De kogels zijn niet geteld

Defensie weet niet hoeveel materieel en munitie het precies heeft. Dat is een van de uitkomsten van Verantwoordingsdag, waarop gevoerd kabinets-beleid wordt beoordeeld.

Den Haag, 16 mei. - Wouter Bos heeft het er een beetje moeilijk mee. Als minister van Financiën moet hij verantwoording afleggen over de resultaten van het beleid van het voorvorige kabinet (Balkenende II), waartegen hij als oppositieleider bezwaar maakte. Daarom, schrijft hij in het Financieel Jaarverslag 2006, dat vandaag is gepubliceerd, dat de tekst „sober en beknopt is gehouden”.

Bij de presentatie van het Jaarverslag aan de Tweede Kamer zei Bos vanmiddag: „Deze bijzondere situatie zal ik met een ijzeren glimlach doorstaan.”

Achter deze glimlach gaat een reden schuil waarom de jaarlijkse ‘verantwoordingsdag’, de derde woensdag in mei, politiek niet zo spannend wil worden als de tegenhanger ervan op de derde dinsdag van september, Prinsjesdag.

Op Prinsjesdag dient het kabinet de Miljoenennota in met de voornemens voor het volgende jaar; op verantwoordingsdag wordt de rechtmatigheid van de uitgaven en de doelmatigheid van het beleid in het voorafgaande jaar beoordeeld.

Ruim 99 procent van de rijksuitgaven (op een totaal van 186 miljard euro) en 98,6 procent van de rijksinkomsten (188 miljard) zijn rechtmatig, stelt de Algemene Rekenkamer vast in het vandaag parallel uitgegeven rapport Rijk verantwoord. Van de 25 departementale jaarverslagen zijn er 22 voldoende; bij Defensie, Volkshuisvesting en Financiën (Belastingdienst) constateert de Rekenkamer tekortkomingen. Het totaal aantal „onvolkomenheden in de bedrijfsvoering” is, aldus de Rekenkamer, gedaald van 58 (2005) naar 56 (2006), waarvan er 13 „hardnekkig en structureel” zijn.

De meeste problemen doen zich voor bij Defensie. Daar wordt nauwelijks gecontroleerd op uitgaven kleiner dan 500 euro. Het blijkt dat van „ongeveer een kwart van deze facturen” niet duidelijk is of daaraan een bestelling of geleverde dienst ten grondslag ligt, zodat voor 2,5 miljoen euro per maand onduidelijk is waaraan het geld is uitgegeven. Ook weet Defensie niet precies over hoeveel munitie en materieel het beschikt.

Bij de presentatie van het Financieel Jaarverslag van het Rijk waarschuwde Bos vanmiddag voor nog meer gedetailleerde boekhouding om dergelijke kleine bedragen te verantwoorden. Dat kan immers gemakkelijk leiden tot het stellen van almaar meer regels en almaar meer rapportages. „Professionals in de publieke sector dreigen [hierdoor] steeds meer tijd kwijt te raken aan administratie en steeds minder toe te komen aan hun eigenlijke taak: onderwijzen, de buurt veilig houden, zorg verlenen en zo meer”, zei Bos.

Hij pleitte voor een herwaardering van de politieke verantwoording, voor grotere aandacht voor de uitvoering van beleid en voor meer waardering voor de uitvoerders. „Verantwoordingsdag moet meer over hun positie gaan.”

Tot de invoering van Verantwoordingsdag is in 1999 besloten. Niet alleen het financieel management, ook de geboekte resultaten van het beleid dienden voortaan gedetailleerd te worden weergegeven. In de eerste jaren hadden de ministeries moeite om aan de nieuwe wijze van verslaggeving te voldoen, maar de Rekenkamer stelt nu vast dat de jaarverslagen „steeds meer informatie bevatten over doelen, prestaties en middelen”. Wel is de bruikbaarheid van de informatie soms nog steeds beperkt en blijft informatie over grote projecten ongebruikt, waardoor de Kamer bij dergelijke grote projecten geregeld voor voldongen feiten wordt geplaatst.

In de praktijk wordt weinig gedaan met de informatie die voor verantwoordingsdag is verzameld. Ondanks de inspanningen van ministeries en de Rekenkamer heeft verantwoordingsdag ook niet het politieke gewicht gekregen dat was beoogd. Het verantwoordingsdebat van het kabinet met de Kamer – volgende week dinsdag – mist de zwaarte van de beschouwingen na Prinsjesdag.

Bos stelde vanmiddag voor om dit debat minder vrijblijvend te maken door de verantwoording over het afgelopen jaar te koppelen aan de beleidsplannen voor het komende jaar. Hiermee beoogt hij dat het verantwoordingsdebat niet zozeer gaat over de prestaties van het vorige kabinet, maar over de voornemens van het nieuwe.

Bos deed nóg een opmerkelijke aankondiging. Terwijl de Haagse Rekenkamer zonder bezwaar de jaarrekeningen van de departementen goedkeurt, kan de Europese Rekenkamer al 11 jaar geen goedkeurende verklaring over de Europese uitgaven afgeven. „Nederland”, zei Bos, „vindt dit een uiterst ongewenste situatie”. Het gaat er daarom toe over een „Nationale Verklaring” op te stellen over de Europese gelden die in Nederland worden besteed. Dit jaar alleen nog over het landbouwgeld, vanaf volgend jaar ook over de structuurfondsen. Bos: „Hiermee loopt Nederland vooruit op andere landen in Europa. Maar de steun hiervoor bij andere lidstaten groeit. Dat doet mij deugd.”