Minister schrapt kruisraketten

Nederland gaat geen dure Tomahawk-kruisraketten kopen. Het geld dat daarmee bespaard wordt (70 miljoen euro) wil het kabinet besteden aan het salaris van het defensiepersoneel. Dat maakte minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) gisteren bekend in Brussel. Tijdens een korte persconferentie zei hij dat zijn besluit verband hield met „een budgettaire verschuiving van investering in nieuw materieel naar personeel”.

In het vorige kabinet was minister Kamp (Defensie, VVD) voorstander van de aanschaf van deze raketten omdat – zoals hij placht te zeggen – de Nederlandse expeditionaire krijgsmacht ook in het hoogste geweldspectrum moest kunnen opereren. Kruisraketten kosten een half miljoen euro per stuk. Met dergelijke raketten zijn precisiebombardementen vanaf marineschepen mogelijk, zoals de Amerikanen uitvoerden tijdens de Irak-oorlog.

Volgens minister Van Middelkoop heeft de ervaring in de Afghaanse provincie Uruzgan geleerd dat de Nederlandse krijgsmacht „niet helemaal in evenwicht is” en personeel meer prioriteit moet hebben dan materieel. Welke andere materieelaanschaf mogelijk uit de plannen van Defensie wordt geschrapt, wilde Van Middelkoop vanochtend niet zeggen.

Het dagblad De Telegraaf citeerde gisteren uit een vertrouwelijk document waaruit zou blijken dat het om Patriot-luchtafweerraketten en het afstoten van F-16’s gaat. De minister ontkende gisteren dat er bij defensie bezuinigd zal worden, ook al gaat er veel geld naar nieuwe transporthelikopters.

In een gisteren verschenen rapport van het Wetenschappelijk Instituut van regeringspartij CDA wordt bepleit het Defensiebudget te verhogen tot 2,0 procent van het bruto nationaal product, wat binnen de NAVO de richtlijn is. Dat aandeel is nu minder dan 1,5 procent. Volgens het CDA bestaat in rustige tijden steeds de neiging om op defensie te bezuinigen. Om dat te voorkomen, zou het budget een vast percentage moeten bedragen, net als nu bijvoorbeeld het geval is met ontwikkelingssamenwerking.