Een weergaloze vertelling over wraak en verzoening

Daratt. Regie: Mahamat-Saleh Haroun. Met: Ali Bacha Barkaï, Youssouf Djaoro, Aziza Hisseine. In: Rialto, Amsterdam en Haags Filmhuis.

Daratt van Mahamat-Saleh Haroun (1961) gaat over grote thema’s, zoals wraak en verzoening. De derde film van de in Tsjaad geboren regisseur speelt zich af in zijn geboorteland, waar deze thema’s niet alleen groot zijn, maar ook aan de orde van de dag. De burgeroorlogen die het land sinds z’n onafhankelijkheid in de jaren zestig van de vorige eeuw praktisch onafgebroken teisteren, maken dat iedere inwoner van Tsjaad wel een reden heeft om wraak op iemand te willen nemen. Iedereen heeft iemand verloren in die doorlopende oorlog, waarin alleen de vlaggen zo nu en dan werden verhangen. Haroun laat zien dat wraak misschien nog wel ingewikkelder is dan verzoening en dat geen wraak nemen soms ook een vorm van wraak is – op de haatgevoelens in jezelf. En op degenen die de kinderen van een land al generatie na generatie in haat opvoeden.

Dit is in het kort ook de verhaallijn die Haroun volgt, als een dwaaltocht die zich stap voor stap aftekent op een plattegrond van mogelijkheden. Daratt (Dry season) neemt ons mee naar een fictief heden, waarin een commissie voor ‘waarheid en verzoening’ van de ene op de andere dag via de radio aankondigt alle oorlogsmisdadigers amnestie te verlenen. De naam van deze commissie verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van Daratt. De film maakt deel uit van een reeks die vorig jaar in het kader van het Mozart-jaar hun première beleefden. Theatermaker Peter Sellars, die de supervisie had over dit New Crowned Hope-festival in Wenen, formuleerde drie thema’s die hij in de laatste werken van Mozart herkende, en ‘waarheid en verzoening’ was er daar één van.

De protagonist die met deze thema’s is belast, is de jongen Atim, die voor zijn grootvader de dood van zijn vader moet wreken, nu er van de wereldse machten geen rechtvaardigheid meer te verwachten valt. Met een geladen pistool arriveert hij in de hoofdstad. De mentale reis die Atim vervolgens maakt, voert hem door hedendaags Ndjamena en geeft Haroun de kans om Atims leven een weerklank te geven in de levens van die talloze jongelingen om hem heen.

Haroun is een fenomenaal observator. Weergaloos zijn de scènes waarin straatjongen Moussa Atim onder zijn hoede neemt en ze in hun levensonderhoud voorzien door ’s nachts gloeilampen te gaan stelen en die ’s morgens weer op de markt te verkopen. Het is iets wat in Ndjamena gebeurt, vertelde de regisseur in Wenen gelaten. Dit is zijn manier om die absurde armoede te laten zien. Maar zo’n realistisch beeld wordt meteen een symbool voor de duisternis die over een land hangt. En voor alles wat het daglicht niet verdraagt.

En zo zijn er meer symbolen. De man op wie Atim zich moet wreken, is bakker van beroep. Bijbelser kan het bijna niet. Maar hij is ook een bekeerd Moslim en verenigt zo in één persoon de strijd tussen animisten, Christenen en Islamieten waarom de burgeroorlog ooit begonnen was.

Bakker Nassara staat ook voor de culturele botsing tussen de traditionele kleinschalige economie in Tsjaad en de oprukkende globalisering. Elke morgen toetert zijn concurrent voor de poort. Hij heeft croissants, Nassara niet. Als Nassara hem vraagt zijn waar uit te venten, wordt hem toegesnauwd dat hij zijn beklag maar bij de World Trade Organisation moet doen.

Daratt vertelt veel, maar in stilte. Gloeilampen en brood, je kunt ze net zo groot maken als wraak en verzoening. Het meesterschap van Haroun schuilt erin dat hij zijn film bereidde en laat voeden als ambachtelijk brood. Langzaam. Terloops. Waardoor gloeilampen de kracht van de zon krijgen. En verzoening licht wordt als gist.