Bestelbuseconomie

Magnus Mills: Het plan voor volledige werkgelegenheid. Vertaald door Michèle Bernard. Podium, 220 blz. € 12,50

Dat elke schrijver altijd hetzelfde boek schrijft is een cliché, maar in het geval van Magnus Mills ontkom je niet aan zo’n mededeling. Zijn voorlaatste novelle Het plan voor volledige werkgelegenheid is meer dan vertrouwde kost. Mills schotelt de lezer in al zijn werken een absurde wereld voor, die enerzijds dwingend is, anderzijds komisch om de droge observaties. Zo ook deze keer. Na de wereld van de camping, het tinnen huis of die van de hekkenbouwers, belanden we nu in die van de bestelbusjes.

Om de werkloosheid te bestrijden is er een Plan opgesteld waarin chauffeurs en bijrijders dagelijks acht uur lang rondrijden met onderdelen voor diezelfde busjes. Of zoals Mills het zelf stelt: ‘In ieder ander land zou Het Plan vandaag nog steeds draaien. In ieder land zou het een bron van nationale trots zijn geweest. Het plan loste in één klap het probleem op dat de mensheid al generaties lang in zijn greep hield. De deelnemers hoefden de zaak alleen maar in beweging te zetten en ze waren verzekerd van een stralend en zonovergoten hoogland waar ledigheid en onzekerheid voor altijd uit verbannen waren.’

Een novelle over verborgen werkloosheid en bureaucratie, dat in de Daily Mail getypeerd is als een boek dat hangt tussen Huxley’s Brave New World en de Britse tv-komedie The Office – dan heb je een vertrouwd Mills-recept in handen. En inderdaad: uniformen, bestelbusjes, routes (zelfs uitgetekend), steekwagens en taartdozen die als illegaal handeltje meegevoerd worden – alle elementen van een absurd verhaal zitten er in.

Ook het conflict is al snel duidelijk: werknemers die per se een volle werkdag van acht uur willen, binden de strijd aan met vroege afzwaaiers. Tegelijkertijd heerst er de spanning van visitaties door nare chefs, vrouwen in erg nadrukkelijk uniform en roddelende collegae.

Het verhaal is knap geconstrueerd, er wordt in weinig woorden een wereld neergezet die veel zegt over de grote wereld. Maar wat is Het plan voor volledige werkgelegenheid saai.

Wie Mills al eerder heeft gelezen zal in niet verrast zijn door de dunne scheidslijn tussen realiteit en absurditeit, de verhoudingen tussen mensen die altijd neerkomen op machtsverhoudingen en vooral die eeuwige nutteloosheid. Wie voor het eerst Mills leest, zal denken: zou je zulke thema’s niet wat ambitieuzer moeten aanpakken, want zo maak je je er in al je kaalheid wel gemakkelijk van af. De inzet is goed bedacht, maar te laag en Mills achteroverleunende gedachte dat je er met een beetje vervreemding wel komt geeft het sausje van absurdisme een vettig velletje waar weinigen trek in zullen hebben.