De tv als toverfee: Hoe vínd je het! Woow!

Het is wel heel optimistisch van de VARA om nu al, half mei, te beginnen met een programma dat Wat heet! heet en dat een sfeer van lange, warme zomeravonden op moet roepen vanuit een muziekkoepeltje in Artis, met maar twee gasten, voor de intensiteit denkelijk, en met allerlei kleinigheden die hitte suggereren (een quiz met als prijs allerlei peperige dingen) (wat een leuke prijs is trouwens). Maar ja, de werkelijkheid is anders dan de verzinsels en in de werkelijkheid ziet het er kil uit daar in Artis, de mensen hebben jassen aan, de lucht is grauw, de gesprekken zijn niet dromerig en intens maar lang en leuterig met veel te veel televisie over televisie.

Gisteravond zat Gordon er, iemand die je gelukkig helemaal niet hoeft te kennen als je niet verplicht televisie moet kijken. Gordon is, niets persoonlijks bedoeld hoor, maar Gordon is samen met die Gerard Joling met gemak de ordinairste televisiepersoonlijkheid van Nederland. Ze hebben met z’n tweeën een programma op Tien, Gordon en Joling over de vloer heet het, waarin ze alleen maar boeren en scheten laten en vet lachen om debiele grappen. Gisteravond wilde Gordon graag een hoogtepunt van vorig jaar zien met de lach van Joling erin. Ze draaien in dat programma op allerlei plekken een dagje met tegenzin mee – „Ik vond gewoon niks leuk”, pruilde Gordon – en zo hebben ze ook een dagje op Centerparcs als portier gewerkt. Moesten ze zeggen: „Welkom op de Huttenheugte.” Grapte Gordon: „Welkom op de Huttenkutteberg!” Sloeg Joling compleet dubbel van het lachen, niet meer bíj kwam-ie, zó leuk! Dat was het hoogtepunt.

Eergisteren zat er bij Wat heet! een andere ‘televisiepersoonlijkheid’, Wendy van Dijk. Kwekte heerlijk met Claudia de Breij over de tv en over zichzelf en over haar privéleven dat we allemaal schenen te kennen behalve, God zegene hem, Geert Mak, die daar ook aan tafel zat en als een vriendelijke kip naar het kakelende onweer keek.

Ook Van Dijk had gisteravond een programma, samen met Irene Moors, Doe een wens geheten. Het idee is allersympathiekst en het pleit voor Van Dijk dat ze zich daarvoor inzet: de Doe een wens-stichting verzamelt wensen van ernstig zieke kinderen en doet er alles aan om die te vervullen met behulp van sponsorgeld en vrijwilligers. We zagen Moors en Van Dijk op stap met kinderen en hun ouders om allerlei wensen te vervullen en het was heel lief maar ook wel een beetje saai. Een uur lang naar blije kinderen kijken die op de foto gaan, in een vrachtauto rijden of naar de piramides reizen, daar is gewoon niet veel aan. Doe het maar gewoon, zonder camera’s.

Het gebeurt nogal vaak eigenlijk, dat de televisie als sprookjesfee optreedt. De televisie is iemand met een camera die je verloren broer opzoekt, je helpt bij het afvallen, je gezicht opereert of een nieuwe garderobe voor je aanschaft, je over het verdriet van je scheiding heen laat komen of je er eens een weekendje uit haalt met je doodzieke partner. En wij maar kijken hoe lief de televisie is, en hoe fijn al die mensen dat vinden. Meestal hebben ze ondanks hun dikte, verdriet, verlangen, grote neus et cetera toch niet zo heel erg veel te vertellen en dan zit je weer te kijken naar allemaal tv-personality’s die het geweldig vinden dat ze iets voor iemand doen en de hele tijd vragen: „Wat vínd je ervan?!” en zelf vast ‘woow!’ roepen. („Hoe vind je het hotel tot nu toe?”, kraaide Wendy opgetogen tegen het negenjarige kereltje in zijn rolstoel toen hij over de drempel reed.) En die mensen knikken almaar dankbaar en zeggen ‘oooh’ en ‘leuk’ en ‘toppie-joppie’.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen