Inspectie: onderwijs achteruit

Vernieuwingen in het taal- en rekenonderwijs gaan ten koste van basisvaardigheden bij leerlingen op de basisschool. Dat stelt de Inspectie van het Onderwijs in het vandaag verschenen jaarverslag ‘De staat van het onderwijs’.

De aandacht van leraren is verschoven naar onder meer spreken, lezen en getalsbegrip, waardoor leerlingen volgens de inspectie slechter presteren met rekenvaardigheden als optellen en aftrekken, spelling en grammatica.

Het is voor het eerst dat de inspectie de afgenomen basisvaardigheden van leerlingen direct in verband brengt met onderwijsvernieuwingen. Het is van belang, aldus de inspectie, om op zoek te gaan naar een „nieuwe balans” tussen de vernieuwingen en de traditionele basisvaardigheden.

Over de verslechterde prestaties van leerlingen in optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen is de inspectie niet verrast, zo blijkt uit het verslag. De achteruitgang is „in overeenstemming met de veranderingen die het aanbod in het rekenonderwijs de afgelopen jaren heeft ondergaan”. Daar staat tegenover dat ook de vooruitgang in getalsbegrip en het werken met de rekenmachine was ingecalculeerd.

Met taal presteren volgens de inspectie vooral leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs ondermaats. Op de basisschool kan een kwart van de leerlingen na groep 8 nog niet behoorlijk lezen, op de middelbare school begrijpt één op de vijf leerlingen de lesboeken niet. Hoewel het onderwijs als geheel een „ruime voldoende” krijgt, constateert de inspectie een aantal „hardnekkige problemen”, zoals de afgenomen basisvaardigheden en het te hoge aantal voortijdige schoolverlaters.