Al tien jaar hakenkruizen maar nu is hij het zat

Een joods echtpaar dat al 20 jaar in het Amsterdamse Bos en Lommer woont, verlaat nu de stad. Ze zijn de hakenkruizen op de deur en de kapotte autoruiten zat. En de politie kan hen moeilijk 24 uur bewaken.

Het klinkt als een onwaarschijnlijk verhaal. Iemand kalkt al jaren telkens een hakenkruis op zijn deur. Hij schildert de deur, maar na een poosje zit er een nieuw hakenkruis op. Steeds vaker komen ze terug. Het is echt waar, zegt Nico Vet (60).

Hij woont al ruim twintig jaar met zijn vrouw Loes in de Kolenkitbuurt in het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer. De terreur begon tien jaar geleden. Na de hakenkruizen werden ook zijn ruiten ingegooid en zijn auto vernield. Wie het doet? Hij heeft geen idee.

Hij deed vaak aangifte. Maar de politie kwam er ook niet achter wie het echtpaar terroriseerde. Het laatste hakenkruis stond ongeveer twee maanden geleden op de deur. Als je goed kijkt is het te zien.

Onlangs kreeg hij nog een steen tegen zijn ruiten. De barst zit er nog in. Deze week was Vet het opeens zat. Hij belde De Telegraaf en deed zijn verhaal. ‘Joods echtpaar vlucht voor buurtterreur’, stond groot op de voorpagina.

Nico Vet zit op de bank. Zijn twee hondjes naast hem. Zijn vrouw Loes en een buurvrouw zitten aan tafel. Zij vullen hem aan als hij vertelt.

Hij is niet de makkelijkste, geeft Vet toe. „Ik heb m’n hart op de tong, hè.” Als hij ziet dat „de jeugd” stenen gooit naar een nest met jonge eendjes, ja, dan zegt hij er wat van. „Maar nooit schelden of vloeken, hoor. Hé, ga dat even thuis doen, zeg ik dan.” Heel soms, als hij zich „echt schofterig” behandeld voelt, laat hij zich gaan. „Dit land heeft 30 miljoen varkens, 14 miljoen ongelovigen en 2,5 miljoen honden. Als jullie daar niet van houden, kun je hier beter niet wonen”, zegt hij dan. Maar ja, zo werkt het niet, dat begrijpt hij ook wel. Daarom gaan ze nu zelf maar weg uit Amsterdam.

De buurvrouw – „liever geen naam, dan wordt het alleen maar erger” – begint te tellen. Haar bovenburen gingen weg, haar onderburen, de buren naast haar. „Eigenlijk alle oorspronkelijke bewoners. Wie weg kan, doet het.” Ze komt van alles tegen, vooral als ze haar hondje uitlaat, vertelt ze. Ze vond een keer een pistool in het gras. Ze zag een lijk in de sloot liggen. Ze hoorde ’s nachts schoten en zag ’s ochtends de bloedspatten onder het viaduct. Ze heeft gezien uit haar raam hoe cocaïne verhandeld werd.

En ze zag hoe tegenwoordig een auto-inbraak werkt. Daar had ze eigenlijk nog wel bewondering voor. Een baksteen door de voorruit. Over de motorkap erin. Op de bestuurdersstoel zitten. Snel alles langslopen. Buit verzamelen. Portier open. „Hop erin, hop eruit, en bij een vriendje achter op de fiets.”

Nico Vet laat een stapeltje procesverbalen zien. 2003, 2005, 2007, niet één aangifte is tot nu toe opgelost. Maar ze doen echt hun best, hoor, en rijden vaker langs, zegt Vet. Laatst kregen ze hoog bezoek. Politiehoofdcommissaris Bernard Welten en de districtschef. Veel willen ze niet zeggen over het gesprek, want Welten vertelde hun dingen in vertrouwen. De politie wil wel, maar kan en mag niet, daar komt het volgens hen op neer. „Ze zijn bij wijze van spreken nog bezig met het proces-verbaal en dan lopen die gastjes al weer rond.”

Een politiewoordvoerder zegt dat het lastig is dit soort overlast te voorkomen. „We kunnen er moeilijk 24 uur per dag een agent neerzetten. We hebben ook geen idee uit welke hoek het komt.”

Directeur Jacques Thielen van woningcorporatie Far West weet dat er problemen zijn in de Kolenkitbuurt. „Het is niet voor niets een stadsvernieuwingsbuurt.” Maar volgens hem zijn er niet meer incidenten dan in andere Amsterdamse wijken.

Stadsdeelvoorzitter Jeroen Broeders van Bos en Lommer is „heel erg geschrokken”. Blijkbaar gebeuren er dingen in het stadsdeel „waar ik geen weet van heb”. Het grootste deel van de Kolenkitbuurt gaat dit jaar plat. Er komen grotere woningen. Door deze stadsvernieuwing hoopt het stadsdeel dat de buurt leefbaarder wordt en er ook ‘rijkere’ bewoners naar de buurt komen. Daardoor verdwijnen niet alle problemen, weet Broeders. En nee, de bewoners hebben daar nog niets aan. Ik ben, zegt hij, vandaag weer met mijn neus op de feiten gedrukt.