Eindelijk: een moderne oppositie

De schorsing van een rechter in Pakistan is het begin van de opstand van juristen.

Zaterdag ontspoorde het protest en vielen er 34 doden.

Heeft de Pakistaanse president Pervez Musharraf een inschattingsfout gemaakt of is hij juist veel slimmer dan zijn politieke tegenstanders?

Iedere Pakistaan heeft er een mening over, maar niemand weet wat de president bewoog toen hij begin maart de voorzitter van het Hooggerechtshof op non-actief stelde. Nu, twee maanden later, is het protest tegen de schorsing – aanvankelijk alleen van juristen – uitgegroeid tot een brede beweging van de middenklasse die roept om democratische hervormingen. En tot een beweging die, zeker sinds dit weekeinde, de politieke strijd niet meer schuwt.

Het is de hevigste politieke tegenstand voor Musharraf sinds hij in 1999 met een staatsgreep aan de macht kwam. Vanaf het begin heeft hij moeten laveren tussen moslimfundamentalistische delen van de bevolking en meer gematigde Pakistanen. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd hij ‘de leider met twee gezichten’.

Enerzijds was hij een belangrijke bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme. Musharraf beloofde de Verenigde Staten er alles aan te zullen doen om Osama bin Laden en de zijnen, die zich zouden ophouden in de grensregio van Pakistan met Afghanistan, onschadelijk te maken. Hiervoor incasseerde hij vele miljarden dollars aan Amerikaanse steun.

Anderzijds ondernam hij nauwelijks stappen om te voorkomen dat in de duizenden madrassa’s (koranscholen) kinderen tot jihad-strijders worden opgeleid. Zowel bij ‘11 september’ als bij de latere aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) was Pakistan op de een of andere manier betrokken. De Pakistaanse geheime dienst ISI steunt nog altijd de Talibaan, zeggen westerse inlichtingendiensten.

Al die tijd bleef Musharraf overeind. Hij overleefde twee aanslagen en krijgt sinds enkele maanden waarschuwingen van de VS dat de hulp zal opdrogen als die niet snel resultaten oplevert. Dat wil zeggen: als het aantal aanslagen dat in Afghanistan wordt gepleegd door uit Pakistan afkomstige terroristen niet afneemt.

Sinds maart heeft hij vooral te kampen met een binnenlandse politieke oppositie van een gematigd islamitische middenklasse. Het zijn niet de bebaarde mullahs die op straat zijn portret verbranden en zijn aftreden eisen, maar juristen in maatpak.

De huidige tegenstand is ontstaan doordat Musharraf de schorsing van opperrechter Iftikhar Chaudhry nauwelijks met argumenten heeft onderbouwd. Het enige wat hij zei was dat Chaudhry zich schuldig zou hebben gemaakt aan „machtsmisbruik” en „vriendjespolitiek”. Oppositiepartijen en juristen verdenken de president ervan Chaudhry uit de weg te hebben willen ruimen om president én legerleider te kunnen blijven, een combinatie die hij sinds de staatsgreep vervult. Chaudhry had daar in de aanloop naar verkiezingen, waarschijnlijk eind dit jaar, bezwaar tegen kunnen maken.

Een speciale juridische raad onderzoekt of Chaudhry schuldig is. Intussen komt het land in beweging, met vreedzame demonstraties van juristen en activisten in grote steden als Islamabad, Lahore en Karachi. In die laatste stad, het zakencentrum en de grootste stad van Pakistan, liepen de protesten dit weekeinde volledig uit de hand. Chaudhry zou er zaterdag de lokale orde van advocaten toespreken, maar kon het vliegveld niet verlaten omdat er rellen waren uitgebroken tussen zijn aanhangers en die van de regeringsgezinde partij die de macht heeft in de provincie Sindh.

Die partij, de MQM, had een protestmars georganiseerd, net als de oppositiepartijen PPP, MLA en ANP. De twee groepen kwamen met elkaar in gevecht op de weg naar het vliegveld, waarna het geweld zich uitbreidde naar de stadswijken en deels langs etnische lijnen escaleerde. De MQM, sinds de jaren tachtig aan de macht in Sindh, vertegenwoordigt Urdu-sprekende Mohajirs, de ANP vooral Pashtuns. Bij schietpartijen tussen Mohajir-wijken en Pashtun-wijken vielen op zaterdag 34 doden (vooral van de oppositie) en 150 gewonden, het hevigste straatgeweld in Pakistan in twintig jaar. Zondag vielen nog zeven doden.

Gisteren lag Karachi plat door een staking die was uitgeroepen door de oppositie. Volgens de oppositie was het geweld van afgelopen weekeinde gepland door de regering. Er was zaterdag 15.000 man oproerpolitie op de been, maar die greep niet in – volgens de oppositie een bewijs dat de regering achter het geweld zat. „Het zijn moordenaars”, zei een PPP-activiste bij een ziekenhuis tegen de BBC. De jurist Aitzaz Ahsan, die met Chaudhry vastzat op het vliegveld, reageerde woedend. „Terwijl er lijken op straat lagen, vierde generaal Musharraf met zijn aanhang de overwinning in Islamabad”, zei Ahsan in het hoogaangeschreven Pakistaanse dagblad Dawn.

Musharraf, op een grote politieke bijeenkomst in de hoofdstad, legde de schuld bij „elementen die onrust probeerden te creëren door Chaudhrys schorsing te politiseren.”

Vóór het geweld in Karachi leek de rel rond Chaudhry vooral een krachtmeting tussen Musharraf en de rechterlijke macht. Chaudhry heeft zijn schorsing op allerlei manieren juridisch aangevochten. En voor velen was het een verfrissend beeld om de hoogopgeleide juristen te zien demonstreren in plaats van de mullahs.

Maar in deze krachtmeting is het al behoorlijk ingewikkeld voor Musharraf om zich zonder gezichtsverlies uit de situatie te redden. Zelfs als de onderzoeksraad Chaudhry schuldig zou bevinden, zou dat nog geen einde maken aan de strijd van de oppositie om Musharraf zijn militaire uniform te laten opgeven. Na het geweld in Karachi zeiden de juristen alleen maar harder te zullen strijden.

Niet alleen Karachi, maar ook delen van steden als Islamabad, Lahore, Quetta en Peshawar gaven gisteren gehoor aan de oproep tot staking. Volgens Najam Sethi, politiek commentator van de Daily Times, heeft het geweld in Karachi de omstandigheden gecreëerd voor een landelijke confrontatie. „De contouren van het slagveld zijn nu getrokken. Musharraf, zijn partij en de MQM staan aan de ene kant, de rest van Pakistan aan de andere.”