Geers’ werk is braaf en expliciet

Tentoonstelling: Kendell Geers, Irrespektive, t/m 26 augustus in S.M.A.K., Citadelpark, Gent, België. Di t/m zo, 10-18u. Inl: www.smak.be, 0032-9- 2407664.

Kendell Geers (Zuid-Afrika, mei 1968) maakt met zijn kunstwerken statements die zo helder zijn als glas en tegelijkertijd zo plat als een dubbeltje. Hij paste zijn geboortedatum een maandje aan, zodat deze precies op mei 1968 uitkwam, de legendarische maand waarin de Praagse Lente plaatsvond, en de studentenopstanden in Frankrijk. Geers valt het geloof aan met een christusbeeld, ingepakt in het roodwitte tape dat bij politieafzettingen wordt gebruikt. Een glazen vitrine met een gapend gat en een baksteen erin roept het beeld op van een stenengooiende oproerkraaier. Het is klare beeldtaal – deze kunstenaar neemt geen blad voor de mond.

De overzichtstentoonstelling Irrespektive in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent toont dat Geers zijn carrière in de jaren tachtig begon met verwijzingen naar politieke situaties. Feitelijk is dit werk nog rustig, volgens de regels van de geëngageerde kunst: heldere beeldtaal, klare boodschap, prima te begrijpen voor iedereen. Duidelijke titels voegen net iets toe, zodat je geen nuance mist. Zo verfde Geers wapenstokken goudkleurig, en hing ze aan de muur in kruisvorm (Battons, 1994). Geweld en religie: bam, in een keer aan elkaar gekoppeld. Ook zette hij een kast neer, vol oproerpolitiehelmen, en noemde het geheel Time of the Harvest (2005). Politiehelmen oogsten zelden iets vredelievends, zoveel is wel duidelijk.

„Ik heb een bloedhekel aan esthetiek”, zei Geers onlangs in een interview met de Belgische krant de Standaard. Toch is de tentoonstelling in Gent wel degelijk esthetisch vormgegeven. Het woord fuck blijkt bijvoorbeeld een fantastisch grafisch patroon op te leveren, dat het goed doet als behang, maar ook op een scooter en een discobal. Hier verdwijnt de boodschap – minachting, verzet – in een grafisch zwart-wit patroontje. Daarbij laat Geers zien zijn klassiekers te kennen. Hij parafraseert Piero Manzoni, die ooit zijn poep inblikte (Merde d’artiste), met zijn eigen, ingeblikte sperma. Overigens is zijn handtekening in neon wonderbaarlijk fallisch van vorm: de lussen in zijn naam zien eruit als een opgestoken middelvinger.

Deze werken zijn heldere statements, maar wat zijn ze voor de hand liggend! Geers’ tentoonstelling in het SMAK is expliciet en braaf tegelijkertijd. Ja, er is hardcore porno te zien, maar dat is gespiegeld en gekanteld, zodat ‘t zo decoratief wordt als het fuckbehang. Geers gebruikt hier decoratie als een soort afleidingsmanoeuvre: zo valt het werk minder rauw op je dak, hoewel het gekreun je door de hele ruimte volgt. Toch krijg je niet het idee dat hij zich inhoudt om de tere zieltjes van de bezoekers te sparen. Nee, het verkoopt zo beter, zo bereik je beter je publiek, terwijl je toch geen grote concessies doet.

En dat maakt het werk van Geers zo tenenkrommend: de eenduidigheid, het idee dat de boodschap belangrijker is dan de vorm. Het levert een soort betuttelende kunst op, gestoeld op effectbejag. Wat zou het fijn zijn als een kunstenaar zijn publiek niet te veel zou onderschatten.