ik@nrc.nl

Tijdens de lunchpauze wandel ik een eindje langs de Maas. De zon schijnt en ik ga even zitten op een van de vele bankjes. Plots komt een nogal nors uitziende Turkse man op mij aflopen. Hij zegt niets, gaat naast mij zitten en legt een groot mes tussen ons in. Ik zie me in een visioen al met doorgesneden keel in de Maas drijven en het zweet breekt me uit.

Ik wil al opstaan als ik in de verte hoor: „Niet schrikken meisje, niet schrikken!” Daar komt een Turkse met een watermeloen in haar handen. De man, nog altijd even nors, heeft nog steeds geen woord gezegd. Hij gebruikt het mes om de watermeloen te snijden en met z’n drieën eten we hem op.