Een ellenlange pas de deux met een Belgisch trekpaard

Heel Amsterdam hing vol met affiches voor Cavalia, en op de radio ronkte een reclame dat de show ‘een ode aan de unieke emotionele en fysieke band tussen mens en paard’ was. Ik was benieuwd naar die unieke emotionele en fysieke band tussen mens en paard, dus ik ging naar de grote witte tent, die door de Cavalia-medewerkers consequent en ook lichtelijk dwingend de ‘Big White Top’ genoemd werd.

Gezeten in de Big White Top kwam ik er al gauw achter dat de Cavalia een circus is volgens de trend die bij Cirque du Soleil begonnen is. Een circus zonder schurftige aapjes en clowns, maar met Kate Bush-achtige zangeres. Een circus zonder houten banken en verlopen spreekstalmeester, maar met multimedia en mimeacts. En de kaartjes kosten ook geen vijf gulden, maar ongeveer vijftig euro. Kortom, een circus dat eigenlijk Kunst is.

Het begon al meteen met projecties van geleerde citaten, van onder anderen Shakespeare en diverse Chinese wijsgeren. ‘Een paard is het lelieblad van de gratie’ of iets in die trant. Daarna barstte de show los. Behalve de paarden deden er allerlei pezige paardenfluisteraars-annex-acrobaten mee, van die types die geen drie meter kunnen rennen zonder luchtig een salto te maken. Onder hen waren de oprichters van Cavalia, het echtpaar Frédéric en Magali, die ik, ondanks het feit dat ze zo’n unieke band met hun paarden hadden, redelijk onuitstaanbaar vond. Vooral het uitbundige geglimlach van Frédéric en de net iets te intense kussen die hij steeds aan de paarden meende te moeten geven, vond ik moeilijk om aan te zien. Het hielp niet dat hij een asymmetrische wollen jurk droeg.

Ik was de enige die er zo over dacht, want de meeste toeschouwers waren paardenliefhebbers (lees: meisjes van twaalf en hun moeders). Gepassioneerd klapten zij als Frédéric weer een ellenlange pas de deux met een Belgisch trekpaard had gedaan.

Het meest intrigerend waren de ‘Liberty’-nummers, waarbij de paarden au naturel, dus zonder zadel, experimentele dansen uitvoerden met Frédéric, beloond met een onaflaatbare stroom suikerklontjes. De leukste momenten waren als de paarden dan even niet meewerkten en achter in het Schotse Hoogland-decor verveeld gingen briesen. Jammer genoeg deden ze meestal keurig hun stramme paardenpasjes.

Tweeënhalf uur later wist ik nog steeds niets van de eeuwenoude en vast ook zeer mystieke band tussen mens en paard. Maar één ding wist ik wel: paarden doen echt alles voor een suikerklontje.