Tweede man Justitie VS weg

De tweede man op het Amerikaanse ministerie van Justitie, die een hoofdrol speelde in de affaire rond het omstreden ontslag van negen openbare aanklagers, heeft gisteren bekendgemaakt dat hij zelf ontslag neemt. De politieke druk op zijn baas, minister van Justitie Alberto Gonzales, om ook op te stappen blijft groot. Eerder dit jaar stapten al twee andere hoge functionarissen op die een rol speelden in de kwestie van de aanklagers.

Plaatsvervangend minister van Justitie Paul McNulty zei gisteren dat het schandaal niet de reden was van zijn vertrek. Hij zei dat het tijd was voor een nieuwe stap in zijn loopbaan, dat hij meer geld wil verdienen om de universitaire opleiding van zijn kinderen te kunnen betalen. Hij vertrekt eind van de zomer.

Vorig jaar dwong de regering negen aanklagers tot aftreden, volgens critici uit politieke motieven. McNulty getuigde voor het Congres dat het Witte Huis slechts een marginale rol speelde bij de ontslagen, wat later onjuist bleek te zijn. Hij zei dat de meeste ontslagen aanklagers, van wie een aantal onderzoek had gedaan naar corruptie onder Republikeinse politici, moesten vertrekken omdat ze onvoldoende presteerden.

De woede van Gonzales en het Witte Huis wekte McNulty echter door in zijn getuigenis ook te zeggen dat een van de aanklagers alleen ontslagen was om plaats te maken voor een protégé van Karl Rove, de politieke adviseur van president Bush. Daarmee gaf hij de Democraten in het Congres munitie om hun onderzoek van de kwestie uit te breiden.

De Democratische senator Charles Schumer, die het onderzoek naar de kwestie leidt, noemt het „ironisch dat Paul McNulty, die tenminste geprobeerd heeft openhartig te zijn, opstapt terwijl Gonzales, die het onderzoek tegenwerkt, nog op zijn post zit”.

Gonzales, al decennialang een vriend en juridisch adviseur van George W. Bush, erkent dat zijn ministerie fouten heeft gemaakt bij het ontslag van de aanklagers. Maar hij houdt vol dat er niet onrechtmatigs is gebeurd. Gisteren prees hij McNulty, zonder in te gaan op de ophef die Washington zo bezighoudt. (Reuters)