Ze zijn állemaal de állerbeste

Bedrijven laten graag onderzoeken of ze goed zijn voor hun werknemers.

Op het ereschavot van de onderzoekers verdringen de winnaars zich.

„In een tijd dat je kunt kiezen… kies je toch de beste?” Uitzendbureau Randstad pakte twee weken geleden groots uit met deze slogan op een paginagrote advertentie in deze krant. Ze hadden voor het derde achtereenvolgende jaar „de gouden ‘Great Place To Work’-award gewonnen”.

„We zijn de beste werkgever van Nederland!”, juicht ook organisatieadviesbureau Andarr in een persbericht. „Goud!”, roept werving- en selectiebureau Vitae. Alle drie bedrijven zeggen dat ze hebben gewonnen, volgens de jaarlijkse ranglijst van het Great Place to Work Institute (GPTW). Ze hebben allemaal gelijk.

Van de 40 bedrijven die zich hebben opgegeven aan deze competitie werden 25 door GPTW als beste beoordeeld. Op de ranglijst eindigden de eerste zeven op een gouden plaats in het klassement, de tien eronder behaalden zilver en de rest brons. Volgens directeur Marcel van Marrewijk, directeur van het instituut, bestaat de topzeven uit „écht goede” bedrijven. Met de kleine tussenmarges verdienden ze volgens hem allemaal goud. In de competitie worden werkgevers doorgelicht op geloofwaardigheid, respect, eerlijkheid , trots en kameraadschap.

Voor het onderzoek dat GPTW laat uitvoeren onder werknemers en de bijbehorende rapportage moet wel worden betaald. Voor een bedrijf van meer dan 100 medewerkers kost het werknemersonderzoek 1.750 euro, het rapport 2.000. „Niet veel”, vindt Monique Rütter van Randstad. Het bedrijf heeft er veel aan, zegt ze: „Dit is een van de weinige onderzoeken die de ‘zachte’ eigenschappen binnen een organisatie meet: heb je het naar je zin, ga je graag naar je werk?”

Via een internetenquête moeten werknemers reageren op 57 stellingen als ‘Ik kan hier mezelf zijn’ of ‘Onze organisatie biedt ons een emotioneel gezonde werkomgeving’. Het instituut gebruikt een Amerikaanse methode genaamd Trust-index. En dat is letterlijk wat het is: de index meet het vertrouwen dat personeel onderling en tegenover de werkgever heeft. Het van oorsprong Amerikaanse instituut werd voor Europa in 2001 in het leven geroepen. Van Marrewijk zegt dat het bedrijf invulling geeft aan het doel dat twee jaar eerder werd geformuleerd op de EU-top in Lissabon. Dat doel is „meer sociaal potentieel van mens en organisatie te stimuleren”. De EU gaf daarom in het eerste jaar subsidie aan het instituut om die tevredenheid te meten.

Directeur Ron de Bruijn van Andarr (het IT-bedrijf dat werkelijk nummer één werd in de top-25) doet mee om te peilen waar ze staan. Het was de eerste keer dat Andarr (70 werknemers) meedeed, maar volgend jaar zijn ze er weer bij: „Je kunt altijd nóg beter worden.”

De Bruijn vond het niet erg dat de collega-mededingers berichten stuurden over dat zíj de beste zouden zijn. „Het is ook ingewikkeld met die gouden posities. We zijn blij voor hen, maar wilden duidelijkheid scheppen dat alleen Andarr écht op nummer één eindigde.” Hij merkt op dat de hoge eindnotering het relatief onbekende bedrijf geen windeieren heeft gelegd: „Sinds de bekendmaking twee weken geleden hebben zich spontaan 20 sollicitanten gemeld.” Ook bij Randstad is de afgelopen tijd drie keer zoveel interesse door sollicitanten getoond.

De Bruijn van Andarr wijst op de krappe arbeidsmarkt in de IT-sector: Omdat talent schaars is, vindt hij een bevestiging dat het personeel tevreden is extra belangrijk. „Binden en boeien”, noemt Evert de Vos dat verschijnsel. De Vos is adjunct-hoofdredacteur van weekblad Intermediair, dat al zeven jaar een groot werkgeversonderzoek uitvoert.

Intermediair laat twee onderzoeken uitvoeren. Eerst worden bedrijven met meer dan 100 medewerkers doorgelicht op de ‘harde feiten’, zegt De Vos: „Ziekteverzuim, arbeidsvoorwaarden, gevallen van seksuele intimidatie.” Aan de werknemers van de 50 bestscorende bedrijven wordt vervolgens een tevredenheidsenquête voorgelegd.

Er zijn nog andere peilingen over beste werkgevers, bijvoorbeeld het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek, een vragenlijst die wordt afgenomen onder de hele Nederlandse beroepsbevolking in de leeftijd tussen de 20 en 40 jaar. Gevraagd wordt: „Waar zou je het liefst willen werken” en de uitkomsten worden maandelijks geanalyseerd. Omdat de ondervraagden geen idee hebben hoe het er werkelijk aan toegaat in het genoemde bedrijf is de peiling meer een imago-onderzoek. „Om te weten hoe je bekend staat onder mogelijke sollicitanten”, zegt een woordvoerster van het verantwoordelijk onderzoeksbureau Intelligence Group.

Intermediair en GPTW zijn volgens De Vos de enige twee onafhankelijke werknemersonderzoeken. De uitkomsten verschillen nogal. Zo staat bij Intermediair ING bovenaan, terwijl kleinere IT-bedrijfjes de kopposities van GPTW innemen.

„De harde feiten wegen bij ons sterk mee”, verklaart De Vos het verschil. „Grote bedrijven, zoals de winnaar van vorig jaar ING, zijn misschien niet gezellig kleinschalig, maar ze hebben meer gunstige regelingen en loopbaanperspectieven dan kleinere organisaties.”

Bekijk de top-25 op www.greatplacetowork.nl