Frankrijk wordt vanaf nu weer een beetje gewoner

Sarkozy neemt vandaag de macht over van Chirac als president van Frankrijk.

Hij wil breken met oude tradities en gewoontes. Geen wijn ’s middags, maar werken!

Michel en Hélène Chenevière uit Orain, een gehucht in Bourgondië, stonden onlangs op de markt, ergens in het noordoosten van Frankrijk. Ze verkochten honing. Imker Michel (62) heeft alle tijd voor de bijenhouderij, sinds hij zeven jaar geleden met pensioen gegaan is. Daarvoor was hij dertig jaar lang postbode op het platteland.

„Ik deed vier rondes per dag”, vertelde hij met trots. Symbool van de hoog aangeschreven Franse publieke diensten. En van de ruimhartige welvaartsstaat. Michel profiteerde op zijn 55ste van het gunstige pensioen van (semi-)ambtenaren, tegen 80 procent van het laatste salaris.

Nu zijn hij en zijn vrouw mini-ondernemers met een ontspannen leventje in la France profonde, het Franse platteland. Ze doen een paar markten per maand en verkopen verder aan huis. Dicht bij de natuur, en toch van alle gemakken voorzien. Sinds een paar jaar hebben ze razendsnel internet. Een geval van Franse trots. Zes jaar geleden nog een fikse achterstand in het internetgebruik, nu het grootste ADSL-netwerk van Europa, tot in een afgelegen dorp als Orain aan toe.

Maar hoe tevreden Michel en Hélène Chenevière ook zijn over hun leven, ze mopperden toch. Ze waren ervan overtuigd dat alles anders moest. „Het wordt de mensen te gemakkelijk gemaakt”, vertelde Michel. „Ze krijgen bijstand voor alles.”

Vandaag is het zover: alles wordt anders in Frankrijk. Om 11 uur draagt de 74-jarige Jacques Chirac officieel de macht over aan de 52-jarige Nicolas Sarkozy. De nieuwe president loopt over van daadkracht. Hij onderstreepte op de avond van zijn overwinning al dat Frankrijk met hem een nieuw tijdperk betreedt. „De kiezers hebben gekozen te breken met oude gewoontes en tradities”, zei hij. „Ze hebben gekozen voor verandering.”

Sarkozy belooft van Frankrijk weer een dynamisch land te maken, met een lage werkloosheid, waar werk en ondernemerschap voorop staan. Hij heeft een programma met liberale hervormingen klaarliggen, dat binnen honderd dagen op de rails moet staan. Dat betekent een soepeler arbeidsmarkt, langer werken, lagere belastingen, meer eigen woningbezit, goedkoper investeren in bedrijven. Minder staat: voor elke twee pensioengerechtigde ambtenaren komt er maar één nieuwe ambtenaar terug. Tegelijk gaan de speciale pensioenvoorwaarden voor (semi-)overheidspersoneel eraan, kondigt Sarkozy aan.

Maar wat verdwijnt er daarmee eigenlijk? De vier rondes van de postbode? Moeten Michel en Hélène Chenevière vrezen voor hun ontspannen leventje? De Britse krant The Guardian publiceerde vorige week een weemoedige waarschuwing: doe niet zoals wij in het Verenigd Koninkrijk. Privatiseer de publieke voorzieningen en je krijgt ellende. Werk is niet alles, jullie Fransen slagen er juist zo goed in de kwaliteit van het leven voorop te stellen! Blijf uren lunchen! Geniet!

Nicolas Sarkozy heeft ook beloofd de publieke voorzieningen op het platteland in stand te houden. Maar hij heeft niets met het romantisch-pittoreske ‘oude’ Frankrijk. Tijdens de verkiezingscampagne zagen miljoenen tv-kijkers hoe hij in een debat omging met een bewonderaar, die hem naar Frans gebruik joviaal uitnodigde voor een goed glas wijn na afloop. „Vind ik niet lekker”, antwoordde geheelonthouder Sarkozy plompverloren. La France profonde is vreemd terrein voor hem. Na campagnebezoeken in de uithoeken van het land, leverde het vliegtuig de stadsmens altijd voor elven weer thuis af. Hij sliep niet één nacht buiten Parijs.

Dat is een teken. Nicolas Sarkozy is de eerste Franse president die in de stad geboren, getogen en gebleven is. De eerste ook die geen oude familiebanden in de provincie heeft. Zijn vader is een Hongaarse immigrant, zijn moeder dochter van een joodse Griek en een Franse stadsdame. Hij onderstreept graag dat hij alles heeft bereikt op eigen kracht. Hij is er trots op te behoren tot een „grootse oude natie” maar laat zich niet voorstaan op een mystieke band met het eeuwige Frankrijk. Hij laat zich voorstaan op hard werken. Frankrijk noemt hij „een project”. Dat is een nieuwe opvatting in de Franse politieke cultuur.

