Raad: malaise in kunst-sector R’dam

Het gaat niet goed met de beeldende kunsten in Rotterdam. De stad telt goede musea met deskundige curatoren, maar het ontbreekt aan voldoende galeries, toptentoonstellingen en bezoekers.

Dit is een van de conclusies van de Cultuurstaalkaart Rotterdam 2007, die de Rotterdamse Raad voor kunst en cultuur gisteren heeft gepresenteerd. Dit is een sterkte-zwakteanalyse van de kunstsectoren in Rotterdam, waarmee wethouder Orhan Kaya (Participatie en Cultuur) volgend jaar zijn de cultuurnota 2009-2012 kan maken. „De kunsten in Rotterdam zijn heel vitaal, maar er kunnen wel zaken verbeterd worden”, zegt voorzitter Micky Teenstra.

Sterke sectoren in de stad zijn onder meer architectuur, met een „bloeiend debat”, en de fotografie. Sterk is ook de klassieke muziek, dankzij concertzaal De Doelen en het Rotterdams Filharmonisch Orkest. Festivals als Poetry International en North Sea jazz zijn ook belangrijke blikvangers. Een sterk punt is ook de ruime aanwezigheid van instellingen als Museum Boijmans van Beuningen.

Bij de beeldende kunsten signaleert de cultuurraad: „Hoofdrolspelers in het veld schetsen een gevoel van malaise.” Er is te weinig debat over kunsten, de publieksinteresse is zwak, niet-westerse kunst is „maar mondjesmaat” te zien en grote tentoonstellingen „van een niveau van Lucian Freud” halen Rotterdam niet.

Rotterdam herbergt gevestigde dansgezelschappen als Scapino, maar er zijn te weinig nieuwe en goede makers. De sector is „ook eenzijdig gericht op de academische geschoolde moderne dans” en heeft nauwelijks aansluiting met het informele en bloeiende circuit van de dans op straat.

Het theateraanbod is goed, mede dankzij de internationaal georiënteerde Rotterdamse Schouwburg. Voor jong theatertalent zijn er alleen te weinig werkplekken. Het jeugdtheater staat onder druk door geldgebrek bij scholen.