‘Overheid bij terreur vrijwel stuurloos’

De organisatie van het overheidsoptreden bij een (dreigende) terreuraanslag is een „bestuurlijke ramp”. Dat zeggen betrokken overheidsdiensten in de gisteren gepubliceerde evaluatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). De onderzoekers concluderen dat de NCTb onder één ministerie moet vallen.

Nu heeft bij een terroristische crisis de minister van Justitie de leiding, terwijl dat bij alle andere dreigingen of calamiteiten, zoals overstromingen, de minister van Binnenlandse Zaken is. Volgens de onderzoekers is door zowel lokaal als nationale bestuur gewezen op „onduidelijkheid, ondoorzichtigheid en ook onjuistheid van de bestaande crisisbeheersingsorganisatie.”

De NCTb is opgezet om de samenwerking te verbeteren tussen de verschillende terreurbestrijdingsorganisaties en valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Deze ministers vroegen om een evaluatie van de dienst. Voor de evaluatie spraken de onderzoekers met alle betrokken (ex)-ministers, de topambtenaren bij de betrokken departementen en (veiligheids)diensten, burgemeesters van de drie grote steden en belangrijke terreurgevoelige bedrijven.

Het kabinet wil dat de minister van Justitie verantwoordelijk is voor terrorismebestrijding. Maar uit de reacties in de evaluatie blijkt dat veel betrokkenen het juist logisch vinden dat de minister van Binnenlandse Zaken, zeker bij crisisbeheersing, de leiding zou moeten hebben. Die is ook verantwoordelijk voor politie en de inlichtingendienst en heeft betere contacten met de lokale overheden. In de evaluatie staat: „Justitie moet dus ‘terug in het hok’, zo wordt op lokaal niveau gesteld.”

„De effectiviteit van terrorismebestrijding kan ernstig worden belemmerd door deze constructie van twee onderscheiden ministeriële verantwoordelijkheden.” De NCTb moet onder één minister komen te vallen, concluderen de onderzoekers. Ze laten in het midden wie dat zou moeten zijn. Ook pleiten de onderzoekers voor uitbreiding van de bevoegdheden van de coördinator.

Eerder bleek al sprake van spanningen tussen de coördinator en de inlichtingendiensten. Uit de evaluatie blijkt dat bij meer betrokken overheden weerstand is tegen de NCTb. Volgens de onderzoekers is dat grotendeels te verklaren uit jaloezie van met elkaar wedijverende overheden. Er is ook veel lof voor de manier waarop de NCTb de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen verschillende overheden heeft verbeterd.