Regels zijn er om te overtreden

Waar vinden we houvast in het bestaan en waar durven we het zonder te stellen?

Dat is hét thema van Stephan Enters Lichtjaren.

Er zijn boeken waarvan je wéét dat ze goed zijn, maar waarbij je er op de een of andere manier niet in slaagt om die wetenschap helemaal tot je door te laten dringen. Je ziet de kwaliteit, kunt zonder veel problemen aanwijzen waar die in schuilt, maar hoe zeer je jezelf ook aanspoort (kijk toch naar die stijl! neem nou dat vrouwenportret!) je voelt het niet. Het is het soort literatuur waarbij je het vermoeden krijgt dat het misschien aan jezelf ligt, dat er andere mensen zijn die dit boek beter begrijpen, die iets waarnemen wat jij over het hoofd ziet.

Het gold voor Lichtjaren (2004), de eerste roman van Stephan Enter. En dat was niet omdat Enter ontoegankelijk of ingewikkeld schrijft, maar omdat iets leek te verhinderen dat het verhaal écht tot leven komt.

Hoe groot is dan je verbazing als het eerste verhaal uit Enters nieuwe boek, Spel, je treft als een mokerslag. Het is een doodsimpel verhaal over een jongen die indiaantje speelt in het bos bij een Veluws dorp, een ontmoeting heeft met een Afrikaanse man die daar een cursus volgt, een vorm van vriendschap met hem aangaat, waarna de man op een ongelukkig gekozen moment weer vertrekt.

Spel heet een roman te zijn, maar is feitelijk een bundel met samenhangende verhalen: tien korte en één lange. De verhalen vertellen episoden uit het leven van de opgroeiende jongen Norbert Vijgh in het dorp Brevendal; aan het slot is hij negentien jaar. Norbert stamt uit een voorname familie, al lijkt dat zijn ouders niet te interesseren. Hij trekt graag op met zijn grootmoeder, die nog wel met beide benen in de oude chic staat.

Behalve een episode uit Norberts leven heeft ieder verhaal een spel als onderwerp. Dat kan scrabble zijn of schaken, maar ook een zelfverzonnen spel in de bossen. Geleidelijk aan worden de spelletjes volwassener: vandalisme en seks gaan een rol spelen. De functie van de spelen is in alle verhalen hetzelfde: met hun regels zorgen ze voor houvast in een overgangssituatie. Bijvoorbeeld het ‘spel’ dat zijn bijbelles voor Norbert is, leidt hem van een gelovig naar een ongelovig bestaan.

Precies om die overgangssituaties draait het in Spel. Steeds voelt Norbert zich heen en weer geslingerd tussen twee polen: tussen zijn onbehouwen, hartelijke buurtvriendje en zijn beschaafde, intelligente, maar koude schoolvriendje. Tussen zijn chique grootmoeder en zijn modernistische ouders. Het knappe is dat Enter zich zo nadrukkelijk in de nuances van al die verhoudingen heeft vastgebeten. Nuances die zich bij zijn hoofdpersoon nog uiten in opeenvolgende, tegengestelde gevoelens, maar die in de verhalen worden samengevoegd tot een mooi meerduidig portret.

Juist omdat de grilligheid van de gevoelens van een tien- of twaalfjarige nog grotendeels onbewust is, werkt dat het beste in de verhalen die het langst geleden spelen. Wanneer Norbert eenmaal op de middelbare school zit, sluipt er zoveel bewustzijn in zijn daden dat de zeggingskracht van de verhalen minder wordt.

In het laatste deel van het boek strooit Enter ook zo nadrukkelijk met voorbeelden van bijvoorbeeld de sociaal bepaalde taal van zijn grootmoeder dat je een sterk vermoeden krijgt: hier is een autobiograaf herinneringen aan het ophalen die in eerste instantie voor hemzelf van belang zijn. Of dat een nostalgicus zichzelf de vrije teugel heeft gegeven.

Maar zelfs op die mindere momenten is Enter veel vergeven, al is het maar wegens de prachtige, ritmische zinnen die hij schrijft. Van een eenvoudig voorval maakt hij een verbale balletvoorstelling: ‘Hij zag met samengeknepen lippen hoe zijn moeder hurkte bij een bloemperk. Ze trok een ongerechtigheid uit de aarde en sloeg haar handen af. Zijn vader, op weg naar de plek waar Norbert had gezeten, bleef staan om de golvende vlucht van een Vlaamse gaai te volgen. Terwijl Norbert zijn gewicht weer naar zijn weer ontwakende been verplaatste, drong een doffe teleurstelling zijn aderen binnen.’ Die teleurstelling behelst de weerzinwekkende gewoonheid van zijn ouders, die scherp contrasteert met het romantische beeld dat Norbert heeft van zijn voorvaderen (die hebben nog gevochten bij Nieuwpoort!) Want het spel is bij Enter natuurlijk ook een verschijningsvorm van de verbeelding.

De ontwikkeling die in de meeste verhalen van Spel centraal staat en die ook geldt voor de periode uit het leven van Norbert is betrekkelijk eenvoudig: eerst ontdek en omarm je het spel, blij dat er in al het onbekende en onbegrijpelijke van de wereld iets met regels en houvast is. En vervolgens ontdek je dat dat spel het leven niet is, dat je die net verworven regels ook weer moet durven loslaten.

Dat is misschien geen rode draad waar je steil van achterover slaat, maar het raakt wel aan een van de fundamenteelste thema’s van de literatuur – en van de rest van het bestaan: waar vinden we houvast in het bestaan en waar durven we het zonder houvast te doen. Het is trouwens ook geen toeval dat religie en het afscheid van religie een voorname bijrol in Spel vervullen.

Het is natuurlijk niet te voorspellen – en het is ook niet het belangrijkste – of Enter ook met zijn derde boek een Librisprijsnominatie in de wacht sleept, maar je voelt dat het mogelijk is.

Een interview met Stephan Enter over Lichtjaren is te vinden op: www.sapsite.nl

Stephan Enter: Spel G.A. van Oorschot, 272 blz. € 17,50

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Regels zijn er om te overtreden (dinsdag 15 mei, pagina 24) staat in de intro en in de webverwijzing dat de nieuwe roman van Stephan Enter Lichtjaren heet. Zoals uit het artikel blijkt, was Lichtjaren zijn vorige roman. Enters nieuwe boek heet Spel.