Weten wat je krijgt als je minder betaalt

Patiënten willen best een beperkte, goedkopere polis.

Als ze maar weten wat erin staat. Want verzekeraars geven nu vaak ondoorzichtige informatie.

Een verzekeringsmaatschappij die huisartsenpraktijken opkoopt. Een directeur van Menzis vertelde daarover, eind vorig jaar. Menzis wilde een keten van zo’n vijftig gezondheidscentra: huisartsen en fysiotherapeuten en een apotheek in één gebouw. Door huisartsen in dienst te nemen, hoopte de verzekeraar dat patiënten minder snel naar het ziekenhuis zouden worden doorverwezen. Ook een andere verzekeraar, Agis, speelde met die gedachte. „Patiënten luisteren eerder naar hun huisarts dan naar hun verzekeraar”, zei een van hun directeuren.

Uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit blijkt dat ook. De NZa bestaat sinds vorig jaar, en ziet erop toe dat de verhoudingen op de zorgmarkt helder en eerlijk zijn. Oud-minister Frank de Grave (VVD) is voorzitter van de raad van bestuur.

Patiënten gaan het liefst naar een ziekenhuis in de buurt, 73 van de honderd patiënten vergelijken ziekenhuizen niet met elkaar voor ze een keuze maken. Ze gaan naar een ziekenhuis dat ze kennen, of dat dichtbij is en waar ze tevreden over zijn. En, ze laten zich sturen door hun huisarts. In het onderzoek zeggen 67 van de 100 patiënten dat ze zich door de huisarts laten leiden. De verzekeraar speelt daarin geen rol.

Menzis is een van de weinige verzekeringsmaatschappijen die zeggen meer invloed te willen hebben op de keuzes van hun klanten voor een arts of instelling. De meeste maatschappijen vertellen hun klanten niet graag naar welk ziekenhuis ze moeten gaan. Dat durven ze niet. Ze zijn bang dat de financiële voordelen – ziekenhuizen zouden behandelingen goedkoper leveren als ze weten dat ze die anders helemaal niet verkopen – daarvan niet opwegen tegen mogelijke negatieve publiciteit. Nu veel zorgverzekeraars er financieel slecht voorstaan, willen ze geen klanten verliezen.

Terwijl, zegt de Nederlandse Zorgautoriteit, uit ervaringen in het buitenland blijkt dat mensen best een beperkte polis willen, als ze maar weten wat die inhoudt en ze er zelf voor kunnen kiezen.

In de Verenigde Staten was het in de jaren negentig een groot succes: managedcare-organisaties die goedkopere polissen verkochten. De werknemers en werkgevers die erbij waren aangesloten mochten alleen gebruikmaken van een selectieve groep zorginstellingen. Het aantal mensen dat bij de organisaties stond ingeschreven daalde eind jaren negentig. Verzekerden kozen liever voor een polis met een hogere premie, maar meer keuze.

Dat Nederlandse verzekeraars vrezen dat dat hier ook zo zal gaan is onterecht, schrijft de Nederlandse Zorgautoriteit. Want wat bleek: werknemers die werden gedwongen aan zo’n verzekering deel te nemen waren er ontevredener over dan mensen die bewust voor een goedkopere premie kozen. „De werknemers die zelf een financiële prikkel hadden om op de kosten van hun zorgverzekering te letten, kozen wel vaak voor de managedcare-organisatie”, schrijft de Nederlandse Zorgautoriteit.

Als verzekeraars veel verschillende polissen aanbieden zullen mensen best ook kiezen voor een goedkope, beperkte polis, meent de toezichthouder. Verzekeraars zijn wel verplicht aan al hun klanten alle medisch noodzakelijke zorg te kunnen bieden. Ze moeten dus wel met voldoende goede ziekenhuizen een contract afsluiten, in alle regio’s waar hun klanten wonen.

In 2007 stapten nog maar weinig Nederlanders over naar een andere verzekeraar. De Nederlandse Zorgautoriteit denkt dat dat komt doordat de polissen van de verzekeraars zo weinig van elkaar verschillen.