Gek van getallen

In de rubriek Bijzien wordt elke week een nieuwe film in bredere context gezet. Deze week het gekmakende getalsfetisjisme van ‘The Number 23’ met Jim Carrey in de hoofdrol.

Guy Ritchie is een uitzondering. Deze maand verschenen berichten in de roddelbladen over een ophanden zijn de scheiding van de Britse regisseur en diens vrouw, superster Madonna. Een van de redenen, zo wisten de bladen te melden, zonder overigens een bron te noemen: Ritchie wordt gek van de kabbala-hobby van zijn echtgenote.

Kabbala is een oude joodse variant van getalsmystiek, een vorm van magisch denken die het idee dat de wereld van bovenhand wordt aangestuurd combineert met een aloude fascinatie voor getallen. De onttovering van de wereld heeft het getalsfetisjisme niet uitgebannen. Integendeel. Het is alleen maar populairder geworden. Als je naar de plotselinge wereldwijde opkomst van de sudoku’s kijkt, moet je misschien zelfs concluderen dat het alleen maar erger is geworden. Welke geheime codes zitten al die krantenlezers in de trein neer te pennen?

De mooiste weergave van deze fascinatie is nog altijd het boek De Slinger van Foucault van Umberto Eco van eind jaren tachtig, waarvan de hoofdstukken de namen dragen van de kabbalistische cijfers. In een nonchalante passage over de maten van een krantenkiosk legt een eeuwenoude aristocraat uit dat je de hele wereld kunt terugbrengen tot alle getallen die je maar wilt, van de afstand tot de maan tot de diameter van de aarde en de omtrek van de grote piramide. Liefst met ook ergens het ondoordringbare getal pi erin. Dus u gelooft er niet in, zeggen zijn toehoorders. Natuurlijk wel, zegt hij soeverein.

Filmmakers van Peter Greenaway tot Darren Aronofsky (ver)stopten getallen in hun films. In Greenaways films duiken voortdurend cijfers op (Drowning by Numbers!) die de betekenis van de scènes aanscherpen. Meestal op een ongezonde manier. Getallen horen toch een beetje tot de gesloten wereld van de geniale gekken, A Beautiful Mind, maar intussen. Pi (1998) van Aronofsky was zo’n film waarin de paranoia van de hyperintelligente hoofdpersoon op gang werd gehouden door het eindeloos ondeelbare getal.

Misschien moet je achteraf concluderen dat Pi iets te vroeg kwam. Want complot-denken met verborgen codes werd pas een internationale sport met Dan Browns bestseller The Da Vinci Code. De verfilming met Tom Hanks opende precies een jaar geleden het filmfestival van Cannes.

Joel Schumacher (Falling Down, The Phantom of the Opera) is een filmmaker met een scherp zintuig voor modes. Hij heeft in The Number 23 de getallen-rage gecombineerd met de complottheorieën van The Da Vinci Code . Alles in het leven van de hoofdpersoon valt te herleiden tot het getal 23. „Wat is 23”, roept de hoofdpersoon pathetisch uit. „Is het God?” Het is een totaal zinledige uitroep, maar het galmt als het Laatste Oordeel.

Dus het is allemaal onzin? Dat zeg ik niet. Hoeveel getallen doen mee met sudoku? Negen. Drie tot de tweede macht. Twee en drie. Hee. Ik kan het ook.