Chaotische uittocht voetbalfans uit Spanje

Dirk Vandenberghe

Topdrukte vanochtend op luchthaven El Prat bij Barcelona: twaalfduizend luidruchtige voetbalfans van het lokale Espanyol verdrongen zich sinds zeven uur voor de deuren van het luchthavengebouw. Ze wilden zo snel mogelijk mee met een van de 46 extra vluchten naar het Schotse Glasgow. Op Hampden Park speelt Espanyol vanavond de finale om de UEFA Cup tegen titelverdediger FC Sevilla.

De uittocht van de Espanyol-fans zorgde voor chaos. De files stonden tot twintig kilometer verder op de Gran Via de les Corts Catalanes, de weg die Barcelona doormidden snijdt. Voor het luchthavengebouw moest de oproerpolitie er aan te pas komen om ongeduldige fans tot kalmte te manen en de toegang tot de luchthaven in groepen te laten verlopen. Er werd flink geduwd en getrokken, gevloekt en getoeterd. De chaos zorgde ook voor irritatie bij toeristen. Medewerkers van de luchthaven dreigden zelfs het werk neer te leggen.

Ook in Sevilla was het op de luchthaven El Pablo drukker dan gewoonlijk. Daar namen 8.500 fans een van de 26 vluchten naar Glasgow. De uittocht verliep daar echter minder chaotisch dan in Barcelona.

Sevilla verdedigt vanavond zijn titel in het UEFA-Cuptoernooi. De ploeg won vorig jaar het tweede Europese clubtoernooi door Middlesbrough te verslaan. Het is de zevende keer dat twee teams uit hetzelfde land de finale om de UEFA Cup betwisten, maar de eerste keer dat het gaat om Spaanse clubs. De eerste finale met twee clubs uit hetzelfde land was in 1972, met twee Engelse clubs, Wolverhampton Wanderers en Tottenham Hotspur. De laatste keer was in 1998, toen de Italiaanse clubs Inter en AS Roma tegenover elkaar stonden.