Aangeschoten wild

Het oordeel in het rapport van de Wereldbank over Paul Wolfowitz was vernietigend.

Maar het handelen van de Wereldbank zelf verdient evenmin de schoonheidsprijs.

Het gonste gisteravond van de geruchten in Washington. De president van de bank zou voortijdig vertrekken, maar de bank zelf zou ook erkennen zelf fouten te hebben gemaakt. Niet onbelangrijk voor een eventuele vertrekregeling en voor Wolfowitz, maar misschien ook wel gewoon de waarheid.

In een vernietigend rapport velde het bestuur van de Wereldbank eerder deze week zijn oordeel over de president van het instituut. Daarin wordt geconcludeerd dat Wolfowitz zijn mandaat te buiten is gegaan bij het zelf dicteren van de arbeidsvoorwaarden van zijn vriendin Shara Riza aan het hoofd personeelszaken, Xavier Coll.

Het rapport is nu voor iedereen toegankelijk, inclusief bewijsmateriaal en verslagen van gesprekken. Maar volledig is het niet. NRC legde de hand op de verdediging van Wolfowitz, inclusief zijn eerdere optreden bij het bestuur, zijn pleidooi en enkele stukken die hem volgens de verdediging ontlasten maar die niet in het eindrapport van de Wereldbank zijn opgenomen. De documenten versterken het beeld van een organisatie die wordt beheerst door argwaan, waarin de zaak-Wolfowitz is uitgegroeid tot een bittere loopgravenoorlog, die verre van eenduidig is. Opmerkelijk is een nu opgedoken e-mail van personeelschef Xavier Coll aan zichzelf, als geheugensteun ten tijde van de onderhandelingen met Riza in augustus 2005. Coll, die in deze e-mail blijk geeft van zijn ongemakkelijke positie, speelt een centrale rol in de zaak.

Wolfowitz had van Ad Melkert, destijds voorzitter van de Ethische Commissie van de Wereldbank, te horen gekregen dat zijn eerste oplossing, waarbij Riza bij de bank zou blijven maar Wolfowitz zich zou onthouden van invloed op haar, niet verenigbaar was met de regels.

Het advies van de Ethische Commissie dat Wolfowitz zelf een andere oplossing moest zoeken, vatte hij op als een vrijbrief, zij het dat hij herhaaldelijk heeft beweerd dat hij niet om die rol heeft gevraagd. De Wereldbank concludeert in het eindrapport dat het advies van de commissie inderdaad niet uitblonk in helderheid.

Wolfowitz isoleerde Coll daarna, om met hem alleen tot een oplossing over Riza te komen. Dat wordt hem het meest verweten: dat hij niet tijdig heeft overlegd met de vertrouwensman van de bank, of met leden van het bestuur. Coll maakt in zijn verslag aan zichzelf (for Xaviers Coll’s eyes only) de indruk onder druk te worden gezet door Wolfowitz en zijn adviseur Robin Cleveland. Maar uiteindelijk concludeert hij over het voorstel en de daarbij door hem voorgestelde wijzigingen: „Alles bij elkaar voelde ik dat dit een redelijke manier was om verder te gaan en een oplossing te vinden, gegeven de zeer complexe en moeilijke omstandigheden.”

Wolfowitz lijkt dus met enig recht te kunnen concluderen dat hij het eerst allemaal zelf maar moest uitzoeken, en dat hem dat nu wordt verweten. Het kan zijn verbeten verdediging verklaren, en de overtuiging dat hij geen regels heeft overtreden of dat de regels zo ambivalent waren dat zij achteraf elke kant op kunnen worden uitgelegd. Shara Riza zelf zei in een gesprek met voorzitter Herman Wijffels van de ad-hocgroep die het rapport heeft opgesteld dat zij aanvankelijk geen probleem zag. De vrouw van managing director – na de president de hoogste post – Shengman Zang kon gewoon blijven werken, en de vrouw van de managing director vóór Zang, Caio Koch-Weser, ook. Alsof die niet onder dezelfde hiërarchie vielen.

Dat laat een groot aantal andere zaken onverlet. Uit alle stukken blijkt een sfeer van argwaan en behoedzaamheid, die volgens medewerkers van de Wereldbank met Wolfowitz zijn intrede deed op het instituut. Er is ook de rol van zijn adviseurs die de leiding van de bank in wezen overnamen, zijn als contraproductief ervaren – en door de aangesloten landen vorig jaar al gecorrigeerde – strijdwijze tegen corruptie, en zijn nadruk op Irak, om er maar een paar te noemen.

Onbekend blijft wat een rechtbank van deze kwestie zou hebben gevonden. Het doet wellicht niet meer ter zake. Wolfowitz is aangeschoten, en zijn anticorruptiestrategie is moeilijk meer te verkopen. Hij heeft een voorbeeld. Ruud Lubbers trad in 2004 af als topman van UNHCR nadat hij werd beschuldigd van seksuele intimidatie. Hij heeft dat altijd afgedaan als onzin, maar zijn positie was alleen al door de affaire verzwakt.

Lees de verdediging van Wolfowitz op www.nrc.nl/economie