Anders, maar niet exotisch

Zijn de Belgen beter? Over die vraag debatteerden gisteren in Amsterdam vier Vlaamse schrijvers, naar aanleiding van een artikel in deze krant.

Potvissen. Daarmee vergeleek schrijver David van Reybrouck zijn Vlaamse vakbroeders. Potvissen houden afstand en vormen geen school, evenmin als Van Reybrouck en drie van zijn collega’s, die gisteravond ontkenden dat er een nieuwe ‘beweging’ is in de Vlaamse literatuur. Toch waren er vier exemplaren in De Balie in Amsterdam ‘aangespoeld’, om te debatteren over de vraag: zijn de Belgen beter?

De provocerende stelling dat de jongste generatie Vlamingen beter werk aflevert dan de Nederlanders werd in januari 2006 door Arjen Fortuin geponeerd in de Boekenbijlage van deze krant. Fortuin beschouwt de Vlamingen als eigengereider, hun boeken zouden getuigen van een grotere urgentie en meer gevoel voor taal en stijl.

Fortuin had evenwel niet willen suggereren dat literatuur een wedstrijd is, vertelde hij tijdens het door de SLAA georganiseerde debat. Hij had vooral een aantal interessante jonge schrijvers onder de aandacht willen brengen, zoals Annelies Verbeke, Stefan Brijs en Dimitri Verhulst. Maar zijn stelling werd in Nederland en Vlaanderen druk bediscussieerd.

Tom Lanoye, de oudste en bekendste van de vier schrijvers in De Balie, achtte de discussie een indicatie van een „alomtegenwoordige identiteitscrisis in Nederland”. Een stelling als ‘de Belgen zijn beter’ wordt vooral gelanceerd om Nederlandse auteurs „peper in hun kont te steken”, aldus Lanoye. Vlaamse schrijvers zijn niet beter maar anders, zei hij, daarmee het Leitmotiv van de avond vastleggend: het moeilijk definieerbare, Vlaamse ‘anders zijn’.

Zo noemde Bart Koubaa de Vlamingen minder ernstig, „zotten die lachend de waarheid vertellen”. Yves Petry zei licht ironisch dat de ‘mindere Nederlanders’ een schrale literatuur produceren en bang zijn om zich belachelijk te maken. De „betere Belg” zou juist uit gulheid schrijven, en rekenen op ‘de macht van de stijl’. Petry maakte wel zijn excuses aan „Nederlandse generatiegenoten die horen tot het betere Belg-type”.

Volgens Lanoye beschouwen Vlaamse auteurs Nederland als zegen en gesel tegelijk. Nederland heeft een grotere en oudere boekencultuur en daar willen de Vlamingen graag toegang toe krijgen, maar „je blijft als Vlaming een allochtoon, een exotische bourgondiër.” En exotisch willen de Vlamingen niet zijn, maar wel ‘anders’ blijven, ook al zijn ze daardoor soms ‘behoorlijk eenzaam’, zoals David Reybrouck het formuleerde. „Wat ons bindt is ons onvermogen ons te binden.”

Vanavond is in De Balie een tweede debat over de nieuwe Vlaamse literatuur.

Lees ‘De Belgen zijn beter’ op www.nrc.nl/kunst