Paus wil verzoening in communistisch China

De paus wil de banvloek op samenwerking met de communisten in China opheffen. In een binnenkort te verschijnen brief roept hij op tot dialoog. Maar ‘ondergrondse’ gelovigen voelen zich verraden.

Paus Benedictus XVI is nog niet terug uit Latijns-Amerika, of er gaan al geruchten over een nieuwe, opzienbarende reis: naar China! Volgens onbevestigde berichten vanuit het Vaticaan wil Peking de paus uitnodigen voor een bezoek, mogelijk nog dit jaar.

Sceptici betwijfelen of zo’n bezoek naar het communistische land er al op zo’n korte termijn in zit. Maar áls Benedictus zou gaan, is dat goed nieuws voor veel katholieken. Maar niet voor alle. Want de kerk in China is verscheurd.

Neem het voorbeeld van Francis An Shuxin, hulpbisschop van Baoding in de provincie Hebei. Meer dan tien jaar zat hij vast om zijn geloof. Hij behoorde tot de zogeheten ‘ondergrondse’ kerk – de katholieken in China die zich niet wensen te plooien naar het gezag van Peking. Maar in augustus kwam An Shuxin vrij na de belofte voortaan samen te werken met de officiële katholieke kerk – de door de communistische partij gedomineerde Katholieke Vaderlandslievende Associatie. En nu ligt hij onder vuur in zijn eigen bisdom: ‘ondergrondse’ priesters beschuldigen hem van afvalligheid en verraad aan Rome.

Het treurige lot van hulpbisschop An Shuxin legt het schisma bloot van de katholieke kerkgemeenschap in China. Vorig jaar zijn de verhoudingen tussen de officiële, door Peking gestuurde kerk en de ondergrondse, slechts aan het Vaticaan getrouwe kerk, opnieuw op scherp komen te staan. Peking liet op eigen houtje drie bisschoppen wijden, pontificaal zonder instemming van Rome – zoals in de afgelopen jaren wel stilzwijgend de gewoonte was geworden.

Die provocatie werd uitgelokt door de verheffing in maart vorig jaar van bisschop Joseph Zen Ze-kiun van Hongkong tot kardinaal. Daarmee promoveerde de paus een man die bekend staat als criticus van het communistische regime en pleitbezorger van democratie.

Of de paus werkelijk de intentie had Peking te schofferen, is de vraag. Maar steeds duidelijker wordt wel dat de kerkvader de relaties met Peking nu wil‘normaliseren’. In januari vond in het Vaticaan topberaad plaats. Besloten werd tot verregaande dialoog met de door Peking gesanctioneerde kerk – en dus in feite met de Chinese regering zelf. Prioriteit heeft daarbij verzoening tussen de beide kerkgemeenschappen, staat in een brief die de paus binnenkort zal publiceren, mogelijk rond Pinksteren.

Het Vaticaan en Peking bereiden zich voor op „een nieuwe fase” in hun betrekkingen, zegt directeur Jeroom Heyndrickx van het universitaire Ferdinand Verbiest Instituut in Leuven. De 76-jarige priester weet waar hij over praat. Hij is lid van Scheut, de missiecongregatie van het Onbevlekte Hart van Maria, en hij komt al 25 jaar in China. Heyndrickx wordt beschouwd als een van de belangrijkste raadgevers én boodschappers van het Vaticaan – al afficheert hij zichzelf het liefst bescheiden als pastoraal bruggenbouwer. Afgelopen maart nog sprak hij in Baoding met de vrijgelaten bisschop An Shuxin.

Dat het Vaticaan de koers van verzoening wil inslaan, juicht Heyndrickx van harte toe. In 1988 nog kregen de katholieken in China het dringend advies vanuit Rome om alle communicatio in sacris met bisschoppen, priesters en pastoors van de officiële kerk te mijden – geen gemeenschappelijke eucharistievieringen. Ondergrondse priesters vertaalden en vertalen die gedragsregels in het uitspreken van de banvloek over gelovigen die zich onderwerpen aan het door Peking aangestelde kerkelijke gezag.

Heyndrickx heeft zich altijd verzet tegen zo’n harde benadering. Want, zo ervoer hij in China, ook de met Peking collaborerende voorgangers voelen zich in grote meerderheid sterk verbonden met Rome. Om de kerk in China levend te houden, zijn ze – onder grote druk van het regime – toegetreden tot de Vaderlandslievende kerk. Dat is een pragmatische keuze geweest en geen poging de kerk los te weken van het Vaticaan.

Daarom praat Heyndrickx liever niet over een schisma binnen de kerk, maar over een meningsverschil – „een dramatisch meningsverschil” – tussen „twee gemeenschappen” binnen die kerk. De twee strekkingen moeten nu zo snel mogelijk bijeenkomen, benadrukt hij.

Maar Heyndrickx – zelf tussen 1995 en 1998 persona non grata in China – weet ook dat er vanuit de ondergrondse kerk fel verzet zal komen. „Velen zullen zeer verbitterd zijn”, zegt hij. „Ze voelen zich als de werkers van het eerste uur in de wijngaard, die zijn vervolgd en hebben geleden om hun geloof. Op aandringen van de paus moeten ze nu het communistische regime erkennen. Dat doet pijn.”

Of de door de paus beoogde doorbraak tot stand komt, hangt natuurlijk ook van Peking af. China moet akkoord gaan met zeggenschap van het Vaticaan over de benoeming van bisschoppen – op dit moment het meest heikele punt in de discussie. Dat is in ieder geval een voorwaarde voor een pausbezoek.

‘Geef God wat des Gods is en Caesar wat aan Caesar toebehoort’, is de formule die moet worden gehanteerd, zegt Heyndrickx. „Voor het regime is de bisschop de baas in een bisdom. Voor gelovigen is de bisschop een herder. Alleen iemand met voldoende geloof, spiritualiteit, kan zo’n herder zijn. Een atheïst kan dat moeilijk beoordelen. Dat is het terrein van God. Daarom is het cruciaal dat bisschoppen door het Vaticaan worden aangewezen. Iets anders is dat Caesar daar vervolgens mee akkoord is.”

Kerkelijke verzoening kan leiden tot diplomatieke betrekkingen tussen Peking en Rome – in die volgorde, zegt Heyndrickx. Maar hij verwacht niet dat de paus al snel naar Peking zal gaan om de diplomatieke toenadering te concretiseren. Eerst zal partijleider Hu Jintao dit najaar zijn machtspositie moeten bevestigen op het congres van de communistische partij. Pas daarna zal echt duidelijk worden of ook China de dialoog echt wil en tot concessies bereid is.

„Ik ben optimistisch maar niet naïef”, zegt Heyndrickx. „Ik blijf geloven dat het communistische regime zijn grootste weerzin tegen religie heeft laten varen. Maar net als er in de kerk conservatieve stromingen zijn, bestaan er in China ook nog communisten uit de jaren ’50. Lokale autoriteiten arresteren nog steeds priesters. Er zijn nog obstakels.”