Internet slecht voor milieu

Tweedehandsspullen zijn duurzaam. Of toch niet? Het Ruimtelijk Planbureau berekende dat Marktplaats en andere e-commerce leidt tot elf maal meer mobiliteit en meer CO2.

Een ‘goed werkende Palm Beach 10 lamps zonnebank met tijdschakelaar en reserve lampen’ in Leiden, een grote baal stro in Waalwijk, een fiets in Groningen, een ‘leuk konijnenhok voor buiten’ in Lelystad, een magnetron in Spijkenisse, tweeëntwintig betonbanden in Voorthuizen en een rijdende schaftkeet van twee bij zes meter in Kapel-Avezaath. Het is een kleine greep uit de spullen die u gratis kunt afhalen na het raadplegen van Marktplaats op het internet.

Op elk potje past een deksel en internet maakt het mogelijk om dat deksel ook te vinden. Gevolg: minder spullen die worden weggegooid en dus minder verspilling.

Ook de macht van de winkeliers is eindelijk gebroken: particulieren maken samen wel uit wat iets waard is en onder welke voorwaarden het van eigenaar verwisselt.

De consumer-to-consumer e-commerce (c2c), zoals deze onderlinge handel wordt genoemd, lijkt dus een ideaal begin voor een betere, duurzamere wereld.

Helaas ontdekte het Ruimtelijk Planbureau (RPB) een forse adder onder het gras: nadat we via E-bay, Marktplaats of Speurders met elkaar tot een vergelijk zijn gekomen, stappen we massaal in onze auto om de spullen af te halen. En dat leidt tot een forse stijging van de mobiliteit.

In het deze maand verschenen onderzoek Winkelen in het internettijdperk concludeert het RPB: „c2c e-commerce leidt in potentie elf keer zo vaak tot meer personenvervoer.” Oftewel: c2c leidt tot meer CO2. En het is duidelijk dat deze mobiliteitseffecten ‘zeker niet moeten worden onderschat’.

Overdreven? Stond de handel in tweedehandsspullen in 2004 nog op de zevende plaats in de top-25 van internetaankopen, vorig jaar kwam die met stip op één. En het einde is nog lang niet in zicht. Gooiden we vroeger onze oude rotzooi gewoon weg, nu is er altijd een liefhebber te vinden die voor een zwarte, halfronde vitrinekast van Appingedam naar Zwijndrecht wil rijden en dan weer 275 kilometer terug.

En stiekem vindt de koper het waarschijnlijk nog leuk ook dat hij een smoes heeft om eens lekker een stukje te rijden, want we zijn steeds vaker recreatief onderweg.

Nu al is de vrije tijd, die in de statistieken van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer schuilgaat in de onopvallende categorie ‘overig’, goed voor ruim twee vijfde van de totale mobiliteit: Nederlanders rijden in hun vrije tijd elk jaar twee miljoen maal rond de aarde. Dat is ruim vijfduizend kilometer per persoon, exclusief buitenlandse reizen en funshoppen.

De digitale revolutie levert steeds nieuwe paradoxen op. Was eerder de belofte van het papierloze kantoor al bedolven onder een lawine van printjes, nu blijkt dus ook de ecologische boodschap te wankelen dat het goed is om spullen te bewaren en een nieuw leven te schenken.

Uit het RPB-onderzoek valt namelijk af te lezen waar we die tweedehandsspullen vandaan zouden halen zonder internet. Antwoord: nergens.

Zonder internet zou iets meer dan de helft van de aankopen helemaal niet hebben plaatsgevonden, die spullen waren op zolder blijven liggen en uiteindelijk bij het grof vuil terechtgekomen.

En dat is vanuit milieuoogpunt een veel minder slechte bestemming dan op het eerste gezicht lijkt, want de moderne afvalverbrandingsinstallaties zetten uw oude spullen om in elektriciteit.

Weggooien om het milieu te sparen, het lijkt een combinatie van de twee grote dystopieën van de vorige eeuw, 1984 en Brave New World. ‘Oorlog is vrede’ en ‘Vrijheid is slavernij’ hield Big Brother ons al voor, en in de heerlijke nieuwe wereld krijgen kinderen nacht na nacht de boodschap ingefluisterd: „Hoe meer lappen, hoe minder flappen. Weggooien is beter dan verstellen.”