Netkous en radiotoren

In de architectuur wordt originaliteit geprezen. Daarom valt het extra op als gebouwen op elkaar lijken. In deze twaalfde aflevering van een serie gaat het om gebouwen als iconen.

Het woord icoon is al lange tijd in de mode. Alles kan een icoon zijn: b-voetballers die met Spice Girls zijn getrouwd, slecht zingende popsterren, vorsten van ministaten en dochters van hotelketeneigenaren.

Ook gebouwen kunnen een icoon zijn, beweert de Britse architectuurcriticus Charles Jencks in zijn boek The Iconic Building uit 2005. Het operagebouw in Sydney van de Deense architect Jørn Utzon vindt hij er een goed voorbeeld van: dit is uitgegroeid tot het symbool van de stad, zo niet van heel Australië.

Volgens Jencks is een goed ‘iconisch’ gebouw altijd vatbaar voor verschillende interpretaties. Zo zien sommigen in het operagebouw in Sydney een zeilboot, en anderen groepsseks van schildpadden.

Als Jencks’ bewering juist is, dan heeft het nieuwe tramstation van Randstadrail in de Beatrixlaan in Den Haag alles in zich om een icoon te worden. De netkous wordt de lange tramkoker op poten boven de straat al genoemd. Maar het bouwwerk lijkt ook op een slang. Het is een witte boa constrictor van 800 meter met halverwege een verdikking alsof hij zojuist een reuzenhert heeft verslonden. Bij de verdikking kan men omhoog, naar de perrons om op de sneltram van Randstadrail te stappen. Helaas rijdt die wegens technische problemen nog niet.

De tramslang lijkt ook op een ander ding: de Sjabalovka-toren in Moskou. De constructie van ringen en een rasterwerk van buizen die de architecten Moshé Zwarts en Rein Jansma voor de netkous hebben gebruikt, is verwant aan die van de toren van ingenieur Vladimir Sjoechov in Moskou.

Sjoechov (1853-1939) was de Russische Gustave Eiffel. In 1896 bouwde hij in Nizjni Novgorod de eerste hyperbolische toren ter wereld. Vervolgens verschenen overal in Rusland vuur- en watertorens die waren opgebouwd van ringen en staven, een constructiewijze waarop Sjoechov al in 1894 patent had gekregen. Veel hiervan zijn inmiddels verdwenen, maar Sjoechovs hoogste hyperbolische toren – eigenlijk zijn het een stuk of vier hyperbolische torens op elkaar – in de Moskouse Sjabalovka-straat, staat er nog altijd.

De Sjabalovka-toren uit 1922 is het eerste belangrijke bouwwerk in Moskou na de Oktoberrevolutie van 1917, de communistische machtsgreep die een einde maakte aan het eeuwenlange tsarenregime. Het is geen toeval dat het een radiotoren is. Lenin, de leider van de communisten, was doordrongen van het belang van propaganda. Via de radio konden de communisten, die niet konden rekenen op brede steun van de Russische bevolking, de harten en geesten van de boeren en arbeiders veroveren, wist Lenin twaalf jaar voor Joseph Goebbels minister van propaganda van het Duitse naziregime werd.

Eigenlijk had de toren 350 meter hoog moeten worden, twintig meter hoger dan de Eiffeltoren in Parijs. Dank zij Sjoechovs constructiemethode zou de Moskouse toren drie keer zo licht zijn als de Parijse toren.

Uiteindelijk werd de Sjabalovka-toren slechts 150 meter hoog. Maar het spaarzame gebruik van materiaal is indrukwekkend: terwijl het ijzer van de Eiffeltoren een dicht netwerk vormt, heeft de Sjabalovka-toren een verbluffend lichte, open structuur.

Zwarts en Jansma doen niet moeilijk over hun schatplichtigheid aan de ijle Sjabalovka-toren. Voor iemand de gelijkenis tussen de Haagse netkous en de Moskouse radiotoren kon vaststellen, zei Rein Jansma zelf al: het tramstation is half Sjoechov.

Bernard Hulsman