Predikant die Republikeinse partijtijger werd

Jerry Falwell overleed gisteren op een symbolisch moment: de invloed van zijn conservatieve coalitie neemt razendsnel af.

De gisteren overleden televisiedominee Jerry Falwell (73), grondlegger van de Moral Majority, bleef tot in zijn laatste dagen een onvermoeibare strijder tegen het linkse gevaar.

Twee weken geleden behandelde hij in zijn zondagse preek het bericht dat Chelsea Clinton voor haar studie drie mariniers had geïnterviewd die net uit Irak terug waren. „Ze vroeg een hen: ‘Waar ben je het bangste voor?’ Snel antwoordde de marinier: ‘Osama, Obama and your Mama’.”

Het voorval werd gisteren mismoedig in herinnering geroepen door David Kuo. Tijdens George W. Bush’ eerste termijn leidde Kuo de afdeling die in het Witte Huis sociale programma’s op basis van geloofsovertuiging opzette. Hij werkte samen met alle leiders van de evangelicals, ook met Falwell.

Volgens Kuo is het droevig dat Falwell vanaf de jaren zeventig zijn grote talent als predikant ondergeschikt maakte aan een rol als Republikeinse partijtijger. Maar zijn invloed zou ver reiken: mede door Falwell werden de conservatieve evangelicals een soms beslissende machtsfactor in de Amerikaanse politiek – al zijn er sterke signalen dat hun invloed over zijn hoogtepunt heen is.

De oprichting van de Moral Majority in 1979, de organisatie die Falwell zou gaan leiden, was een defensieve daad. Week na week zette Falwell zich als televisiedominee af tegen de geest van de jaren zestig. Vooral homoseksualiteit en abortus waren volgens hem tekenen dat het hedonisme gevaarlijke vormen aannam. Maar tot zijn ontgoocheling bleek het woord van God niet voldoende om de samenleving tot inkeer te brengen: de kerk kon het niet alleen. Alleen een coalitie met de politiek kon nog redding brengen, redeneerde hij.

Die coalitie zou het Amerikaanse conservatisme spectaculaire institutionele successen brengen. Sinds 1980 wonnen de Republikeinen vijf van de zeven presidentsverkiezingen. Vier van de negen leden van het Hooggerechtshof zijn tegenwoordig openlijk conservatief. Op lagere rechtbanken werden honderden conservatieve rechters benoemd. Leiders van de evangelicals zijn adviseur van het Witte Huis. En de uitvoering van sociale politiek (noodhulp, voedselhulp, gezondheidszorg) is voor een groot deel in handen van kerken terechtgekomen.

Het zijn dubbelhartige successen, voor Falwell én voor de veranderingen die hij zei na te streven. Op geen van de drie doelen die hij in 1979 met de Moral Majority formuleerde – tegen abortus en homoseksualiteit, bescherming van traditionele gezinswaarden – kregen de evangelicals greep. Abortus bleef legaal, en ook in zijn huidige samenstelling is er in het Hooggerechtshof een solide meerderheid voor een wettelijk recht op abortus. De tolerantie voor homoseksualiteit groeit, vooral onder jongeren. Het aantal traditionele levende gezinnen neemt af.

Falwell zelf beleefde zijn hoogtijdagen tijdens het presidentschap van Ronald Reagan (1981-1989), toen het weekblad U.S. News & World Report hem aanwees als een van de 25 invloedrijkste Amerikanen. Maar later zou hij zich als een rechtse pias gaan gedragen – wat hem zijn leidinggevende rol in de Moral Majority kostte.

Zo had Falwell (1933, Lynchburg, Virginia) moeite zich te verweren tegen kritiek dat hij de burgerrechtenbeweging met Martin Luther King in de jaren zestig weigerde te steunen (hij noemde haar de ‘Civil wrongs Movement’). Een zelfde probleem rees rond zijn verdediging van apartheid in Zuid-Afrika. Later knutselde hij een kwaadaardige documentaire over de Clintons – zijn favoriete vijanden – in elkaar: een onderzoeksjournalist die met de dood zou zijn bedreigd door het presidentiële paar, bleek verzonnen. Zijn vaste speechschrijver gaf toe dat hij homo was. En als klap op de vuurpeil verweet hij de aanslagen van ‘11 september’ aan heidenen, abortusplegers, feministen, homo’s en anderen met een „alternatieve levensstijl”. „Ik wijs naar hen en zeg: ‘Jullie hebben geholpen dit mogelijk te maken’.”

Falwell had zich toen al teruggetrokken in zijn kerk en universiteit in Lynchburg. De Moral Majority was opgehouden te bestaan. De opvolger, de Christian Coalition, hield ook geen stand. In Colorado Springs werden de megakerk New Life Church en de pressiegroep Focus on the Family uit de grond gestampt – nieuwe organisaties met dezelfde agenda en een jonger imago. Maar ook hun geloofwaardigheid staat alweer onder druk. Dominee Haggard van New Life werd vorig jaar betrapt op prostituébezoek, bezoekersaantallen lopen terug.

Intussen lukt het de evangelicals – voor het eerst sinds 1980 – niet om greep te houden op de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen. Het electoraat beweegt naar het midden en de drie Republikeinse koplopers ondervinden tot nu toe geen schade van het feit dat de evangelicals hun steun onthouden. Sterker nog: Rudy Giuliani is de enige Republikeinse kandidaat die het recht op abortus verdedigt, en hij is in de peilingen al maanden onbetwist koploper.

De vraag is dus of de erfenis van Jerry Falwell door de geschiedenis hoog ingeschat zal worden. David Kuo wees er gisteren op dat de coalitie met het conservatisme grote schade heeft toegebracht aan het Amerikaanse christendom. Tachtig procent van de Amerikanen beschouwt zich als christen maar door Falwell staat de religie nu ten onrechte als uiterst rechts te boek: „Omdat Falwells Moral Majority synoniem werd aan het christendom, verwarren vandaag de dag helaas veel mensen de opvattingen van de Christian Right met de boodschap van Jezus Christus.”