het institutionele wantrouwen tussen Justitie en Binnenlandse zaken is al decennia bekend. Het aan elkaar knopen van geheime diensten, Openbaar Ministerie, stadsbesturen, politiekorpsen en talloze bestuurders is een heidens karwei. Dat de NCTb daarin vorderingen heeft gemaakt, is een bijzonder succes waarop voortgeborduurd moet worden. Tot nu toe stond dit kabinet echter met de rug naar bestuurlijke hervormingen. Er komt geen Randstadprovincie, geen politiehervorming, geen ministerie van Veiligheid en er komen geen democratische vernieuwingen.

De NCTb-evaluatie werd met een nietszeggend briefje aan de Kamer aangeboden. De twee verantwoordelijke ministers ontkenden in de pers de institutionele problematiek. Kennelijk zijn doorbraken in de comfortabele bestuurlijke verhoudingen niet welkom. Kennelijk is het machtsevenwicht tussen CDA (Justitie) en PvdA (Binnenlandse Zaken) belangrijker. Kennelijk is niemand in staat de impasse te doorbreken. Terwijl terreuraanslagen om doortastende reacties vragen, om eenduidige leiding en een krachtig bestuur. Zouden de enige crises die Nederland aankan, dan inderdaad dijkdoorbraken zijn? Een polderbestuur moet meer kunnen.