Dilemma’s van kleine club

Eerstedivisieclubs die promoveren kunnen financieel niet wedijveren met teams uit de eredivisie. Dat geldt ook voor VVV-Venlo, dat morgen een play-off tegen Den Bosch speelt.

VVV-Venlo had hem graag ingelijfd voor komend seizoen. Aanvaller Harrie Gommans van eerstedivisionist MVV tekende afgelopen week echter een driejarig contract bij eredivisieclub Vitesse. De redenen voor die overstap: een sterk verbeterd salaris en spelen op een hoger niveau.

Gommans, die afgelopen jaar 22 keer scoorde, gaat voetballen in een afdeling waar de gemiddelde vergoeding op jaarbasis 125.000 euro bedraagt. Ter vergelijking: spelers van VVV-Venlo verdienen gemiddeld 50.000 euro. „Uiteindelijk draait het in het voetbal alleen om geld”, weet VVV-voorzitter Hai Berden. „Tegen clubs als Vitesse kunnen wij niet opbieden. Om aantrekkelijker te worden voor spelers én sponsors is promotie bijna noodzaak.”

VVV-Venlo eindigde de afgelopen drie jaar als respectievelijk derde, tweede en tweede in de eerste divisie. De vereniging klopte nadrukkelijk op de poort van de eredivisie, maar strandde steeds in de nacompetitie. Morgen speelt de club tegen Den Bosch het beslissingsduel in de tweede ronde van de play-offs. Als VVV wint speelt het in de derde ronde een best-of-three serie tegen de winnaar van FC Dordrecht-RKC Waalwijk. De winnaar van dat duel speelt volgend seizoen in de eredivisie.

De Venlose club werkt met een begroting van zo’n vier miljoen euro, en behoort daarmee tot de subtop van de eerste divisie. Van de genoemde vier miljoen euro gaat zo’n zestig procent naar de technische staf en de spelersgroep, terwijl VVV ook veel geld investeert in de jeugdopleiding: vijftien procent van de begroting. Een snelle rekensom leert dat de gemiddelde selectiespeler bij VVV zo’n 50.000 euro bruto per jaar verdient. Berden: „Dat kan kloppen. Bij ons verdienen voetballers op jaarbasis in elk geval nooit meer dan een ton. Het zijn bedragen die ik kan verantwoorden aan onze achterban. Voetballers van VVV-Venlo zijn de grootste talenten van Noord-Limburg, bovendien moeten profs in tien jaar tijd hun geld verdienen. Daarna moeten ze het met minder doen, want de gemiddelde voetballer heeft niet per definitie een hbo- of academische opleiding. Om over werkervaring in het bedrijfsleven nog maar te zwijgen.”

Als VVV promoveert naar de eredivisie, stijgt de begroting naar 6,5 miljoen euro. Sponsors betalen contractueel gezien automatisch meer, terwijl de club in plaats van 650.000 euro zo’n twee miljoen euro aan televisiegelden ontvangt. Berden: „Met een beetje geluk krikken we bij promotie ons budget op naar zeven miljoen. Dan behoren we financieel gezien echter tot de onderste ploegen in de eredivisie. Om structureel een plaats in de middenmoot van de eredivisie te veroveren, heeft VVV-Venlo een nieuw stadion nodig. Aan dat plan wordt gewerkt, binnen drie of vier jaar zijn we mogelijk zover. Dan moet je denken aan een multifunctioneel complex voor de regio Noord-Limburg, waarin dus ook gevoetbald wordt. De begroting van VVV-Venlo stijgt dan naar ongeveer twaalf miljoen euro.”

Wel of geen nieuw stadion, wel of geen hogere salarissen- volgens sportmarketingdeskundige Frank van den Wall Bake kan een club als VVV ook andere wegen bewandelen om talentvolle spelers in te lijven. „Bied ze een huis of geef ze een baan”, stelt Van den Wall Bake. „Sommige spelers kiezen ook voor het gevoel dat een club ze geeft. Beter local hero bij een kleinere club dan nummertje 34 bij een grotere vereniging.”

Berden, directeur van een logistiek bedrijf, ziet een gevaarlijke ontwikkeling in het Nederlandse voetbal. „Door het play-offsysteem, de nieuwe opzet van de nacompetitie, is het voor eerstedivisieclubs lastig om te promoveren. Als je eens de finale haalt, speel je meestal tegen een team uit de eredivisie. Omdat de verschillen tussen beide afdelingen steeds groter worden, verlies je als eerstedivisieploeg een promotie/degradatie-wedstrijd vrijwel altijd. En als je dan eens promoveert, vlieg je er een jaar later weer uit.”

Bovendien, stelt Berden, is de eerste divisie te afhankelijk van de eredivisie. Ter illustratie: van de zeventig miljoen euro die de eredivisieclubs jaarlijks ontvangen dankzij het contract met tv-zender Tien, gaat 12,5 procent naar de CED, de Coöperatie Eerste Divisie. Via een verdeelsleutel ontvangen eerstedivisieclubs een bepaald bedrag. „De eerste divisie zou als merk een betere uitstraling moeten krijgen en de rol van kraamkamer voor nieuw talent verder moeten ontwikkelen”, aldus Berden. „Dan kunnen eerstedivisieclubs ook meer geld claimen.”

Volgens Edwin Lugt, directeur van de CED, wordt daar inmiddels aan gewerkt. „We zijn hard bezig om de eerste divisie als collectief succesvoller in de markt te krijgen. Dit seizoen trok de eerste divisie 1,35 miljoen stadionbezoekers, dat moeten er binnen vijf jaar 1,8 miljoen zijn.”

Is dé oplossing voor clubs als VVV niet een privé-investeerder die miljoenen in de vereniging pompt? Zie de Engelse Premier League, waar Manchester United, Chelsea en Liverpool in handen zijn gekomen van gefortuneerde zakenlieden. Of het Nederlandse AZ, de club die eigenlijk door voorzitter Scheringa is gekocht. Berden: „Ik sluit niets uit, het gaat tenslotte primair om de toekomst van de club. Maar áls we een privé-investeerder binnenlaten, is er geen weg meer terug. Als club ben je dan overgeleverd aan de grillen van één persoon. En de vraag is of we dat wel willen. Laten we het heft maar gewoon in eigen handen houden en promotie afdwingen.”