Nicolas Sarkozy staat daarmee symbool voor een aangekondigde mentaliteitsverandering. Net als zijn voorgangers zal Sarkozy als president het land belichamen – maar op een andere manier. Met hem is het stedelijke, ondernemende Frankrijk aan de macht gekomen. Het Frankrijk dat al lang niet meer uren luncht.

Want dat bestaat al. Het Frankrijk van de jaren zeventig is allang voorbij. Tot 2002 leek de modernisering zelfs betrekkelijk geleidelijk en soepel te verlopen. Europese integratie, privatisering van grote staatsbedrijven, en heroriëntatie van de economie (minder industrie, meer diensten) waren tot onder de regering van de socialistische premier Jospin (1997-2002) wel omstreden, maar werden uiteindelijk gemakkelijk geaccepteerd. Zeven op de tien Fransen in de privésector werken nu voor buitenlandse bedrijven. Jongere Fransen spreken steevast Engels, zij het soms onzeker over hun accent. Hun ouders reizen na hun pensioen de hele wereld af. Bedrijven laten zich inspireren door buitenlandse managementmodellen.

Maar de laatste jaren kwam de klad erin. De privatiseringen gingen door tot het referendum in 2005. Maar de mentale modernisering ging gepaard met een steeds sterker gevoel van machteloosheid over de kansen van Frankrijk om mee te komen met de wereld. Luidruchtige minderheden beweerden dat mondialisering en Europa alleen maar verlies konden brengen. En de anderen leken niet te geloven dat verandering zomaar mogelijk was.

De afgelopen jaren is dat pessimisme overal voelbaar. Fransen zijn ‘gewone’ stedelijke wereldburgers, maar zonder vertrouwen dat hun land met hen kan mee moderniseren. Twee miljoen hoogopgeleide jongeren zijn de afgelopen jaren naar het buitenland vertrokken. Een gematigd liberaal historicus Jacques Marseille schreef vorig jaar nog dat Frankrijk alleen met geweld kan veranderen, door een burgeroorlog.

Het werd vooralsnog geen burgeroorlog, maar Nicolas Sarkozy. Voor sommigen is dat bijna hetzelfde. „Ik ben bang voor hem”, is een van de dingen die de afgelopen maanden vaak over hem werden gezegd. Vooral door jongeren, op universiteiten en in de multi-etnische voorsteden. Ze vrezen dat Sarkozy de tegenstellingen in de samenleving aanwakkert en dat jongeren en immigranten daarvan het slachtoffer worden. In de campagne deed hij regelmatig een beroep op vijandbeelden – tussen „fatsoenlijk mensen” en „fraudeurs” (uitkeringstrekkers) bijvoorbeeld.

Hij is gekozen met een programma waar in hoofdletters bovenstaat: werk, werk, werk. Maar tussen de regeltjes door staat ook nog iets anders; een soort culturele revolutie. Sarkozy, die zelf nooit naar eliteschool is geweest, heeft allerlei plannen die niet ver af staan van wat in andere Europese landen gebruikelijk is, maar in Frankrijk zeer omstreden. Werklozen worden verplicht (na twee weigeringen) passend werk te accepteren. Sarkozy wil woningbezit bevorderen, de voorwaarden voor huurcontracten versoepelen. De vermogensbelasting afschaffen. Eén standaard arbeidscontract invoeren om de overgang tussen vast en tijdelijk werk soepeler te maken. Zijn beleid van een ‘gekozen immigratie’, waarbij het economisch nut van een immigrant voorop staat, lijkt op het greencard-model dat in Nederland bijvoorbeeld door PvdA-leider Bos werd bepleit.

Als hem dat lukt, zal Frankrijk weer een beetje ‘gewoner’ worden in Europa. Maar de ambities weerspiegelen ook hoge verwachtingen. Sarkozy heeft beloofd binnen drie jaar ‘volledige werkgelegenheid’ te realiseren – in de praktijk een werkloosheid van minder dan 5 procent. Dat is een enorme belofte voor een land dat al 25 jaar onafgebroken rond de 10 procent zit (nu ongeveer 8 procent).

De teleurstelling ligt om de hoek. Vooral bij een politicus die verandering belooft en denkt in resultaten. Project Frankrijk: het wordt een succes of slaande ruzie. Maar nooit meer het oude Frankrijk.