Meditatie maakt opmerkzaam

Een intensieve meditatietraining versterkt het opmerkingsvermogen.

Tien uur per dag mediteren verbetert de prestaties op een psychologische aandachtstest.

Meditatie en ook het spelen van sommige games verbetert de opmerkzaamheid . Foto Evelyne Jacq Azie, Asia, Vietnam, Midden Vietnam, Hoi-An,14-07-2006 Een oude Vietnamese man wacht mediterend op de zonopkomst op het strand . Veel vietnamesen staan met de zon op en gaan oa. op het strand zwemmen, joggen, mediteren, tai chi oefenen voor dat zij naar hun werk gaan. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Intensieve meditatietraining kan het opmerkingsvermogen versterken. Mensen die drie maanden lang in retraite waren geweest, met tien tot twaalf uur meditatieoefening per dag, bleken na afloop gemiddeld veel beter te scoren op een klassieke psychologische aandachtstest.

Normaliter is de uitkomst van zo’n test nauwelijks te beïnvloeden door training of ‘wilskracht’. Eerder waren al verbeterde aandachtseffecten gevonden van het spelen van bepaalde computergames, maar nu blijkt voor het eerst zo’n effect uit een puur mentale training.

Het experiment door de psycholoog Sander Nieuwenhuis van de Universiteit Leiden en zes psychologen van de Amerikaanse University of Wisconsin is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Biology.

Het gaat om een veel toegepaste meditatietraining in de Vipassana-traditie, waarbij de beoefenaar in het begin de aandacht richt op bijvoorbeeld de ademhaling en dan langzaam de focus verbreedt totdat men alleen nog ‘ervaart’, in een soort niet-reactief bewustzijn. De betere prestatie op de aandachtstest is waarschijnlijk het gevolg van efficiënter gebruik van hersencapaciteit, zo leiden de onderzoekers af uit metingen van de elektrische hersenactiviteit tijdens de test.

Centraal in het experiment stond de ‘aandachtsflikkering-test’, (attention-blink task), een simpel testje van de verwerkingscapaciteit van de menselijke aandacht. Wie in een reeks letters moet letten op cijfers, ziet vaak een tweede cijfer niet, als die kort (binnen een halve seconde) na de eerste aan de proefpersoon wordt aangeboden. De reden is dat het brein dan nog bezig is met de verwerking van de eerste prikkel. Maar niemand mist zo’n tweede prikkel altijd, wie het een groot aantal keren doet pikt altijd wel een páár keer dat tweede cijfer op. En de variatie daarin tussen mensen is groot.

Onder de proefpersonen in dit experiment waren er verscheidenen die het tweede getal maar een op de tien keer oppikten als het na 336 milliseconde kwam – dat is een even goede score als wanneer je gewoon zou gokken. Maar er waren er ook die de tweede prikkel bijna altijd zagen – ook zonder meditatietraining. Het zien van de tweede prikkel is vrijwel niet door wilskracht te forceren. Forse geldbeloningen voor het goede antwoord leiden bijvoorbeeld niet tot betere scores.

De psychologen lieten zeventien mensen die aan de retraite deelnamen vooraf het aandachtstestje doen, en na afloop. Als de twee cijfers 0,336 seconde achter elkaar kwamen zagen deze mediterende proefpersonen het tweede cijfer na de retraite eenderde vaker dan daarvoor: eerst in 60 procent van de gevallen, daarna in 80 procent van de gevallen.

Bij een controlegroep, die ook wel geïnteresseerd was in meditatie maar slechts een week lang twintig minuten per dag mediteerde, was in de de drie maanden, enigszins tot verrassing van de onderzoekers, ook een verbetering gevonden, maar slechts de helft van die van de andere groep. In hun hersenactiviteit werd geen verschil gemeten.