‘We speelden vooral in kraakpanden’

Maar liefst 53 keer trad de Amsterdamse punkgroep The Bugs op in de Amsterdamse poptempel. Gitarist Peter Sinnige: „We woonden als het ware in Paradiso.”

The Bugs in 1980. Vlnr Ronald Tang, Carlo Edel, Peter Sinnige, Rob Ottes en Simone Mansveld. Foto Marjan Schnitger The Bugs in 1980 Schnitger, Marjan

Zelfs Herman Brood, die bijzonder vaak in Paradiso speelde, deed het ze niet na. Maar liefst 53 keer trad de Amsterdamse punkgroep The Bugs op in de Amsterdamse poptempel, althans, dat is het aantal waarvan de betrokkenen het zeker weten. Het zou net zo makkelijk 78 keer geweest kunnen zijn, zegt gitarist Peter Sinnige: „We woonden als het ware in Paradiso.”

Het hoge aantal is eenvoudig te verklaren. The Bugs repeteerden in de kelder van Paradiso. Daarin waren ze niet uniek, vertelt Sinnige. „The Tapes, Mecano en Mathilde Santing zaten in de oefenruimte tegenover ons en wij deelden onze ruimte met On/Off en The Scene.” Als tegenprestatie speelden The Bugs in voorprogramma’s van buitenlandse bands, of op de vele punkavonden die in die woelige jaren gehouden werden. „Als er een band uitviel of als er om wat voor reden geen voorprogramma was, riepen ze ons uit de kelder. Onze apparatuur stond er toch, dus dat was makkelijk zat.”

U2 plus Bugs. The Stranglers + The Bugs. Theatre Of Hate, Bugs. Undertones + Bugs. The Ruts en The Bugs. In de periode 1978-81 wisten The Bugs zich telkens weer op de poster van Paradisoconcerten te wringen, steevast gemaakt door Paradiso’s eigen zeefdrukker Martin Kaye, wiens werk onlangs in boekvorm is verschenen. Sinnige: „Achteraf realiseer ik me dat je in zo’n voorprogramma van U2 wel met je billen bloot ging. Een jonge band van nu zou dat doodeng vinden, maar voor ons was het de normaalste zaak van de wereld.”

The Bugs bestonden in wisselende bezettingen tot 1983 en verloren elkaar daarna jarenlang uit het oog. Totdat Peter Sinnige, tegenwoordig beeldend kunstenaar, op het idee kwam de cassettebandjes die hij van veel van hun Paradisoconcerten bewaarde, nog eens te beluisteren. „Die bandjes waren er slecht aan toe; ze plakten aan elkaar en de muziek die erop stond dreigde verloren te gaan.” Zo ontstond het idee van een cd-compilatie met hoogtepunten, The Bugs Live in Paradiso 78-81.

Hoewel de geluidskwaliteit hier en daar te wensen overlaat, is de cd een historisch document dat een fanatieke, heftige band laat horen. „We hoorden bij de punkscene en we speelden veel in kraakpanden,” zegt Sinnige. „Als de gasrekening van zo’n pand betaald moest worden, gaven we een benefietconcert. Het is zelfs voorgekomen dat we speelden tijdens een ontruiming. Toen de Mobiele Eenheid binnenviel moesten we er snel vandoor, apparatuur onder de arm.”

Zanger Ronald Tang was meteen al een groot talent, herinnert Sinnige zich, ‘minstens zo goed als Bono.’ „Toen we met U2 optraden hadden wij de grootste kleedkamer. Toen Bono na zijn optreden bezweet onze kleedkamer binnenliep, verontschuldigde hij zich heel nederig.”

Bassiste Simone Mansveld was vijftien toen ze begon bij The Bugs. „Een bas had ze nog niet eerder vastgehouden. In het begin vertelden we haar hoe ze haar vinger op het derde vakje moest zetten, daarna naar het vijfde vakje moest schuiven en dan terug naar het eerste. Zo primitief zat de muziek in elkaar, maar je kon daar toch een heel heftig statement mee maken.” Sting kwam een keer bij hun repetitie binnenvallen. „The Police liep ’s middags Paradiso binnen voor hun soundcheck en ze hoorden die herrie van ons uit de kelder komen. Sting was onder de indruk van Simone, zo’n klein meisje met die enorme basgitaar.”

In hun hele bestaan maakten The Bugs maar één plaat. Die maxisingle op het roemruchte Torsolabel werd nooit meer bijgeperst nadat de eerste oplage was uitverkocht. „We waren te heftig voor de radio,” verklaart Peter Sinnige. Bij de samenstelling van de cd heeft hij zich beperkt tot Paradiso, hoewel er ook opnamen uit andere zalen beschikbaar waren. „Er is een uitstekende tape uit de Gigant in Apeldoorn. We speelden heel vaak in Rotterdam, waar je ook een flinke punkscene had. Van kinnesinne tussen Amsterdamse en Rotterdamse punks heb ik nooit iets gemerkt.”

Sinnige realiseert zich dat het tegenwoordig niet meer zo makkelijk is voor jonge bands om podiumervaring op te doen. „We wisten niet beter, want de grote zaal van Paradiso was onze huiskamer. Als er een heel weekend lang geen concerten waren, wat toen nog wel voorkwam, sleepten we onze apparatuur naar boven en maakten we er een opnamesessie van.”

Een reünie-optreden van The Bugs in de oorspronkelijke bezetting zit er niet in. Zanger Ronald Tang is gehandicapt door multiple sclerose, drummer Rob Ottes is dood. Maar Sinnige heeft iets anders in petto om zaterdag bij de cd presentatie in Pardiso recht te doen aan de muziek van The Bugs. „Eerst gaan we lekkere nummers uit die tijd draaien. Mecano, Ivy Green The Tits met Daddy is my pusher. Dan speel ik een paar nummers van The Bugs in een bijzondere formatie, met oude en nieuwe mensen die allemaal wat gaan zingen. Het hoeft allemaal niet zo lang te duren. Eerst wat lekkere takkeherrie uit die tijd en met het verschijnen van de cd zetten we een punt achter The Bugs.”

Cd-presentatie The Bugs Live in Paradiso 78-81 (€ 9,99), 19 mei Paradiso, Amsterdam. www.bugsparadiso.com