Politici lopen cricketveld op

De cricketwereld worstelt al jaren met Zimbabwe, dat nu door Australië wordt gemeden. Eerdere boycots gingen meestal niet door uit angst voor de sportieve en financiële gevolgen.

Het zijn dilemma’s van alle tijden: mag de politiek een sportevenement gebruiken voor een politieke boodschap? Welke regimes worden wel en welke niet geboycot?

De Australische regering verbood afgelopen weekeinde de crickettour van de nationale ploeg naar Zimbabwe, gepland in september, omdat het „weerzinwekkende regime” van de „groezelige dictator” Robert Mugabe de komst van de wereldkampioen zou gebruiken voor propagandadoeleinden, zoals de Australische premier John Howard het uitdrukte. „Het spijt mij dat het zo ver moet komen. Als cricketliefhebber doet dit me echt zeer. Maar dit is een verschrikkelijk bewind”, zei Howard, een van de grootste cricketfanaten van Australië. Hij vond het oneerlijk de beslissing over het al dan niet spelen van de drie wedstrijden in Zimbabwe over te laten aan „jonge sportmensen” zoals die van de nationale cricketploeg.

Wat de zaak bemoeilijkt is dat de internationale cricketbond (ICC) een agenda heeft vastgesteld waarop alle internationale wedstrijden vijf jaar vooruit vastliggen. De landen kiezen hun tegenstanders niet uit: Australië heeft maar te spelen tegen Zimbabwe of Pakistan als de ICC-kalender dit aangeeft. Afzeggingen kunnen leiden tot uitsluiting van het internationale cricket, of boetes van miljoenen dollars wegens gederfde inkomsten.

Maar de cricketwereld worstelt al jaren met Zimbabwe, gezien de mensenrechtensituatie en de rol daarbij van Mugabe – ook cricketfanaat. Wat daarbij vooral opvalt is de inconsistentie in de besluitvorming van de betrokken landen. Vaak geven financiële belangen de doorslag in het internationale cricket, waar letterlijk honderden miljoenen dollars op het spel staan.

De Australische regering verbood de nationale ploeg drie jaar geleden niet in Zimbabwe te spelen, dus reisde de wereldkampioen ‘gewoon’ naar Harare; één speler, Stuart MacGill, weigerde principieel in het land te spelen.

Ook Engeland speelde in 2004 in Zimbabwe. Dat gebeurde weliswaar onder luide protesten van het thuisfront, maar de Britse regering zei dat het de trip niet kon verbieden. De Engelsen gingen toen wél om uitsluiting van de ICC-kalender te voorkomen. Dat was des te opmerkelijker omdat de nationale ploeg een jaar eerder, tijdens het WK van 2003, níet naar Zimbabwe was gegaan om ‘veiligheidsredenen’. Engeland werd overigens niet gestraft. De rest van de cricketwereld trouwens wel, zo merkt de Nederlandse cricketbond nog dagelijks. De KNCB liep volgens bondsadministrateur Alex de la Mar tot nu toe een kwart miljoen dollar aan inkomsten van de ICC mis omdat de ICC geld opzij legde voor de claim van de zendgemachtigde van het WK. „Alle bonden zijn daarvoor gekort.”

Vreemd genoeg zal de weigering van Australië om later dit jaar in Zimbabwe te spelen geen financiële consequenties hebben. Omdat de Australische regering de nationale ploeg heeft verboden naar Zimbabwe te gaan, legt de ICC Australië geen boete op. ICC-voorzitter Malcolm Speed – een Australiër – noemt de boycot „jammer voor de cricketers en supporters van Zimbabwe”, maar hij vindt het niet de taak van de ICC om „politieke oordelen te vellen – dat is aan politici”. „Het is onze taak ervoor te zorgen dat er cricket wordt gespeeld waar dat mogelijk is.”

De Australische cricketers zijn vooral opgelucht dat hun regering het besluit zelf heeft genomen. Zij zijn toch al zeven maanden per jaar van huis en hoeven nu zelf geen beslissing te nemen. Verder valt er voor hen niets te halen in Zimbabwe, dat internationaal nauwelijks meer iets voorstelt sinds het vertrek van nagenoeg alle blanke spelers naar het buitenland.

De meeste sportmensen lijken wat dat betreft zo pragmatisch als politici. Hoewel in Australië weinig wanklanken tegen de boycot van Zimbabwe te horen zijn, doet de vermeende selectiviteit van het boycotbeleid wél de wenkbrauwen fronsen. Het boycotten van een klein sportland als Zimbabwe is een stuk eenvoudiger dan een wereldmacht die de Spelen organiseert. Bij het afzeggen van ‘Zimbabwe’ gaan geen immers gouden medailles verloren. Premier Howard zei eerder dit jaar dat hij de Australische atleten persoonlijk zal uitzwaaien naar Peking.

„Volgend jaar zullen we niet alleen deelnemen [aan de Spelen in Peking], we zullen het feit dat de Spelen in China worden gehouden vieren”, schreef een commentator afgelopen weekeinde in de Australische krant The Age. Maar boycot de Australische regering de nationale voetbalploeg ook het WK uit als de kwalificatieprocedure Australië confronteert met een land dat een vergelijkbare staat van dienst heeft als Zimbabwe? „De volgende keer moeten we dezelfde beslissing durven nemen, ongeacht de consequenties”, aldus de commentator.

Ook politieke groeperingen roerden zich. De Jonge Democraten in Brisbane herinnerden premier Howard zondag aan zijn beschrijving van Robert Mugabe als een „groezelige dictator” die de politie gebruikt om dissidenten te vervolgen en te martelen. „Dat is ook een behoorlijk accurate beschrijving van de Chinese president”, aldus Vicky Stocks van de Jonge Democraten. Maar zover zal de regering in Canberra vermoedelijk niet gaan.