Je kunt toch ook ‘verdraaid lastig’ zeggen?

De jongerenorganisatie van de Staatkundig Gereformeerde Partij maakt zich zorgen over de verruwing van het taalgebruik van politici. In een open brief aan Tweede Kamervoorzitter Verbeet bepleiten de SGP-jongeren een taalcode voor parlementariërs en rijksambtenaren. „We moeten een dam opwerpen tegen verdere taalverruwing in de maatschappij”, zegt Jan Kloosterman (29), voorzitter van de SGPJ.

Wat is de aanleiding voor uw brief?

„De Vloekmonitor, een jaarlijks onderzoek dat TNS/NIPO in opdracht van de Bond tegen het vloeken uitvoert. Daaruit blijkt dat de taal op de Nederlandse televisie verruwt. Ons is opgevallen dat het aantal grove woorden, schuttingtaal en vloeken bij politici óók toeneemt, zowel in het politieke debat als in mediaoptredens. Volgens de SGP-jongeren is het noodzakelijk om hiertegen een helder signaal af te geven. Onze volksvertegenwoordiging heeft ook wat betreft taalgebruik een publieke voorbeeldfunctie.”

Voorbeelden, alstublieft.

„Daar was ik al bang voor. Ik vind het vervelend om die uit mijn mond te laten komen. Als Jan Marijnissen zegt dat iets ‘verdomd lastig’ is, of als Femke Halsema zegt ‘in godsnaam’, dan raakt dat me echt. Dat zijn verbasterde vloeken. Dat vind ik zelfs erger dan een politicus die in de wandelgangen schuttingtaal bezigt.”

In uw brief stelt u voor de verslaglegging van Tweede Kamervergaderingen weer te zuiveren van grove taal, net als vóór 2001 gebeurde. Als Marijnissen iets ‘verdomd lastig’ noemt, hoe dient dat dan te worden genotuleerd?

„Daar kan toch ‘verdraaid lastig’ van worden gemaakt? In een noot kan daarbij worden genoteerd dat Marijnissen in krachtige bewoordingen liet weten iets niet te zien zitten.”