‘Martelkwestie’ militairen Irak laait weer op

Volgende maand komt het langverwachte onderzoek uit over vermeende martelingen van Nederlanders in Irak. Het rapport werpt nu al zijn schaduw vooruit.

Het is een nieuwe en vérstrekkende beschuldiging. Dat Nederlandse militairen in 2003 Iraakse gevangenen mogelijk hebben mishandeld met water en lawaai was al bekend. Maar gisteren berichtte het tv-programma Nova dat er mogelijk nog iets anders was gebruikt: elektrische schokken. Nova interviewde M. Geeratz, de militaire jurist die in 2003 Irak bij de Nederlandse troepen was gestationeerd. Geeratz bevestigde dat een Iraakse gevangene had geklaagd over elektrische schokken: „Hij maakte melding van het gebruik van elektroden tijdens het verhoor.” De beschuldiging staat volgens Nova ook in het ‘feitenrelaas’ dat is opgesteld door de onderzoekscommissie onder leiding van oud-Kamerlid Van den Berg (SGP). Pagina's daarvan werden in beeld gebracht. Duidelijk was te zien dat het stuk melding maakt van een ‘elektrodestok’.

Hebben Nederlandse militairen Iraakse gevangenen onder stroom gezet? Als dat zo is, dan had de Volkskrant het in november van het vorige jaar bij het rechte eind. Nederlanders martelden Irakezen kopte die krant op 17 november, in een stuk waarin de mogelijke mishandeling voor het eerst naar buiten werd gebracht. Toenmalig minister van Defensie Henk Kamp was woedend. Van marteling was volgens hem geen sprake. De krant had bovendien verzuimd te melden dat de marechaussee de zaak al in 2003 had onderzocht. Het Openbaar Ministerie in Arnhem zag geen aanleiding om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen. De Volkskrant had in Kamps ogen het aanzien van de krijgsmacht nodeloos geschaad. Een onafhankelijk rapport van de door hem benoemde commissie-Van den Berg zou dat recht kunnen letten.

Maar die redenatie bleek te simpel. Interne documenten van Defensie, die werden vrijgegeven na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, toonden aan dat er wel degelijk aanwijzingen zijn voor een op zijn minst onzorgvuldige behandeling van gevangenen. De gedetineerden waar het om gaat werden gearresteerd in het najaar van 2003 door Nederlandse mariniers in Zuid Irak. Ze werden maar kort door de Nederlanders vastgehouden: binnen vier dagen moesten de arrestanten worden overgedragen aan het Britse hoofdkwartier in Basra. Tot die tijd werden de Irakezen ‘gehoord’ door de MIVD.

Vast staat dat de ze werden geblindeerd, blootgesteld aan hard geluid en dat er gegooid is met water. Dat mocht, zo heeft Defensie verklaard. De gedetineerden zouden geblindeerde skibrillen hebben opgekregen om herkenning te voorkomen. Het harde geluid (‘white noise’) zou zijn gebruikt in het cellencomplex, om te voorkomen dat de gevangenen met elkaar praatten. Het water tenslotte had alleen tot doel om gevangenen ‘wakker te houden’ als ze tijdens de nachtelijke verhoren in slaap vielen.

Interne documenten van departement schetsen een ander beeld. Op 27 oktober stuurde de commandant van de mariniers in Irak, een rapportage aan Den Haag. Daarin meldde hij dat de MIVD'ers tegenover de Britten hadden verklaard dat ze ‘ white noise’ hadden gebruikt om een gedetineerde onder druk te zetten. Het water diende als ‘straf’ tijdens het verhoor. Ook de Koninklijke Marechaussee kwam later tot de conclusie dat er iets mis was, hoewel de marechaussee niet adviseerde tot een strafrechtelijk onderzoek over te gaan. Dat er iets mis was, staat dus vast. Maar opvallend genoeg is er door zowel de commandant als de marechaussee géén melding gemaakt van eventueel gebruik van stroomschokken. Volgens de Volkskrant zijn die echter wel degelijk toegediend. Een MIVD’er zou hierover een verklaring hebben afgelegd tegenover de commissie Van den Berg, berichtte de krant vanmorgen. In juni publiceert de commissie zijn rapport.