Wereldbank laakt gedrag Wolfowitz

Wereldbank-president Paul Wolfowitz heeft volgens onderzoek in strijd met de regels gehandeld door zich persoonlijk te mengen in de detachering en salarisverhoging van zijn vriendin Shara Riza.

Dat is de conclusie van de zogenoemde ad-hocgroep van het bestuur van de Wereldbank die de kwestie heeft onderzocht. Het 55 pagina’s tellende rapport over de zaak is vannacht vrijgegeven. De conclusie luidt dat Wolfowitz heeft gehandeld in strijd met regel 3.01 van het interne reglement, door zich niet afzijdig te houden bij het belangenconflict dat was ontstaan door zijn relatie met Riza, die ook bij de Wereldbank werkte toen hij daar president werd. Bovendien is de salarisverhoging die zij kreeg in strijd met regel 6.01 van het reglement. De ethische commissie van de Wereldbank, waarvan Ad Melkert destijds voorzitter was, valt volgens het rapport niets te verwijten.

De gevolgtrekking van de ad-hocgroep is zeer schadelijk voor Wolfowitz, die sinds vorige maand onder druk staat om af te treden. Vanavond krijgt hij nogmaals de kans zijn zaak te bepleiten bij het bestuur. Wolfowitz weet de kwestie aan onduidelijke regels en heeft al eerder gezegd dat de bevindingen van het onderzoek „uit balans en onvolkomen” zijn.

De ad-hocgroep stelt daarentegen „dat Wolfowitz zich van begin af aan boven de regels van het instituut heeft geplaatst. Hij accepteerde het beleid van de bank voor belangenconflicten niet en dus probeerde hij voor zichzelf een oplossing te onderhandelen die afwijkt van wat van toepassing was op het personeel waarover hij de leiding had gekregen.”

Het is nog onduidelijk of het bestuur vanavond of pas morgen beslist over de aanbevelingen uit het onderzoek. Die luiden dat het bestuur moet overwegen „of de heer Wolfowitz in staat zal zijn om het leiderschap te verschaffen dat nodig is om te verzekeren dat de Wereldbank zo goed mogelijk functioneert”. Ook beveelt de ad-hocgroep aan om de bestaande interne regels nog eens goed te bekijken.

Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Financiën zei in een reactie dat „de feiten geen ontslag rechtvaardigen”.

Lees het rapport op www.nrc.nl/economie