‘Alle dagbladen zijn in essentie hetzelfde’

Mecom en Wegener willen samen de Europese markt voor regionale kranten veroveren. „Wij zijn ko-pers van kranten, geen verkopers.”

Woensdagmiddag, het Hilton in Amsterdam. Twee heren aan een tafel. Links de Brit David Montgomery, in een donker pak met zwarte das. De bestuursvoorzitter van media-investeerder Mecom spreekt Engels met een Noord-Iers accent. Rechts Jan Houwert, lichter pak, geen das. De topman van Wegener spreekt Engels met een Nederlands accent.

Mecom en Wegener geven samen een toelichting op de overname van de Nederlandse uitgever van onder meer het Brabants Dagblad en De Gelderlander. Met de overname ontstaat een mediabedrijf met niet alleen kranten in Nederland – naast die van Wegener ook de twee titels die Mecom eerder van De Telegraaf overnam in Limburg – maar ook in Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Polen. Samen goed voor 2 miljoen abonnees en 40 miljoen kranten per week.

Wegener is de grootste aankoop van Mecom tot nu toe en ‘Apeldoorn’ krijgt een coördinerende rol in de groep. Is het meer een fusie dan een overname?

Montgomery: „Technisch gesproken is het natuurlijk een overname. Maar de enige aanpak die werkt is die zoals bij een fusie. Het is belangrijk om de verscheidenheid en de kwaliteit van de krantentitels te bewaren. Dat kan alleen met lokaal management. Kranten zijn afhankelijk van de lokale cultuur. Die moeten we koesteren.”

Het aandeel Wegener kostte vorig jaar minder dan 10 euro. Mecom biedt nu 17,70 per aandeel in contanten of bijna 19 euro in eigen aandelen. Toch vinden enkele aandeelhouders het bod nog te laag. Hoe gaat u hen overtuigen?

Houwert: „Het bod van Mecom is zeer redelijk. Dat schrijven ook alle analisten. Het is misschien niet een knock-outbod, maar dat wil ik ook niet. Ik wil niet zelf knock-out gaan. Er moet een leven zijn na deze deal. Natuurlijk hebben aandeelhouders een mening over het bod, maar meningen kunnen veranderen. Bovendien ligt het in de aard van aandeelhouders om een zo hoog mogelijk bod te eisen.”

Mecom belooft zijn aandeelhouders een winstmarge van minstens 15 procent. Wegener haalt een marge van 11 procent, ondanks forse reorganisaties en kostenreducties in het verleden. Hoe denkt u die marge nog verder te kunnen verbeteren?

Montgomery: „Er is geen magic bullet. We proberen alle bedrijven die we kopen organisch te laten groeien. In Polen, Noorwegen en Denemarken loopt een aantal reorganisaties. Daar verdwijnen dit jaar 750 banen. Dat heeft een duidelijk effect op de marges. Naast het verbeteren van de efficiëntie willen we onze diensten aan abonnees verbreden en investeren in internet. We gaan onderzoeken wat precies de synergievoordelen zijn met gezamenlijke inkoop van papier, inkt en automatisering. Dat wordt een taak van Wegener binnen de groep. We weten nog niet hoeveel we daarmee besparen.”

Houwert: „Wegener heeft zelf ook altijd gezegd dat het doel een marge van minstens 15 procent is. Dat kunnen we ook waarmaken. We hebben in 2006 met een verliesgevend AD redelijk eenvoudig een marge van 11 procent gehaald. Nu het AD sinds september winst maakt, moeten we ook 15 procent kunnen halen.”

Wegener – en binnenkort dus Mecom – is voor ongeveer eenderde eigenaar van AD Nieuwsmedia, de uitgever van het AD. PCM bezit de rest. Is Mecom van plan PCM uit te kopen?

Montgomery: „Dat is een kwestie voor het management van Wegener. Maar wij huldigen het principe van het verwerven van dagbladen. Wij zijn kopers van dagbladen, geen verkopers. Dat is helder.”

Journalistenvakbond NVJ noemt Mecom een investeringsfonds in de gedaante van een mediabedrijf. De bond vreest bij Wegener toestanden zoals bij PCM, waar investeerder Apax het bedrijf financieel uitkleedde. Gaat dat bij Wegener ook gebeuren?

Montgomery: „Nee. Mecom is geen private-equityfinancier. Wij zijn een mediabedrijf. Onze aandeelhouders onderschrijven de strategie volledig om een grote speler in regionale dagbladen te worden. Zij krijgen betaald via dividend, niet pas aan het eind van hun investering.”

Houwert: „In dat opzicht is Mecom hetzelfde als Wegener.”

Montgomery: „Bovendien stappen wij in kranten voor de lange termijn. En nee, het klopt niet dat wij in de Limburgse kranten investeren voor maar een jaar of zes, zeven.”

Mecom bouwt gestaag aan een Europees netwerk van voornamelijk betaalde, regionale kranten. Terwijl de groei in de dagbladwereld juist in gratis kranten voor een jong, stedelijk publiek zit. Ziet u niets in gratis media?

Houwert: „Gratis kranten zijn verschrikkelijke dingen. Ik kan het concept van Metro begrijpen: je geeft mensen een gratis krant voor de periode waarin ze een krant kunnen lezen in het openbaar vervoer. Maar die andere kranten? Ik heb geen idee waarom die bestaan. Wat voegt De Pers toe aan de dagbladwereld? Niets. Dan kun je beter investeren in een concept zoals nrc.next. Dat is betaald, gericht op jongeren en je verbindt het met NRC Handelsblad. En nu brengt PCM dat in gevaar met zoiets lelijks als Dag.”

Montgomery: „Openbaarvervoerkranten zijn levensvatbaar. Maar dat verandert als je de markt overspoelt met dergelijke bladen. Treinkranten zijn voor ons interessant, omdat ze het publiek vergroten. Die lezers zullen vrijwel zeker overgaan naar betaalde kranten. Huis-aan-huisverspreiding van gratis kranten is mislukt. Het aantal lezers is heel klein. We hebben het geprobeerd [in Denemarken, met Dato, red.] en daarmee zijn we gestopt.”

U spreekt geen Nederlands, geen Deens, geen Noors. Voelt het niet vreemd om geen enkele krant te kunnen lezen die u uitgeeft?

Montgomery: „Ik weet in het algemeen wat er aan de hand is. Het belangrijkste nieuws in de Limburgse kranten en in de kranten in Berlijn in Denemarken kan ik redelijk volgen. Dagbladen zijn in essentie allemaal hetzelfde. Het voelt niet vreemd. Er zijn weinig kranten waarbij ik me een alien voel. Het lokale nieuws kan ik niet volgen, of dat nu in een Noorse of een Schotse krant is. Maar dat zijn wel de beste kranten. Ze zijn geworteld in de lokale gemeenschap.”