Grote Satan spreekt lid van As van Kwaad

Iran en de Verenigde Staten gaan in Bagdad met elkaar over Irak praten.

Wat kan het eerste officiële gesprek tussen de landen sinds vele jaren opleveren?

Amerika berooft het Golfgebied van zijn rijkdom, riep de Iraanse president Ahmadinejad zondag tot een juichende menigte in Dubai. Ga weg! Vanaf een vliegdekschip in de Golf waarschuwde de Amerikaanse vicepresident Dick Cheney Iran twee dagen eerder dat de Verenigde Staten zullen verhinderen dat Iran kernwapens ontwikkelt (wat Teheran categorisch ontkent) „en de regio domineert”.

Tegen deze rumoerige achtergrond bevestigden Iran en de VS zondag dat ze in Bagdad met elkaar gaan praten. Voor het eerst officieel met zijn tweeën sinds dat na de islamitische revolutie een taboe werd aan beide zijden. Achter de schermen zijn er wel gesprekken gevoerd, bijvoorbeeld in 2001 over Afghanistan.

Het komende overleg, waarvan de datum nog niet bekend is, zal uitsluitend gaan over de veiligheidssituatie in Irak, en niet, zo wordt met name aan Amerikaanse zijde onderstreept, over Irans omstreden nucleaire programma. Nog niet, in elk geval. Misschien is het enige dat het overleg op ambassadeursniveau zou kunnen opleveren wel dat het de weg bereidt voor onderhandelingen over de nucleaire kwestie.

In Iran zijn de laatste tijd tekenen te zien van enige bereidheid tot concessies, onder andere onder invloed van de steun van bondgenoten Rusland en China voor internationale sancties. Officieel is van toenadering tussen Iran en de VS, voor elkaar respectievelijk lid van de As van het Kwaad en Grote Satan, op dit punt overigens geen sprake. In het algemeen is de onderlinge verhouding dermate wankel dat elk incident tot een terugslag kan leiden.

Het is hoe dan ook niet goed te zien wat een Amerikaans-Iraanse dialoog concreet voor de (on-)veiligheid van Irak kan betekenen. Washington heeft Iran weinig te bieden, behalve vijf in Noord-Irak opgepakte Iraanse functionarissen. Het wil van Iran beëindiging van de wapensteun voor de bevriende shi’itische milities en druk op de shi’itische regeringspartijen om zich met de boze sunnitische minderheid te verzoenen en zo – in de Amerikaanse optiek – de angel uit de sunnitische opstand te halen. Of Iran daartoe bereid is, is al de vraag, maar de shi’itische partijen zijn dat zeker niet. Deze zien de milities als verzekering voor een ongewisse toekomst, en echte concessies aan de sunnieten wijzen ze af. Wel zegt Iran bereid te zijn de VS te helpen „een exitstrategie” uit Irak te ontwikkelen. Maar daarin zal president Bush niet zijn geïnteresseerd.

Het heeft anderhalf jaar gekost om tot de bekendmaking van zondag te komen. In november 2005 stelde de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad met de instemming van Washington een gesprek met Iran voor over Irak. Vijf maanden later doorbrak de Iraanse Opperste Leider Ali Khamenei het grote taboe op contacten met de Grote Satan. „Om de Amerikanen te doen begrijpen dat ze Irak met rust moeten laten en de Irakezen hun eigen land moeten laten besturen”, zei hij. Maar toen was het tij voor overleg alweer verlopen.

In de tussentijd zijn boze beschuldigingen over en weer gegaan, waarbij van tijd tot tijd werd gespeculeerd over een Amerikaanse aanval op nucleaire installaties in Iran. Vorig jaar december adviseerde de Irak-Studiegroep van ex-minister van Buitenlandse Zaken Baker de regering-Bush met Iran te gaan praten als onderdeel van een pakket maatregelen om een uitweg uit Irak te vinden. De regering zei toen daartoe alleen bereid te zijn als Iran de verrijking van uranium opschortte, wat niet is gebeurd. Maar de situatie in Irak is sindsdien verder verslechterd, en de druk van Democraten en Republikeinen in het Congres op Bush is verzwaard.

Terug naar Ahmadinejad. Hij bracht de afgelopen dagen het eerste bezoek van een Iraanse president aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) sinds hun onafhankelijkheid in 1971. Noch het onderlinge territoriale geschil noch de warme banden van de sunnitische VAE met de VS – Cheney was een dag eerder langs geweest met waarschuwingen tegen Iran – verhinderden een warme ontvangst. De VS zijn wel een bondgenoot, maar Iran blijft een belangrijke buur.