Van Poesjkin word je vrolijk

Poesjkin Festival: Boxing Pushkin. Gezien 14/ Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 19/5. Inl: www.ereprijs.nl

Vrolijk, chaotisch, dynamisch en associatief: voilá de wereld van de Russische dichter Alexander

Poesjkin volgens de voorstelling Boxing Pushkin. Vijfentwintig musici van Orkest de Ereprijs uit Apeldoorn en de Studio for New Music Moscow, vijf zangers, één acteur van werkplaats Generale Oost, zeven dansers en tal van dansacademiestudenten doen mee. In de regie van choreografe Andrea Boll (Hans Hof Ensemble) wervelt het korte tekstfragmenten van en over Poesjkin, spettert het zweet van de dansers op de toeschouwers, die allemaal rondom een echte boksring staan, speelt de lichtman kermisje en spelen zich simultaan onder het publiek kleine andere metascènes af, zoals een echtelijke ruzie: „Weet ik veel wat een dekabrist is. Ik zei toch dat ik geen zin had om naar het theater te gaan. Op RTL5 was vanavond iets veel leukers te zien geweest.”

Boll vertrok vanuit de ‘Poesjkin anekdotes’ van de absurdistische schrijver Daniil Charms, die de multi-inzetbaarheid van de Russische held op de hak nam. Voor de een is Poesjkin (1799-1837) de revolutionair (dekabrist), voor de ander de romantische dichter, voor weer een ander een vrouwenverslinder. De ‘grootste Rus’ aller tijden die het leven verloor tijdens een duel, krijgt dan ook telkens een andere identiteit (‘boxing’) als alle dansers hem eventjes vertolken door een zwarte lange jas aan te trekken. Zoveel mensen zoveel Poesjkins: de voorstelling eindigt dan ook met alle deelnemers in zwarte jassen.

Boxing Pushkin is een swingend theatrale belevenis waar je erg vrolijk van wordt. De dansers gooien zichzelf in de touwen van de boksring. Woest zoekend, permanent op de vlucht, met elkaar vechtend, wodka drinkend en af en toe een regel poëzie voordragend. Er is één essentiële gemiste kans: de live spelende musici en de zangers onder leiding van dirigent Igor Dronow lijken er niet zoveel toe te doen. Hedendaagse composities van vijf Russische studenten van de Studio for New Music kinken er. Maar de orkestleden zitten achterin de zaal en gaan min of meer verloren in al het theatrale geweld. De regisseur heeft geen kans gezien ze in de voorstelling te betrekken. Het theatrale gedeelte is evenwel zo wervelend, dat je dat makkelijk vergeet en vergeeft.