Maak er gehakt van

Wat is er terechtgekomen van alle mooie plannen van de regering? En is het belastinggeld van de burgers inderdaad uitgegeven aan waar het voor was bedoeld? Die vragen zouden centraal moeten staan op de jaarlijkse Verantwoordingsdag in de Tweede Kamer. Morgen is het weer zover: op de derde woensdag in mei verantwoorden de departementen het gevoerde beleid, voorzien van het kritische commentaar van de Algemene Rekenkamer. Maar deze nieuwe traditie, die nu zo’n vijf jaar bestaat, is tot nu toe niet van de grond gekomen. En dat valt de Tweede Kamer zelf aan te rekenen.

De dag waarop het kabinet de plannen voor het volgende jaar bekendmaakt, Prinsjesdag, geldt als het hoogtepunt van het parlementaire jaar. Het staatshoofd rijdt iedere derde dinsdag van september in de gouden koets door Den Haag. In de Ridderzaal leest zij de troonrede voor ten overstaan van de beide Kamers van de Staten-Generaal. De minister van Financiën presenteert de nieuwe Rijksbegroting. En het debat daarover, de Algemene Politieke Beschouwingen, geldt als het meest prestigieuze van alle debatten in de Tweede Kamer. Verantwoordingsdag, de tegenhanger van Prinsjesdag, gaat echter nauwelijks opgemerkt voorbij. En de debatten, waarvoor ministers zouden moeten sidderen, zijn niet meer dan een reeks boekhoudkundige verhandelingen in achterafzaaltjes.

Toen de Kamer eind jaren negentig besloot tot invoering van een wijziging van de begrotingscyclus, heette dat ambtelijk ‘Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording’ (VBTB). Maar toenmalige Kamerleden als Van Zijl (PvdA), een van de drijvende krachten achter de vernieuwing, spraken krijgslustig over ‘Woensdag Gehaktdag’. De vernieuwing klonk als een logische verbetering van de wijze waarop het parlement het kabinet zou gaan controleren. De Tweede Kamer zou namelijk van de mogelijkheid gebruik kunnen maken om de lopende begroting te beïnvloeden of om invloed uit te oefenen op het beleid voor het volgende boekjaar. Woensdag Gehaktdag zou zo de inhoudelijke tegenpool zijn van de voornamelijk rituele Prinsjesdag.

Gisteren kwam Van Zijl, inmiddels voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen, in deze krant tot de conclusie dat Verantwoordingsdag is mislukt. Departementen leveren de goede informatie niet en de Rekenkamer kijkt te veel naar rechtmatigheid in plaats van naar doelmatigheid. Maar de grootste fout ligt bij de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer, die onvoldoende gebruikmaken van hun rechten om de juiste informatie te vragen. De huidige generatie politici in ’s lands vergaderzaal is meer gericht op snel scoren via een Kamervraag, en minder op gedegen controle van de uitvoerende macht. Dat is te betreuren.

De verkeerde conclusie zou nu kunnen zijn dat het beter is maar op te houden met Verantwoordingsdag. De verleiding bij leden van het kabinet om daartoe voorstellen te doen, is begrijpelijk. De verschillende fracties in de Tweede Kamer moeten die verleiding echter weerstaan. Het is de eerste plicht van de volksvertegenwoordiging om de uitvoerende macht aan te spreken op nutteloze wetgeving, falend beleid en spilzucht.